Tien interessante voornemens voor 2004

Onze verzorgingsstaat wordt onder druk van het kabinet en de minder florissante economie in sneltreinvaart verbouwd, maar niemand weet precies wat er uit de handen van de bouwvakkers zal komen. Dat is niet zo vreemd, want geen mens heeft ervaring met zo'n grootschalige renovatie. Hoewel?

Deze inleiding komt uit een artikel over de stand van het land aan het eind van 1998. Toen waren dit de prangende vragen. Blijft onze economie groeien of krijgen we een recessie? Dalen de inflatie en de rente verder en krijgen we te maken met deflatie, dalende prijzen? Maar zo'n vaart liep het toen niet, want de economie trok aan en Nederland baadde in voorspoed, afgemeten aan bijvoorbeeld de records op de aandelenmarkt, die midden 2000 een hoogtepunt bereikten. We hebben dus wel enige ervaring met dieptepunten en harde maatregelen, hoewel het er nu slechter uitziet dan vijf jaar geleden.

Nu staan we weer voor de vraag: komt het nog goed? Het antwoord luidt: ja, vast wel, want de wereldwijde economie doorstond deze eeuw vele crisissen en herstelde zich steeds weer, met meer welvaart voor meer mensen. Dat is het macro-economische aspect van deze ontwikkeling, het grote geheel, dat weinig zegt over het lot van de individuele burgers. Die moeten soms langer wachten op een herstel dan ze kunnen, of ze verliezen te veel geld in korte tijd om zich ooit nog welvarend te kunnen voelen.

Dit blijkt onder meer uit de lezersreacties van het afgelopen jaar, met name uit die van de deelnemers in leaseplannen, de huizenkopers met een hypotheekconstructie waarvan de aandelencomponent ter dekking van de maandlasten achterblijft bij de beloften van de verkoper, en de mensen die zijn ontslagen. Vaak blijkt dat hun vaste lasten structureel hoger zijn dan hun vaste inkomsten, terwijl je dat met enige moeite en discipline best had kunnen voorkomen. Daaruit kun je tien leefregels destilleren, tien goede voornemens voor 2004 en de jaren daarna.

De eerste gaat over het starten van een eigen bedrijf. De overheid pousseert het ondernemerschap als een middel om de economie te vitaliseren: een actieve eigen baas presteert immers meer dan een saaie werknemer, veronderstelt men. Maar bezint eer ge begint. Eigen baas ben je vaak acht dagen per week en vijfentwintig uur per etmaal. En al die regels! Wat de ene overheidshand wegstreept, voert de andere hand weer in. Maar het ergste is personeel in vaste dienst. Je neemt ze aan, maar je komt er nooit meer vanaf, hoe slecht en onbetrouwbaar ze ook zijn. Vandaar de joodse verwensing: ik wens u veel personeel.

Dan de aandelen van bedrijven met beursnotering: vervloekt door de koersdalingen van de afgelopen jaren. Maar er komt een punt waarop de aandelen van goede bedrijven koopwaardig zijn qua dividend en mogelijk koersherstel. Vergeet niet: slechte resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor slechte resultaten in de toekomst.

Als derde goede voornemen het eigen huis. Wie wil verhuizen, hoeft niet per se naar een koophuis, en al helemaal niet als je dat niet kan betalen. Een spottend motto luidt: wie huurt, is een lulletje. Onzin. Dat werd in de gouden tijd van de aandelen ook gezegd over spaarders: wie spaart, is een lulletje. Ook onzin, want zij leden niet onder de beurskrach.

Onlosmakelijk verbonden met het koophuis is de hypotheek, een soort Siamese tweeling. Een huis koop je om fiscale redenen met geleend geld, ook al kan je dat huis best met je eigen geld betalen. Dat hoeft echt niet. Maar voor wie wel wil of moet lenen: kies een zo laag mogelijke annuïteiten- of lineaire hypotheek, met tussentijdse aflossing dus, en een simpele opzet. Dat wordt door hypotheekverkopers afgeraden, omdat ze daar minder aan verdienen dan aan een opgetuigde constructie.

Het premievrije, welvaartsvaste pensioen was het realistische doel waar iedere werknemer vanuitging. Helaas: gesneuveld tijdens de Grote Ontnuchtering van de afgelopen jaren.

Een vijfde voornemen kan zijn uw oudedagsvoorziening eens na te lopen. Wat ontvangt u eigenlijk in de toekomst aan AOW, uit aanvullende pensioenen, levensverzekeringen en beleggingen? Niemand doet zo'n check, maar het is heel verstandig en misschien wel pijnlijk.

De hoogte van de nabestaandenvoorzieningen is vaak afgeleid van het ouderdomspensioen. Omdat dit van vele kanten wordt bedreigd (middelloon, minder of geen koppeling aan lonen of prijzen, ontslag, breuken, echtscheiding), blijft het pensioen voor de familie van de overleden werknemer achter bij de verwachting. Een passende overlijdensrisicoverzekering doet wonderen. Dat is een goedkope verzekering waarbij een van tevoren afgesproken (verzekerd) kapitaal wordt uitgekeerd wanneer de verzekerde vóór de einddatum overlijdt. Zo verzacht je voor je nabestaanden de financiële wonden.

Een zevende voornemen, voor werknemers die nog niet deelnemen, is de spaarloonregeling via de werkgever. De hoogste inleg voor 2004 bedraagt 613 euro. Helaas niet veel, maar de regeling biedt ongeëvenaarde belastingvoordelen.

Dan de obligatieleningen. Wie over een som geld beschikt en deze wil omzetten in een vaste jaarlijkse uitkering, kan overwegen om met dat geld obligaties te kopen, in plaats van een lijfrente. Die obligaties geven een vaste jaarlijkse rente. De rente is nu relatief laag, maar wanneer de obligaties in waarde gaan dalen, stijgt de rente. Een punt om in de gaten te houden.

Dan de verguisde spaarrekening. Wie zijn kruit droog wil houden voor noodgevallen, toekomstige grote uitgaven of beleggingen, kan niet zonder zo'n liquide rekening. Kijk er niet op neer. Iedere lezer klaagt over de lage rente. Het is niet anders, maar kijk eens op de website sparen.pagina.nl.

En als tiende en laatste goede voornemen het dilemma: los ik wel of niet extra af op mijn hypotheek. De meest gestelde en minst beantwoorde lezersvraag. Dat is namelijk een kwestie van zelf rekenen en puzzelen met alle relevante persoonlijke gegevens. Een bekend gezegde luidt: wie zijn schulden aflost, verarmt niet. De hypotheekwereld maakt daarvan: zonder schulden vaart niemand wel. Dit gezegde krijgt extra glans, en zal meer twijfel zaaien bij leners, door de Bijleenregeling vanaf 1 januari; zie de brochure via www.belastingdienst.nl. Wie immers aflost op zijn aftrekbare lening, kan na een verhuizing naar een duurder huis minder aftrekbaar bijlenen. Alsof dat een ramp is.