`Als de kale oude man kom ik hier nu terug'

De Amerikaan David Zinman dirigeert volgende week het Rotterdams Philharmonisch Orkest, waarvan hij van 1979 tot 1982 chef-dirigent was. Hij vertrok met ruzie en keert nu na 21 jaar voor het eerst terug in Rotterdam. ,,Dertig procent van de musici ken ik nog, ik ben erg benieuwd.''

,,Ik spreek Nederlands en niet zo weinig'', zegt de Amerikaanse dirigent David Zinman (67) in bijna accentloos Nederlands. Hij demonstreert dat met openlijk genoegen door de `sch' in `Enschede' zo scherp mogelijk uit te spreken. ,,Mijn eerste twee kinderen zijn hier opgegroeid. Mijn oudste zoon, nu 42, spreekt nog steeds heel goed Nederlands. Hij leest Nederlandse boeken en heeft hier vrienden. Mijn dochter, vier jaar jonger, spreekt nog een beetje Nederlands. Ik vind het fijn om hier weer te zijn. Ik woonde in Amsterdam aan de Prinsengracht en ik heb goede herinneringen aan mooie winters met schaatsen op de gracht.''

David Zinman, in Nederland geroemd om zijn bevlogen muzikaliteit en zijn belangstelling voor eigentijdse muziek, haalde afgelopen september na een concert met het Concertgebouworkest herinneringen op aan zijn Hollandse tijd. Die begon veertig jaar geleden in 1963 bij het Holland Festival, toen hij inviel voor de zieke dirigent Paul Sacher en eindigde in 1982 met zijn voortijdige vertrek als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Volgende week dinsdag dirigeert Zinman voor het eerst sindsdien weer in Rotterdam in een serie met ex-chefs van het tachtigjarige orkest.

Zinman, altijd geprezen om zijn luisterrijke dirigeren, is zeer beroemd in Amerika, waar hij alle belangrijke orkesten dirigeerde en waar hij nu leider is van het Aspen Festival. Maar beroemd is Zinman ook in Europa, waar hij sinds 1995 chef is van het Tonhalle Orchester Zürich. Met dat orkest maakte hij een veelgeprezen box met de symfonieën van Beethoven, de eerste op basis van de nieuwe editie van Bärenreiter. Verkoop sinds 1999: een miljoen exemplaren.

Zinman: ,,Mijn carrière begon hier in Holland, ik dirigeerde vanaf 1964 het Nederlands Kamerorkest, waarvan ik in 1977 chef-dirigent werd. Maar ik stond ook voor bijna alle andere orkesten, in Utrecht, Den Haag, Rotterdam, Enschede, de radio-orkesten, het Concertgebouworkest, het toenmalige Amsterdams Philharmonisch Orkest. Vanuit Nederland ging ik in de rest van Europa dirigeren, daarna pas in Amerika.

,,Het was toen in Nederland een muzikaal zeer interessante tijd, ook vanwege de opkomende `authentieke' muziekpraktijk met Frans Brüggen, Anner Bijlsma en Jaap Schröder. Er was daarover veel discussie. Velen vonden die originele instrumenten en de andere uitvoeringsstijl verschrikkelijk, maar ik was erin geïnteresseerd. Destijds deed ik er als dirigent niet actief aan mee, maar later deed ik er mijn voordeel mee, bijvoorbeeld bij mijn Beethoven-box. Het was een heel belangrijke tijd voor mij, ook door het luisteren naar alle belangrijke dirigenten in het Concertgebouw.''

Bij het Concertgebouworkest baarde Zinman drie maanden geleden opzien met een zeer fraai gedirigeerd concert en een overrompelend snel slotdeel van Rimsky's Sheherazade. Zinman legt uit dat hij dat tempo van zijn leermeester Pierre Monteux heeft overgenomen. Monteux – in 1913 de dirigent van de geruchtmakende wereldpremière van Stravinsky's Le sacre du printemps – heeft bij het balletgezelschap van Serge Diaghilev Sheherazade zeer vaak gedirigeerd in voorstellingen met de legendarische danser Nijinski.

,,Monteux heeft me hier nog rondgeleid in het Concertgebouw, hij was hier voor de oorlog tweede dirigent naast Willem Mengelberg. Hij liet me een prachtig delftsblauw toilet zien. `Kijk', zei Monteux, `weet je wie hierop hebben gezeten? Mahler, Rachmaninov, Prokofjev, Strauss, Rubinstein, Walter, Bartók, Stravinsky. Iedere muzikale grootheid heeft hierop gezeten. En ooit zul jij erop zitten!' Die wc is nu helaas weg.''

Na het vertrek van Edo de Waart bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest werd Zinman daar in 1979 chef-dirigent. Hoewel hij toen in Rotterdam al twee jaar de vaste gastdirigent was geweest, bleek het na zijn benoeming met het RPhO toch niet te klikken. De musici vonden zijn manier van repeteren en leiding geven chaotisch. Er waren irritaties en ruzies, die soms hoog opliepen, zegt Jan Kosten in zijn boek over de historie van het orkest. In een interview zei Zinman destijds dat een groot deel van het orkest een dirigent als een politieman nodig had, maar dat hij geen muziek wilde maken die voortkwam uit angst.

Zinman was vaak afwezig omdat hij ook in Amerika een `RPhO' had: het Rochester Philharmonic Orchestra. De problemen in Rotterdam waren toen niet veel anders dan tegenwoordig, nu Valery Gergjev maar zelden in De Doelen is. Zinman: ,,Voor mij was het geen gelukkige tijd. De Rotterdamse musici wilden iets wat ik niet kon geven, ik wilde iets van hen dat zij mij niet konden geven. Het was een soort huwelijk dat je in stand houdt voor de kinderen.

,,Maar we hebben desondanks veel mooie concerten gegeven en platen gemaakt. Ik heb geleerd dat je niet twee orkesten tegelijk moet hebben. Rotterdam en Rochester hadden een verschillende stijl en mentaliteit. Soms was het ook fysiek moeilijk: een concert op zaterdagavond in Rochester, 's zondags vliegen, op maandagmorgen aankomen en dezelfde dag in Rotterdam nog twee repetities. Maar ik verheug me nu op dit concert in Rotterdam. Dertig procent van de musici ken ik nog, ik ben erg benieuwd.''

Geleidelijk aan neemt Zinman het interview over en hij vraagt honderduit over het huidige muziekleven in Nederland. Hij stelt vast: ,,Er is hier nog altijd ruzie!'' Zinman informeert ook naar componisten die hij hier leerde kennen, zoals Otto Ketting, Jan van Vlijmen, Theo Loevendie, Rob Zuidam. Van Klaas de Vries herinnert Zinman zich het stuk Areas waarin het koor de zin schreeuwt: `Wat is dit voor een stad die haast door de damp dringt?'. Zinman vindt het jammer dat Reinbert de Leeuw niet meer componeert en hij treurt zeer om het overlijden van Tristan Keuris en Peter Schat.

Zinman hoort ook bedroefd dat het weitje met reeën achter De Doelen is verdwenen – vanuit de dirigentenkamer keek hij erop uit – en dat er op het plein voor De Doelen een grote plastic bioscoop is gebouwd. Zinman beseft opeens hoe lang geleden zijn twintigjarige Hollandse verleden al achter hem ligt. ,,Ik zie daar bij het Concertgebouworkest nu al de derde generatie musici. Het is heel vreemd om hier terug te komen als de `kale oude man'. Vroeger was ik hier het `knappe jonkie met de lange haren'.''

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. David Zinman met Tsjaikovski: Pianoconcert nr 1 (solist: Alexander Ghindin); Symfonie nr 5. De Doelen Rotterdam. Res.: (010) 2171717

Beethoven compleet: Arte Nova Classics 74321 65410 2 (5 cd)

    • Kasper Jansen