Mijn `zwarte' school

In het begin van de jaren dertig in de vorige eeuw spoelde ik als tienjarig Indisch jongetje aan in Den Haag. Holland was een vreemd land.

Mijn broer en ik gingen in de 2e Schuytstraat naar een kleine particuliere lagere school, naar ik nu weet niet zo maar een basisschool. In een herenhuis met wat ruime kamers werd in zes klassen bijzonder onderwijs gegeven aan kindertjes uit de Oost. Jeugd van Indische ambtenaren en employees van in Indië werkende bedrijven, veelal herkenbaar als wat nu gemakshalve `allochtoon' wordt genoemd. Van ouders die het nodig vonden hun kinderen te beschermen tegen de in hun ogen ongewone omgangsvormen op `gewone' Hollandse scholen. Met extra begeleiding werd deze Indische jeugd klaargestoomd voor de hbs en het gymnasium, in die tijd elitaire instituten voor maar weinigen weggelegd.

Met weemoed denk ik in de laatste tijd aan de twee jaren die ik op mijn `zwarte school' mocht doorbrengen. Zij zijn de basis geweest voor mijn verdere opleiding en loopbaan. En na drie jaar begon ik mij toch wel thuis te voelen in het Indische Den Haag. In de winter, 's avonds bij volle maan sleetje rijden vanaf hoge duintoppen. Hollandser kon het haast niet.

Mijn ervaring is dat zwarte scholen niet per definitie slecht zijn. Integendeel, zij geven de bescherming die verdwaalde, ontheemde jongetjes en meisjes nodig hebben om hun best te kunnen doen. Voorwaarde is dat door goed opgeleide leerkrachten met toewijding in niet te grote klassen kan worden gewerkt. Er moet extra aandacht, dus veel geld aan zwarte scholen worden besteed. Dát moet leiden tot beter onderwijs aan en tot snellere integratie van de allochtone jeugd. Sneller dan door een kostbare, afgedwongen spreiding van `minderheden' over de basisscholen. Anders dan in de Verenigde Staten zal immers door de demografische tijdbom integratie door `school-bussing' in Nederland niet zijn vol te houden.