De Appel schittert in moderne Tantalus

In de gedaante van Sacha Bulthuis zit de voedster van de geschiedenis naast het toneel baby's van stro in te bakeren. Als ze weer zo'n babypop af heeft, geeft ze hem aan een van de spelers op het podium, waar de pasgeborene meteen wordt meegenomen in het grote verhaal van bloed, oorlog, verkrachting, vervloekte geslachten, wraak en weerwraak. Het grote verhaal van de Griekse mythologie, kortom; de bakermat van onze kunsten.

In de toneelmarathon Tantalus heeft de Brit John Barton de vele mythes rondom de Trojaanse Oorlog, inclusief voorspel en nasleep, aan elkaar geregen. Toneelgroep De Appel maakt er in zijn Scheveningse theater een indrukwekkend evenement van dat – met pauzes, lunch en diner – bijna elf uur duurt; een perfecte toneeldag waarin de bezoeker zich volledig kan onderdompelen in de Griekse mythes. Tantalus biedt een rijkdom aan prachtige beelden, sterke verhalen, aansprekende personages, een spel met de verhalen uit het verleden en de moraal van het heden, in steeds andere registers, van luim naar ernst en terug, in een altijd lichte en heldere toon. De verschillende delen zijn afwisselend genoeg om de spanning erin te houden, en bevatten voldoende spiegelingen, herhalingen en rode draden om de eenheid te bewaren.

In het toneelbeeld van Guus van Geffen zitten de toeschouwers op een halfronde tribune rond een piste, die uit een cirkel van hout bestaat, waarop de kaart van het strijdtoneel, het Middellandse-Zeegebied, staat. Rond deze cirkel zit een ring die kan worden opgehesen aan kettingen. Met deze basiselementen ontstaat een steeds wisselend toneelbeeld. Het is een wonder hoe alleen al door de aankleding ieder gedeelte een totaal andere kleur en sfeer heeft. De spelers beginnen in vrijetijdskleding, met wat attributen uit de verkleedkist, en het wordt vervolgens steeds weelderiger, tot aan de schitterende pruikentijd-kostuums van het Trojaanse hof, waar koning Priamos met zijn woeste haardos oogt als de hertog van Woestewolf. Dan volgt weer een strak bedrijf in overheersend bloedrood, en een strafzaak in zwart en wit. Zo wisselt regisseur Aus Greidanus ook de toneelstijlen af, van verteltheater tot psychologisch spel, groepsscènes en intieme monologen.

Barton schreef twintig jaar geleden The Greeks, waarin hij de tragedies rond de Trojaanse oorlog aan elkaar koppelde. Voor Tantalus, waaraan hij tien jaar werkte, was zijn opzet nog ambitieuzer. Enerzijds vertelt hij nu het héle verhaal, anderzijds vermijdt hij vernuftig het bekende en kiest juist voor minder bekende of onbekende mythes, waarbinnen de overbekende mythes in zijlijnen voorbijkomen en in een nieuw licht komen te staan. Op die manier schrijft hij zijn eigen stuk rondom de oerbron van Homeros, beginnend met het grote oorlogsverhaal en dan steeds meer toewerkend naar de intieme, huiselijke verhalen. Zo was voor mij nieuw dat Agamemnon met Priamos onderhandelt, en dat Achilles' zoon Neoptolemos als meisje verkleed Troje ten val brengt.

Barton kijkt uitdrukkelijk met moderne ogen naar de mythes. `Grieks' vervangt hij door `Westers' en hij introduceert rustig het moderne concept `oorlogsmisdaad' in de bloederige oudheid. De leiders met hun wraak-, eer- en hebzucht zijn verantwoordelijk voor de oorlog, maar tegelijkertijd laat Barton zien – vooral in rake typering van twijfelaar Agamemnon – dat zij door zoveel niet te beheersen krachten worden gedreven, dat er maar weinig speelruimte is voor de vrije wil. Als die krachten zo moeilijk beheersbaar en complex zijn, kun je ze net zo goed `noodlot' noemen. Een van de vrouwen in het stuk relativeert: ,,als een man het niet meer weet, noemt hij het noodlot.'' Vrouwen spreken liever van noodzaak. Als kijker doe je volop mee aan dat noodlotsdenken: het verhaal moét zo lopen omdat we het nu eenmaal zo kennen. Het zou een grote teleurstelling zijn als de Trojaanse Oorlog deze keer in een vredesakkoord eindigt.

Een aardige modernisering is de aarzelende poging van Agamemnon om een `rechtvaardige oorlog' te voeren. Hij wil het niet eens `oorlog' noemen, het is een `reddingsoperatie', in de praktijk een lange reeks mislukte onderhandelingen. De oud-strijder Peleus veracht hem hierom. Volgens hem maken `goede bedoelingen' de oorlog alleen maar slepender en vuiler. Daar heeft hij gelijk in, maar toch willen Agamemnon en Barton het idee om oorlogen moreel te reguleren niet opgeven, en dat is nobel.

De tweede en mooiste helft van Tantalus is bijna geheel voor de vrouwen, die bij Barton een veel actievere en complexere rol in de nasleep van de oorlog hebben dan bij zijn Griekse bronnen. Zij zijn niet louter slachtoffers van verkrachting, moord en slavernij; onmachtige dragers van de rode trouwjurken. Ook zij houden het rad van wraak in beweging. Ook zij manipuleren en bevechten elkaar, om mannen, jurken, vruchtbaarheid, schoonheid. Hekabe verlaagt zich tot ordinaire mannelijke bloedzucht. De rivales Andromache en Hermione vechten het vrouwelijker uit; met verbale slagen onder de gordel en heerlijk geroddel.

Aan het einde van de lange dag breekt Barton voorgoed met de Griekse tragedieschrijvers door voor een sprankje hoop te zorgen. Hij laat `de voedster' en `de dichter' ruziën over het einde. Moet het een slecht einde worden, zoals de dichter wil, waarin het rad van wraak blijft doordraaien? Of moet het een happy end worden, zoals de voedster wil, met een huwelijk tussen twee erfvijanden? Het prille zaad van verzoening dat bij Agamemnon steeds ondergeschoffeld raakte, schiet bij wraakmachine Orestes uiteindelijk toch wortel. De voedster wint.

Voorstelling: Tantalus van John Barton door Toneelgroep de Appel. Regie: Aus Greidanus. Gezien: 28/12 Appeltheater, Den Haag. Aldaar t/m 30/5. Inl. (070) 350 2200 of www.toneelgroepdeappel.nl.