Spookstad in de bergen van Mexico

Peter Conradi bezocht het verlaten Mexicaanse zilverstadje Real de Catorce, het decor voor de film `The Mexican'. Ooit kwam hier de elite, nu alleen nog toeristen en pelgrims.

Tijdens de hoogtijdagen stroomde het zilver bijna door de straten van het Mexicaanse mijnstadje Real de Catorce. Er werden opera's opgevoerd en vrouwen gingen volgens de laatste Europese mode gekleed. In 1910 was het opeens voorbij en werd Real de Catorce een spookstadje.

Een nauwe 2,3 kilometer lange tunnel geeft toegang tot deze `schat van de Mexicaanse Sierra Madre'. De steile straatjes zijn, op wat straathonden na, uitgestorven. De gevels met hun geornamenteerde kozijnen en de balkonnetjes met sierlijk traliewerk stralen nog iets uit van de grandeur van vervlogen tijden, maar de deuren en kozijnen zijn verveloos en het stucwerk is op veel plaatsen verdwenen. Voor een deur met daarop geschreven `Bar' staat een paard. Even verderop staat als een icoon van de moderne tijd een Pepsi-automaat op straat. Het eerste zilver werd in 1773 gevonden. Het nieuws over de zilverschat in de Sierra Madre verspreidde zich razendsnel. De ene na de andere mijn werd geopend. In 1803 beschrijft Alexander von Humboldt, de beroemde Duitse wetenschapper en ontdekkingsreiziger, Real de Catorce als een van de rijkste zilverstadjes ter wereld. Aan het eind van de 19de eeuw produceerden de driehonderd mijnen jaarlijks gezamenlijk voor 3 miljoen dollar aan zilver. Tussen 1863 en 1869 had Real de Catorce zelfs een eigen munt, die werd geslagen in de Casa Moneda. De munt van acht reales schijnt nu een vermogen waard te zijn. Het plaatselijke museum – een rariteitenkabinet met onder andere de tweede auto die ooit in Real de Catorce aankwam – is in de loop der tijd al de kostbare munten kwijtgeraakt. Waarschijnlijk waren sommige bezoekers beter op de hoogte van de waarde dan het personeel van het museum.

De rijkdom die het zilver bracht werd breed geëtaleerd. Het stadje, dat op 2.750 meter hoogte ligt, was een enclave van rijkdom en luxe in een arm en schaars bevolkt deel van Mexico: de onherbergzame Sierra Madre Oriental. Er was een theater waarin opera's werden opgevoerd en er waren chique salons voor de merendeels Spaanse elite. De vrouwen van de mijnbaronnen bestelden hun kleding bij befaamde Europese modehuizen. Het hoogtepunt was in 1896 toen Porfirio Diaz, de Mexicaanse president, op bezoek kwam. Dat had wat voeten in de aarde: de president moest per ezel en per paard de flanken van de Sierra bestijgen (de tunnel werd pas in 1901 aangelegd). In zijn glorietijd eind 19de eeuw telde het stadje zo'n 35.000 inwoners.

Tegenwoordig zijn het er nog maar duizend en zijn de meeste huizen verlaten. Toerisme is nu de belangrijkste bron van inkomen. Er zijn zes hotels, een tiental restaurants en wat winkeltjes waar zilver sierraden en kunst wordt verkocht.

,,Dat ben ik met señora Roberts.'' De hoteleigenaar wijst trots op de foto achter hem. Een paar jaar geleden fungeerde Real de Catorce als decor voor `The Mexican', een Amerikaanse misdaadfilm met Julia Roberts – die een Oscar kreeg voor haar rol – en Brad Pitt in de hoofdrollen. Hoewel Real de Catorce in de film uiterst clichématig (lees: Amerikaans) werd neergezet – met dronken en wild om zich heen schietende Mexicanen – zitten de inwoners van Real de Catorce daar niet mee. Sinds de film is het aantal toeristen flink toegenomen. Vooral in de weekenden staat de hoofdstraat vol met four-wheel-drives van Mexicanen en Amerikanen.

Behalve toeristen trekt Real de Catorce ook pelgrims. Sinds mensenheugenis komen de Huicholes, een indianenstam uit het noorden van Mexico jaarlijks in de buurt van Real de Catorce bijeen. Net als bij de Azteken en de Maya's speelt de zon een belangrijke rol in hun godsdienst. De Huicholes bezoeken `El quemado': een plek in de buurt waar volgens het geloof van de Huicholes de zon is geboren. De riten die bij de aanbidding van de zon horen worden uitgevoerd onder invloed van peyote, een hallucinaties opwekkende cactus die vooral in de buurt van Real de Catorce voorkomt. Omdat de werking van peyote ook beschreven staat in de cultboeken van Carlos Castaneda `De lessen van Don Juan', komen er ook veel `ghippies' - zoals de Mexicanen ze noemen – naar het stadje toe om in de omgeving peyote te plukken.

Een andere groep pelgrims zijn de honderd- tot tweehonderdduizend mensen die ieder jaar rond 4 oktober naar het kerkje van Fransiscus van Assisi komen. Het is de enige keer per jaar dat Real de Catorce weer bruist, zoals het vroeger deed.

,,Ik heb de glorietijd van Real niet meegemaakt'', zegt Diego Sanchez Garcia, met zijn 79 jaar een van de oudste inwoners van het stadje. ,,Maar ik heb wel de verhalen gehoord van mijn familie. Er waren tijden dat het zilver hier bij wijze van spreken door de straten stroomde. Sommige mijnen gaven bijna puur zilver: van elke ton die werd gedolven was soms 900 kilo puur zilver.''

Maar in 1910 was dat opeens afgelopen: toen trok bijna iedereen opeens weg. Waarom? Daar worden verschillende redenen voor gegeven, vertelt de oude man. ,,De prijs voor zilver op de wereldmarkt zou gekelderd zijn. Een andere theorie zegt dat de mijnen opeens uitgeput waren. Dat is ook onzin; mijnen zijn niet opeens allemaal tegelijk uitgeput. Nee, de echte reden waarom Real de Catorce een spookstadje werd, met nog maar driehonderd inwoners, was dat in 1910 de Mexicaanse Revolutie begon en bendes losgeslagen revolutionairen het platteland onveilig maakten. Ook de bandieten wisten van de rijkdom van Real de Catorce. Ze hebben hier op grote schaal geplunderd. De mijneigenaren waren toen snel vertrokken en de zilverproductie kwam tot stilstand. De mijneigenaren zijn nooit meer teruggekomen.''

HOE KOM JE ER? Real de Catorce ligt in het noorden van de Mexicaanse deelstaat San Luis Potosí. De dichtstbijzijnde stad is Matehuala van waar bussen gaan naar Real (ca, 1,5 uur reistijd).

    • Peter Conradi