Selecteer studenten wél

`Het opschudden van de gelijkheidsdeken': onder die woorden maakt het kabinet bespreekbaar wat voorheen gold als een taboe: selectie van studenten door universiteiten. Staatssecretaris Nijs van Onderwijs wil meer differentiatie in het universitair onderwijs mogelijk maken. De voorspelbare reactie dat door deze maatregelen de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in gevaar komt, is te krampachtig.

In de discussie over selectie aan de poort vindt de één dat door iedereen maar toe te laten het niveau van het onderwijs onder komt te staan. Veel studenten missen zo de uitdaging en raken gedemotiveerd. De ander roemt het gelijkheidsdenken dat de universiteit voor velen toegankelijk heeft gemaakt. Maar niet gelijkheid moet het uitgangspunt moeten zijn, maar gelijkwaardigheid. Iedereen heeft recht op het onderwijs dat bij hem of haar past.

Op de universiteit anno 2003 geldt `one size fits all' voor die grote heterogene massa studenten. Dit is een gevolg van het overheidsbeleid om de toegankelijkheid van de universiteit te vergroten via een systeem dat iedere ambitie effectief de kop indrukt. De overheid heeft maatregelen ingevoerd waarbij studenten gestraft worden wanneer ze niet genoeg presteren. Je moet minimaal 21 studiepunten in je eerste jaar halen, waarbij een zes voor elk vak genoeg is. Universiteiten worden betaald volgens een systeem dat erop gericht is om de student zo snel mogelijk af te laten studeren. Studenten die langer studeren dan de duur van het studieprogramma kosten geld. Het afleveren van breed opgeleide studenten die bewust gekozen hebben voor extra vakken of het opdoen van bijvoorbeeld bestuurservaring, is daardoor niet meer in het belang van de universiteit. Dus komen er steeds meer verplichte colleges en huiswerkopdrachtjes, en word je uitgesloten van tentamens als je de verplichte colleges niet volgt of wanneer jet huiswerk niet op tijd af is. Met als gevolg dat je behoorlijk gemotiveerd moet zijn om die motivatie niet te verliezen.

Als oplossing wordt vaak voorgesteld om een deel van de studenten die nu op de universiteit studeren naar HBO-opleidingen te verwijzen. Dit is een simplistische suggestie die onrecht doet aan het uitgangspunt dat iedereen onderwijs moet kunnen volgen dat bij hem of haar past. Het probleem van de tekortschietende motivatie van de gemiddelde student en de onvrede bij de gemotiveerde studenten daarover wordt zo niet opgelost.

De oplossing ligt in een universitair systeem dat gemotiveerde studenten stimuleert om het beste uit henzelf te halen. Stel je bijvoorbeeld voor: als je gemotiveerd bent en dat laat blijken, kun je een beurs krijgen om door te studeren; je kunt dan een speciaal traject volgen met onderwijs dat meer is afgestemd op jouw behoefte; als je cum laude afstudeert wordt je studieschuld kwijtgescholden.

Een deel van de studenten heeft behoefte aan onderwijs dat hogere eisen aan studenten stelt dan het huidige egalitaire systeem. De populariteit van de University Colleges in Utrecht en Maastricht tonen deze behoefte aan. Voor deze groep studenten moeten meer opleidingen van hoger niveau komen, zogeheten`topopleidingen'. Selectie aan de poort van deze opleidingen is een vereiste om te voorkomen dat zij in de toekomst bezwijken onder het gelijkheidsdenken. Daarbij is het vragen van hogere collegegelden ongewenst. De overheid is kortzichtig wanneer zij als enig uitgangspunt het profijtbeginsel hanteert. Het profijtbeginsel stelt dat een goede opleiding uitsluitend in het belang is van de student. Onze kennismaatschappij in oprichting heeft echter veel goed opgeleide academici nodig, zodat je aspirant-studenten niet moet afschrikken met hoge collegegelden. Verhoging van collegegelden reduceert ook alle uitspraken over het vergroten van de deelname van ondervertegenwoordigde groepen in het hoger onderwijs tot holle frases.

In het universitair onderwijs moet dus het niveau gedifferentieerd worden, niet het collegegeld. Daarbij is selectie noodzakelijk om ervoor te zorgen dat iedereen in gelijke mate aanspraak kan maken op het basisrecht van goed en uitdagend onderwijs.

Edwin Berends is zesdejaars student Chemische Technologie en Technische Bedrijfskunde aan de Universiteit Twente. Jos Käfer is zesdejaars student Biologie aan Wageningen Universiteit. Beiden maken deel uit van de Studenten Advies Commissie van de Vereninging van Universiteiten.

    • Jos Käfer
    • Edwin Berends