NAVO moet rol Amerikanen in Irak niet overnemen

Zolang Europa onvoldoende troepen voor Afghanistan kan en wil leveren, is het niet zinvol dat de NAVO de veel grotere operatie in Irak overneemt, meent Rob de Wijk.

De ommezwaai van Libië om mee te werken aan de ontmanteling van zijn massavernietigingswapens is een onmiskenbaar Amerikaans-Brits succes. Maar de relatie met de val van Saddam Hussein ligt minder voor de hand dan het lijkt. Al in 1999 besloot de Libische leider kolonel Gaddafi eieren voor zijn geld te kiezen. Toen besloot hij mee te werken aan het Lockerbieproces. In datzelfde jaar zette hij de terreurorganisatie van Abu Nidal het land uit en erkende hij de Palestijnse Autoriteit als enige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk. Jarenlange politieke isolatie, economische sancties en de militaire dreiging tegen het regime hebben aan de koerswijziging bijgedragen. De val van het regime in Bagdad viel dus samen met de slotfase van een jarenlang proces van reïntegratie van Libië in de internationale gemeenschap.

Toch waren president Bush en premier Blair er als de kippen bij om Gaddafi's ommezwaai in het licht van de recente regime change in Irak te plaatsen. Want zo wordt ook Noord-Korea en Iran duidelijk gemaakt dat ze hun massavernietigingswapens moeten opgeven. En kritische bongenoten wordt ingewreven dat de harde Amerikaans-Britse aanpak werkt.

Daarmee is de kwestie-Libië van belang voor de transatlantische betrekkingen, die dit jaar op een absoluut dieptepunt belandden nadat Frankrijk en Duitsland, gesteund door Rusland, zich tegen de interventie in Irak kantten. Sindsdien zwalken de transatlantische betrekkingen tussen vijandschap en verzoening. Enerzijds heeft Washington Europa nodig; anderzijds laten de hard-liners zich niet de les lezen door Frankrijk en Duitsland. Het gevolg is inconsistent beleid. Dat bleek eerder deze maand weer overduidelijk toen de Amerikaanse onderminister van Defensie Wolfowitz meldde dat de tegenstanders van de oorlog waren uitgesloten van de lucratieve contracten die de Amerikanen in Irak te vergeven hadden. De mededeling kwam op het moment dat de minister van Buitenlandse Zaken Powell en zijn Defensiecollega Rumsfeld tijdens een NAVO-vergadering in Brussel juist de betrekkingen trachtten te verbeteren. Zij vervingen de onprofessionele, geëmotioneerde transatlantische diplomatie van het afgelopen jaar door een professionelere, gebaseerd op zakelijke argumenten. Het duo bekritiseerde Frankrijk en Duitsland niet langer voor hun weigering troepen naar Irak te sturen en waren toegeeflijker ten aanzien van de wens een militaire planningscapaciteit voor de Europese Unie te ontwikkelen.

Ook al zeggen de hard-liners in Washington door de ommezwaai van Gadaffi en de vangst van Saddam Hussein het gelijk aan hun kant te hebben, de transatlantische toenadering zal in 2004 doorgaan. Want successen maskeren fundamentele problemen voor de Amerikanen.

De coalitie in Irak brokkelt af terwijl de veiligheidssituatie voorlopig niet zichtbaar verbetert. Turkije levert de eerder toegezegde 10.000 militairen niet. Het militaire vermogen van Frankrijk, dat eenzelfde aantal militairen naar Irak kan zenden, is onontbeerlijk.

Het grootste deel van de inzetbare Amerikaanse troepen is momenteel direct of indirect betrokken bij militaire operaties. Daardoor heeft president Bush onvoldoende troepen om elders een vuist te maken, en dat geeft Noord-Korea en Iran meer speelruimte. Amerika is als hypermacht Afghanistan en Irak binnengetrokken, maar verlaat de regio als supermacht. Het feit dat de Amerikanen in beide landen wel een oorlog konden winnen, maar voorlopig geen vrede kunnen brengen en nauwelijks extra soldaten op de been kunnen brengen voor andere crises, toont hun relatieve zwakte.

De deelname van coalitiepartners aan de stabilisatiemacht in Irak is van groot politiek belang. Maar de kwaliteit van bijvoorbeeld de 2.400 Poolse militairen is zodanig dat deze niet voor complexe gevechtsoperaties kunnen worden ingezet. Bovendien zit Polen zo slecht bij kas, dat de Amerikanen 250 miljoen dollar bijdroegen aan de Poolse inzet. Bovendien gaat de oorlog tegen het internationale terrorisme de Amerikanen al gauw 100 miljard dollar kosten, terwijl het land met een enorm begrotingstekort kampt. Als Frankrijk en Duitsland meedoen is dat dus welkom.

De door Amerika gewenste `islamisering' van de kwestie-Irak is een non-optie nu het Turkse parlement en de regeringsraad van Irak zich tegen de komst van de Turkse militairen kantten. Islamitische landen staan niet te trappelen om mee te doen, zodat de stabilisatiemacht steeds meer een bezettingsmacht, dus onderdeel van het probleem, wordt. Dat geldt uiteindelijk ook voor Afghanistan.

Tot slot komen de Amerikaanse verkiezingen er aan. Bush heeft dus ook in 2004 baat bij goed nieuws. Ondanks de recente successen lijkt dat voorlopig niet uit Irak of Afghanistan te komen. En na de vangst van Saddam Hussein zullen steeds meer Amerikanen de vraag stellen wat Bush daar nog doet. Wegwezen dus.

De exit strategy waaraan Washington werkt, is afgekeken van Kosovo: een VN-bestuur met een stabilisatiemacht van de NAVO. Ook wordt gedacht aan een Partnership for Cooperation, een initiatief om de samenwerking tussen NAVO en het Midden-Oosten inhoud te geven. Het gaat hier om militaire samenwerking met een operationele en een ideologische component, zoals de democratische inbedding van krijgsmachten. Dit alles moet tijdens de NAVO-top van juni 2004 geregeld worden; ruim voor de presidentsverkiezingen. Gelijktijdig moet de NAVO-stabilisatiemacht in Bosnië aan de Europese Unie worden overgedragen. Dan moet ook de samenstelling ervan veranderen: meer politie en minder militairen.

Moeten de Europeanen hierin mee gaan? Nu al kunnen de Europese NAVO-landen onvoldoende mankracht en materieel voor de 5.500 militairen sterke stabilisatiemacht in Afghanistan leveren. Daarmee komt het plan van de NAVO om provinciale wederopbouwteams het land in te sturen op losse schroeven te staan. En dat, terwijl de situatie in Afghanistan verslechtert.

Het gebrek aan inzetbare militairen is hét grote probleem van de NAVO. Voor langdurige stabilisatieoperaties in een vijandige omgeving zijn niet meer dan 50.000 militairen continue beschikbaar. Een groot deel is al ingezet op de Balkan, in Afghanistan en Irak. Door het veranderen van de samenstelling van de operatie in Bosnië, komen medio 2004 Europese troepen vrij, maar onvoldoende om grote Amerikaanse reducties in Irak te compenseren, tenzij de veiligheidssituatie dramatisch verbetert. Ook leggen sommige landen hun prioriteiten anders. De Grieken zetten bijvoorbeeld hun militaire helikopters liever in voor de komende Olympische Spelen dan in Afghanistan. Ten slotte riskeren veel Europese regeringen liever niet hun troepen in een conflict dat ze zelf niet wilden.

Zolang Europa onvoldoende troepen voor Afghanistan kan en wil leveren is het niet zinvol dat de NAVO de veel grotere operatie in Irak overneemt. Een zwakke NAVO is ongeloofwaardig en een prooi voor terroristen. Daarom blijft in Irak voortmodderen onder Amerikaanse leiding geboden totdat de macht aan Irakese autoriteiten, gesteund door een eigen leger en politie kan worden overgedragen. Tegelijkertijd moet de NAVO juist zijn troepen in Afghanistan concentreren om daarvan een succes te maken. Tot slot moeten de Europeanen de Amerikanen een spiegel voorhouden. Want de kwestie-Libië is op zijn `Europees' opgelost: economische sancties, diplomatie met militaire druk achter de hand. Zo kan het dus ook.

Rob de Wijk is directeur van het Clingendael Centrum voor Strategische Studies.

    • Rob van Wijk