`Scheidingsmuur is bron van kwaad'

Als Jozef en Maria anno 2003 de tocht naar Bethlehem hadden moeten maken, dan zouden zij langs twaalf militaire controles moeten. `Het doet pijn dat ik mijn land niet meer ken.'

Slechts één stoel bleef leeg in de Geboortekerk van Bethlehem, een stoel vlak voor het altaar met roze babypop, liggend in een bed van stro en gele tulpen. Over de rugleuning was demonstratief een zwart-witte keffiyah gedrapeerd en op een groen omrand bord stond geschreven voor wie deze ereplaats was bestemd: president Arafat.

En daarmee was de politieke boventoon toon van de kerst in Bethlehem gezet. De Latijnse Patriarch voor Jeruzalem en het Heilige Land, Michel Sabbah, die de nachtmis in de volle basiliek leiddde, zette in het Latijn, Arabisch en Frans zacht-zangerig maar niettemin scherp in. ,,De Israëlische bezetting is het fundamentele kwaad dat leidt tot het ontbreken van veiligheid.'' Want, preekte de zelf in Nazareth geboren kerkvader: ,,De afgelopen drie jaar heeft het geweld honderden Israëlische en duizenden Palestijnse slachtoffers geëist, huizen zijn vernietigd, bomen zijn uit de grond gerukt en militaire controleposten hebben van elke Palestijnse stad en dorp grote gevangenissen gemaakt. Het ergst van al is dat de opofferingen helemaal voor niets zijn geweest: de Israëliërs voelen zich niet veiliger en de Palestijnen eisen nog altijd vrijheid en land.''

De pelgrims uit Israël, Indonesië, de Filippijnen, Nigeria, Frankrijk, Duitsland en Spanje hield hij voor dat ,,de scheidingsmuur een nieuwe bron van kwaad is, die grote materiële en psychologische schade toebrengt aan het Palestijnse volk.'' Het grootste infrastructurele project in Israëls geschiedenis, kosten twee miljard dollar, is ,,in strijd met de wil van God, omdat het Zijn Bedoeling is dat hier joden, moslims en christenen samen leven.'' De talrijke christelijke Palestijnen knikten devoot instemmend, maar of de homilie voldeed aan de verwachtingen van de verre gekomen Aziatische pelgrims, mocht worden betwijfeld. Een Franse non, Marie-Thérèse Beaufrère uit Vittel, fluisterde dat zij het in elk geval ,,veel politieker en Arabischer'' vond dan verwacht.

Zij had het kunnen weten. Irenische kerstsfeer is al jaren niet meer het kenmerk van het omsingelde, kleurloze Bethlehem, waar voor de intifada alleen al op kerstavond 50.000 tot 80.000 bezoekers toestroomden. Anno 2003 hebben slechts 1.200 pelgrims de tocht naar de geboorteplaats van Jezus gewaagd. De militaire grens op de weg van en naar Jeruzalem is opengesteld, om 24 uur later, na de aanslag in Tel Aviv, weer hermetisch dicht te gaan. Vrede duurt nooit lang in Palestina.

Op het Plein van de Kribbe, waar posters van Arafat tussen de kerstlampjes hangen, de Melkgrotstraat en de zesde eeuwse, krap bemeten toegang tot de Geboortekerk, domineren Palestijnse militairen in blauw-grijze camouflagepakken en vierkant uitgevoerde agenten in burger. De talrijke verkopers van `Merry Christmas'-buttons en bijbelse figuren van olijfhout en paarlemoer, weten al drie jaar dat ,,de vercommercialisering van het kerstfeest'' in Bethlehem geen brandende kwestie is.

Dat is wel de ,,scheidingsmuur'', hier aangelegd na reeksen van zelfmoordaanslagen in Jeruzalem en het officieuze thema van de kerstmissen. Als Jozef en zijn verloofde Maria anno 2003 na het registratie-decreet van keizer Augustus de tocht van Nazareth naar Bethlehem zouden moeten maken, dan zouden zij langs twaalf militaire controleposten moeten, waarvan twee behoren tot de afscheidingsbarrière. De herders, die in de buurt van de grot in het veld bij hun kuddes overnachtten, zouden alle alarmbellen van het Israëlische leger hebben doen overgaan. En hoe Maria het kindeke Jezus een week na zijn geboorte naar Jeruzalem had moeten brengen om Hem volgens de wet van Mozes te laten reinigen door een zekere Simeon, zou een raadsel zijn geweest.

Linda Jaraysich, verpleegster in de buurtkliniek, weduwe, alleenstaande moeder van twee zoons, woont in Beit Sahour, aan de rand van het veld waar de herders lagen bij nachte. ,,Onze patiënten kunnen alleen naar de ziekenhuizen in Jeruzalem als zij over speciale papieren en brieven beschikken. Wij leven hier in een grote gevangenis'', vertelt zij. De laatste keer dat zij als Grieks-orthodoxe in de Heilig-Grafkerk kon bidden, was vijf jaar geleden. Haar echtgenoot zat negen jaar in een Israëlische cel wegens het lidmaatschap van het kleine, maar gewelddadige Volksfront voor de bevrijding van Palestina. Hij verdronk na zijn vrijlating voor de ogen van zoon Ahed in een vloedgolf bij Ein Gedi. ,,Ik mis Jeruzalem, ik mis mijn vrienden en familie. We kunnen er nooit meer naartoe. Het doet pijn dat ik mijn land niet meer ken. Het doet pijn om afgeblaft te worden bij checkpoints, het doet pijn als aan je wordt gevraagd waarom jij en je zonen geen Hebreeuws spreken'', zegt Linda, één van de vele Palestijnse christenen die in de knel zijn gekomen tussen de Israëlische bezetting en de oprukkende invloed van de islamitische Hamas die weinig tolerant staat tegenover moderne vrouwen zoals zij.

Linda Jaraysich woont in een verzorgd ogend, deels gereed appartementenblok, eigendom van de Grieks-Orthodoxe Kerk. De bouw is daags voor kerst door de Israëliërs stilgelegd in verband met de afscheidingsbarrière, die tussen Beit Sahour en de Israëlische nederzetting Ha Khoma komt te liggen. ,,Eerst kregen we opeens een kaart met de route van de muur toegesmeten en nu wordt ons prachtige appartementenblok niet afgebouwd. Waarom mogen zij wel mooi wonen en wij niet. Waarom mogen hun kinderen overal studeren en de onze niet?''

Zoon Ahed(18) zit in de hoogste klas van de Terra Sancta-school. Hij wil gaan studeren, liefst in Europa. Dat is niet alleen een kwestie van ambitie – ,,Ik wil studeren, ik doe niet aan politiek'' –, maar getuigt ook van praktisch inzicht. De universiteiten van Jeruzalem zijn onbereikbaar door de activiteiten van zijn dode vader, en door de muur. Zijn moeder, staande bij een plastic kerstboompje: ,,Ik keur de zelfmoordaanslagen niet goed, helemaal niet, maar ik begin er wel begrip voor te krijgen.''