Middagje records verbeteren op Russisch larikshout

Wedstrijdorganisator Harry Mater heeft als ideaal dat een Nederlander het bijna 34 jaar oude werelduurrecord achter derny's verbetert. Met het nieuwe Nederlandse record van Danny Stam is die wens iets reëeler geworden.

Zegge en schrijve één uur en tien minuten mocht wielrenner Francis de Jager zich gistermiddag houder van het Nederlands uurrecord achter derny's noemen. Toen werd de 27-jarige Nieuw-Zeelander met een Nederlands paspoort overtroffen door Danny Stam (31), met wie hij op de Alkmaarse wielerbaan voor een paar honderd toeschouwers een `middagje record verbeteren' afwerkte.

Het record mag hem dan snel zijn afgenomen, De Jager houdt de primeur van de eerste Nederlander die meer dan zestig kilometer binnen het uur achter een derny heeft gereden. Hij verbeterde het nationaal record van 59,608 kilometer, dat Robert Slippens op 8 december 1998 had gevestigd. De Jager reed met gangmaker Jan Jonker op de piste van Russisch larikshout een afstand van 60,703 kilometer. Maar Stam zoon van Cees Stam, viervoudig wereldkampioen achter grote motoren was in de daaropvolgende race op de gerenoveerde baan in Alkmaar baas boven baas door achter Bruno Walrave 61 kilometer en 219 meter af te leggen.

Van de vele tevreden gezichten in Alkmaar was die van organisator Harry Mater voorzien van de grootste glimlach. De Amsterdamse zakenman en propagandist van het baanwielrennen in Nederland had gistermiddag genoten van de dubbele recordpoging en ziet in het optreden van zowel De Jager als Stam perspectief voor een aanval op het werelduurrecord achter derny's, dat met 64,548 kilometer al bijna 34 jaar op naam van de Belg Theo Verschueren staat. Het is Maters ideaal dat scherpe maar belegen record terug te bezorgen bij een Nederlander, nadat Verschueren op 15 februari 1970 Peter Post had onttroond. Nederlands meest succesvolle baanrenner, die na zijn carrière naam maakte als ploegleider, was lange tijd wereldrecordhouder met een afstand van 63,783 kilometer.

Hoe perspectiefvol de poging van met name Stam gistermiddag ook was, tussen het Nederlands en het wereldrecord gaapt een gat van 3,329 kilometer. En Mater is realist genoeg om te erkennen dat een dergelijk verschil te groot is om binnen het jaar van een kansrijke aanval door een Nederlander op het wereldrecord te kunnen spreken.

Mater wil meer zekerheid. En die hoopt hij volgend jaar te krijgen bij twee series met elk twee vooraanstaande renners die de Amsterdammer na het wegseizoen wil organiseren. Mater: ,,Als Stam vandaag meer dan 63 kilometer had afgelegd, had ik aan het wereldrecord durven denken. Nu wil ik volgend jaar afwachten. Ik heb een viertal kandidaten die hebben aangegeven wel interesse te hebben om het Nederlands record aan te vallen. Dat zijn Robert Slippens, Mathé Pronk, Servais Knaven en Michael Boogerd. Daarna kijken we wat mogelijk is met het wereldrecord. Geld is niet het probleem, want ik heb al een sponsor met een toereikend budget. Het liefst laat ik de recordpoging in Nederland afwerken, maar gezien de relatief ongunstige klimatologische omstandigheden ligt de baan van Bordeaux en anders eventueel die van Manchester toch meer voor de hand.''

Met zijn opmerkingen over de grote afstand tot het wereldrecord wil Mater de prestaties van De Jager en Stam gistermiddag geenszins diskwalificeren. Integendeel, beiden hebben in zijn ogen voortreffelijk gereden en het wereldrecord weer een stukje dichterbij gebracht. Mater: ,,Bovendien is het voor het curriculum vitae van een renner belangrijk dat hij een record kan presenteren; dat spreekt buitenlandse organisatoren van baanwedstrijden tot de verbeelding. Ik zie het ook als een investering in de carrière en een visitekaartje waarmee ze voor de dag kunnen komen. Het kan vooral een steun zijn voor De Jager, die als baanrenner nu net een beetje naam in Duitsland begint te krijgen.''

Stam zou graag het wereldrecord willen aanvallen, maar hinkt daarbij op twee gedachten. De nieuwe Nederlandse recordhouder: ,,Je moet er zeker vier maanden voor uittrekken en dat is in een druk seizoen bijna niet te doen. Met zesdaagsen, verplichte wereldbekerwedstrijden, EK's, WK's en volgend jaar ook nog de Olympische Spelen zit het programma boordevol. Deze aanval was eigenlijk een tussendoortje na een trainingskamp in Zuid-Afrika ter voorbereiding op het zesdaagseseizoen. Het is al met al toch een beetje gehaast gegaan. Ik heb het gedaan voor het geld en de eer. Het is een blijft leuk om een record op je naam te hebben.''

Voor De Jager liggen de belangen op een ander niveau. Hij is naar Eruopa gekomen om een betere wielrenner te worden. Daarvoor heeft hij een goede baan als manager bij een cateringbedrijf laten schieten en werkt hij nu als parttime kracht bij een bedrijf dat zonnecollectoren installeert. Tussendoor probeert de ondernemende sportman via internet ook nog zijn studie wijnmanagement aan de universiteit van Aidelaide af te ronden.

Zijn prestatie van gisteren beschouwt De Jager als progressie. Hij hoopt met zijn (korstondig) record op meer invitaties voor baanwedstrijden en zelfs een plekje in de nationale baanploeg van Peter Pieters. Tot ergernis van zijn ploegleider Paul Tabak van BRC Kennemerland blijft die deur gesloten. ,,Waarom? Vertel het me maar. Er zijn geen objectieve criteria vastgelegd om tot de nationale ploeg te worden toegelaten. Hij is dus afhankelijk van de bondscoach. Mijn grootste ergernis is dat Francis helemaal geen kans krijgt, terwijl hij al vijf jaar in Nederland rijdt.''

    • Henk Stouwdam