`Waarom heb ik voor u geen kind gekregen?'

Van de duizenden jaren beschaving in het Midden Oosten, van Sumeriërs tot Nieuw-Babyloniërs, is zegge en schrijve één muziekstuk teruggevonden. Het is de oudste bekende muziek 3200 jaar oud. Het staat hiernaast afgedrukt in de recent verschenen reconstructie door de Leidse assyroloog Theo Krispijn (uit `Studien zur Musikarchäologie III', 2002).

Het is het smeeklied van een kinderloze vrouw aan de maangodin Nikkal (Ninghal), gevonden op een kleitablet in Ugarit, aan de huidige Syrische kust. De taal is Choeritisch (Engels: `Hurrian').

Muziek speelde in Mesopotamië een belangrijke rol aan de koningshoven en tempels én in het dagelijks leven. Maar dit is het enig overgebleven muziekstuk. Het lag als enige nog vrijwel gave kleitablet temidden van onbruikbare fragmenten van andere liederen. Het lied is al in de jaren zeventig gepubliceerd, maar Krispijn heeft op basis van moderne inzichten een nieuwe versie en een nieuwe vertaling gemaakt.

In het spijkerschrift op de kleitablet is de liedtekst voorzien van aanduidingen van tweeklanken op de lier, een van de meest gebruikte instrumenten in het oude Midden-Oosten. Die muzikale termen, hiernaast bóven de noten in afkorting afgedrukt, zijn allemaal in het Akkadisch, de universele muziektaal van Mesopotamië (zoals tegenwoordig het Italiaans). De term `ustamari' aan het begin van de tekst is bijvoorbeeld verbasterd Akkadisch voor: `instrumenteel'.

De grote vraag is altijd geweest: hoe zet je die aanduidingen om in klinkende muziek? Krispijn: ``Uit andere teksten kennen we de namen van de negen snaren, we weten ook hoe combinaties van snaren heten, maar dan heb je nog geen muziek. Essentieel is een tekst over het `verstemmen' van de snaren. Daarin wordt gezegd dat je de tweede en de negende snaar tegelijk moet stemmen. Dat is dus een octaaf! Samen met allerlei andere stemadviezen kom je dan uit op een stemming in een gewone toonladder, dus do-re-mi enzovoorts. Dat was echt een doorbraak, want voordien werd gedacht dat die toonladder een uitvinding was van de oude Grieken. Nu gaat het veel verder terug.'' Over het ritme is helaas niets bekend. In deze reconstructie zijn alle noten even lang.

De tekst van het lied begint met (ongetwijfeld niet gezongen) aanwijzingen: ``Voor hen die offeren. Maak twee offerbroden klaar in hun schaal, wanneer ik haar tegenover het offerdier breng.''

Dan volgt het eigenlijke lied: ``Naar de hemel heeft u offergaven genomen, tot heil en geluk. Bij het zilveren zwaardsymbool rechts naast de voet heb ik ze geofferd. Ik wil mijn zonden vernietigen. Zonder ze te verbergen of te ontkennen wil ik u mijn zonden brengen, opdat ik u welgevallig ben. U houdt van hen die naar u komen opdat ze verzoend worden. Ik ben gekomen om u mijn zonden voor te leggen en met een verzoeningsritueel weg te nemen. Ik wil u eren en aan de voetenbank [...] Nikkal is het die zij versterken zal. De getrouwde vrouw laat zij kinderen krijgen. Zij laat hen geboren worden bij hun vaders. Maar de verwekker zal uitroepen: zij heeft geen kind gekregen [...] Waarom heb ik als vrouw voor u geen kind gekregen?''