Introduceer een heffing voor Kazaa-gebruik

In navolging van de VS, waar cassettebandjes en opnameapparatuur worden belast, zou dat in Nederland moeten gebeuren voor het gebruik van peer-to-peer software, vindt Christiaan Alberdingk Thijm.

De Hoge Raad heeft in de Kazaa-zaak niets beslist. Dat was de strekking van het betoog van de Amsterdamse hoogleraar Auteursrecht P.B. Hugenholtz (Opiniepagina, 22 december). Een opmerkelijk standpunt. De Kazaa-software waar het in deze zaak om gaat, stelt internetgebruikers in staat onderling (peer-to-peer) allerhande bestanden uit te wisselen. Wie het programma op zijn computer heeft geïnstalleerd, kan bestanden aan anderen aanbieden en bestanden van anderen downloaden, zonder tussenkomst van Kazaa of andere derden. Onder de bestanden die worden uitgewisseld, bevinden zich muziekbestanden. De muziekorganisatie Buma/Stemra maakte daarom bezwaar tegen het computerprogramma.

Hugenholtz heeft gelijk dat de Hoge Raad zich niet heeft uitgelaten over het gebruik van de software van Kazaa. In de pers is de suggestie gewekt dat nu vrijelijk muziekbestanden kunnen worden uitgewisseld met behulp van Kazaa. Dat is onjuist. Sterker, het aan anderen aanbieden van auteursrechtelijk beschermd materiaal is waarschijnlijk niet geoorloofd. Daar staat tegenover dat het van anderen downloaden van muziek wel zal zijn toegestaan, zo heeft de minister van Justitie verklaard.

Om nu, zoals Hugenholtz, te beweren dat de Hoge Raad niets heeft beslist gaat wat ver. De Hoge Raad heeft op verzoek van Buma/Stemra beoordeeld of het arrest van het Hof Amsterdam, dat eerder bepaalde dat het aanbieden van Kazaa is toegestaan, in tact mag blijven. De Hoge Raad vindt van wel en verwerpt daarmee het cassatieberoep van Buma/Stemra. Het gevolg daarvan is dat het arrest van het Hof geldend recht is.

Hugenholtz werpt aan het eind van zijn stuk de vraag op: hoe nu verder? Het antwoord van Buma/Stemra is: meer rechtszaken. Ook de anti-piraterij organisatie BREIN heeft aangekondigd juridische procedures te starten tegen consumenten die met behulp van Kazaa muziek verspreiden.

De vraag is of dat de juiste weg is. In de Verenigde Staten heeft de muziekindustrie inmiddels geprobeerd 261 consumenten voor de rechter te dagen wegens het uitwisselen van muziek. De muziekindustrie heeft daarvoor de medewerking van de internetproviders van de consumenten nodig, die immers op grond van de internetaansluiting beschikken over de persoonsgegevens van de bestandsuitwisselaars.

Op dezelfde dag dat de Hoge Raad over Kazaa oordeelde, besliste het Gerechtshof in Washington DC echter dat internetproviders niet verplicht zijn desgevraagd persoonsgegevens aan de muziekindustrie te verstrekken. Volgens het Gerechtshof staat het recht op privacy van de consumenten daaraan in de weg.

Meer rechtszaken zullen dus niet het beoogde resultaat opleveren. De sleutel tot de oplossing ligt besloten in de door Hugenholtz met instemming aangehaalde Betamax-zaak van het Amerikaanse Supreme Court. In deze zaak oordeelde het Hooggerechtshof dat de filmindustrie zich niet kon verzetten tegen het aanbieden van de videorecorder door Sony. Dat consumenten met de videorecorder auteursrechten konden schenden, deed daar niet aan af.

Na het arrest van het Hooggerechtshof zag de muziekindustrie wel in dat de cassetterecorder en andere opnameapperatuur evenmin zouden kunnen worden verboden. In plaats van naar de rechter te stappen, ging de muziekindustrie naar de Amerikaanse wetgever. Daar maakte zij zich sterk voor een systeem waarbij de rechthebbenden alsnog gecompenseerd worden voor het kopiëren van muziek. Dit resulteerde in de Audio Home Recording Act. Voortaan zouden cassettebandjes en opnameapperatuur worden belast, welke belasting verdeeld zou worden onder de rechthebbenden. Ook in Nederland bestaat een systeem van heffingen op geluid- en beelddragers zoals videocassettes.

In Nederland zou de wetgever een dergelijk systeem kunnen introduceren voor het gebruik van peer-to-peer software. De auteursrechtelijke belasting kan op verschillende manieren worden geheven: op harde schijven van computers, op CD-branders, op MP3-spelers, op breedbandige internet verbindingen of op de peer-to-peer software zelf.

Mr. Chr.A. Alberdingk Thijm is de advocaat van Kazaa