Hulp als signaal

Hulpverleners werken de klok rond om nog op tijd mensen te redden die na de aardbeving van vrijdag in de Iraanse stad Bam onder het puin liggen. Duizenden slachtoffers zijn inmiddels geborgen. Het dodental kan oplopen tot 30.000. Zoals het hoort in dergelijke rampzalige omstandigheden toont de wereld haar humane gezicht en stuurt mensen, medicijnen en medische apparatuur, voedsel, hulpgoederen en speciaal getrainde honden. De machthebbers in Teheran hebben tijdig laten weten dat het land buitenlandse hulp op prijs stelt (op die van Israël na). Nu werken naar het schijnt zelfs Amerikanen innig samen met Iraniërs om te redden wie en wat er nog te redden is. De Verenigde Staten – in de regio massaal actief – landden gisteren met militaire vrachttoestellen vol hulpgoederen. De Amerikaanse luchtmacht maakte vandaag bekend dat meer vluchten zullen volgen. President Bush betuigde meteen na de aardbeving zijn medeleven met de slachtoffers.

Iran – dat was volgens Amerika een `schurkenstaat', onderdeel van de `as van het kwaad'. En in Washington huisden ongelovige barbaren, als we de Iraanse geestelijke leiders moesten geloven. De retoriek vanuit beide kampen is al meer dan twee decennia oorverdovend. De val van het pro-Amerikaanse bewind van sjah Mohammed Reza Pahlavi in 1979, gevolgd door de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran, reduceerde de diplomatieke betrekkingen tot nul. Bij alle rampspoed door de aardbeving in Bam is sprake van een interessante ontwikkeling op het zijtoneel: Amerikaanse hulpverlening en Iraanse instemming hiermee. Iets dergelijks gebeurde bij een beving in 2002, maar het is voor het eerst sinds de bezetting van de ambassade, die 444 dagen duurde en op 21 januari 1981 werd opgeheven, dat meerdere Amerikaanse vliegtuigen in Iran landen. Voor hulpdoeleinden, los van iedere politiek – maar toch. Het is van een andere orde dan de gebruikelijke verbale krachtpatserij. Het geeft hoop op een beetje ontspanning, maar al te vergaande conclusies kunnen er niet uit worden getrokken. Het is een signaal dat de diplomatie kan oppakken; om die reden heeft het betekenis.

Bam is – beter gezegd: was – een oasestad met een belangrijk stedebouwkundig erfgoed. Een burcht uit de tijd van de dynastie der Safaviden (die de grondslag legden voor de huidige Iraanse staat) is door de beving zwaar beschadigd. Het gebouw is opgetrokken van lemen tegels die aan de lucht zijn gedroogd. Van dit betrekkelijk kwetsbare materiaal, waarmee ook veel huizen in Bam zijn gebouwd, rest weinig meer dan gruzelementen. De Verenigde Naties bekommeren zich door toedoen van de UNESCO al jaren om Bams historische gebouwen. De Iraanse Opperste Leider, ayatollah Khamenei, die vandaag Bam bezocht, heeft toegezegd dat de stad zal worden herbouwd. Iran moet het geld daarvoor ruimschoots kunnen opbrengen als olieproducerend land. De steun van de internationale gemeenschap, en dan vooral van de UNESCO als onomstreden cultuurorganisatie, zal nodig blijven om de verwoeste stedebouwkundige nalatenschap te reconstrueren. Maar dat is van later zorg. Het gaat nu eerst en vooral om humanitaire hulp, zo genereus en adequaat mogelijk.