`Ross bij prenatale screening in de fout'

Het standpunt van staatssecretaris Ross-Van Dorp (Volksgezondheid) over prenatale screening is in strijd met de gangbare interpretatie van de Wet op het bevolkingsonderzoek (Wbo). Dit zegt prof.dr. G. de Wert, hoogleraar ethiek van voortplantingsgeneeskunde en erfelijkheidsonderzoek aan de Universiteit Maastricht. De Wert was tot voor kort lid van de commissie die de Wbo evalueerde.

Ross zei onlangs nieuwe prenatale testen niet aan te willen bieden aan vrouwen jonger dan 36 jaar. Wel zouden alle zwangere vrouwen hierover geïnformeerd moeten worden. En als deze jongere vrouwen zelf om een test vragen kunnen zij die wel krijgen, mits ze daar zelf voor betalen. De Wert vindt dit inconsequent. Hij stelt dat het ongevraagd en systematisch informeren over prenatale testen gelijk staat aan het aanbieden ervan. En testen die worden aangeboden vallen onder het zogeheten vergunningplichtig bevolkingsonderzoek. Die vergunning is in de Wbo vastgelegd om mensen te beschermen tegen onderzoeken die hun gezondheid in gevaar brengen.

Het gevolg van het voornemen van Ross is volgens De Wert dat het ongevraagd informeren van mensen over prenatale screeningstesten en mogelijk andere testen, niet langer zou gelden als bevolkingsonderzoek. Een vergunning zou dan niet meer nodig zijn en vrouwen zouden niet meer beschermd zijn tegen vormen van prenatale screening die kwalitatief onder de maat zijn. Dat zou juridisch en ethisch onjuist zijn, aldus de hoogleraar.