Twaalf uur, sigaret uit

Mullen's Pub is een doorsnee bar in Manhattan, lange rij krukken, twee televisies die op verschillende stations staan, allebei voetbal, en een jukebox voor de muziek. Amerikanen praten harder dan Europeanen, moeten in dit café elkaar en drie massamedia overstemmen. In het horecaspitsuur is zo'n bar de auditieve hel. Ook zag het er destijds blauw van de rook.

Ik was er op de beruchte nacht in maart. De klok sloeg twaalf. Het was zo ver. Jim, barman, begon de asbakken in te zamelen. Een groot deel van Mullen's' klandizie is van Ierse afkomst. Vrije individuen, altijd min of meer in opstand, op de rand van anarchisme, had ik gedacht. Allen legden zich bij de oekaze van burgemeester Bloomberg neer. Binnen een kwartier was Mullen's een nagenoeg verlaten ruimte.

Een half jaar later kom ik er terug. Snuif het aroma. Het ruikt er als in een ziekenhuis waar veel bier wordt gedronken. In het neoconservatieve ochtendblad de New York Post staat een bericht over de `Nicotine Nazis' die nu in de horeca ook lege asbakken arresteren. `Where the hell is the American Civil Liberties Union, that whining bunch of lefties now?'

Er gaan geruchten dat de stad de in nood geraakte horeca binnenkort `rookvergunningen' zal aanbieden, tegen grove betaling.

    • Henk Hofland