Roker roker onruststoker

Op 1 januari wordt de volgende fase van de Tabakswet ingevoerd. Die wordt steeds strenger: roken op kantoor of perron mag niet meer. Vindingrijke fabrikanten zoeken naar wegen om toch hun producten aan de man te brengen. Voor verontwaardigde rokers is er een stichting en een meldpunt.

De tevreden roker wordt een onruststoker. Op kantoor even fijn een sigaretje opsteken? Op werkplekken zonder speciale rookcabine mag het vanaf 1 januari niet meer. Alleen in de buitenlucht, op het dak of voor de deur mag de roker nog vrijelijk opsteken. Tenzij hij bij Albert Heijn in dienst is. De supermarkt wil geen rokend personeel in werkkleding op de stoep. En wie in Rotterdam voor een kantoor een sigaret rookt, doet er goed aan een asbak mee te nemen. De boete voor het uittrappen van een peuk op straat (`milieumisbruik') bedraagt 46 euro, waarschuwde de politie eerder deze maand.

Rokers raken steeds meer in het defensief. De afgelopen maanden werden wekelijks nieuwe verboden afgekondigd. Een pitspoes in een Marlboro-shirtje op het circuit van Zandvoort? Het mag alleen nog als de kleding voorzien is van de waarschuwing `Roken is dodelijk'. Met een sigaretje wachten op een trein die te laat is? Alleen nog toegestaan op perrons zonder overkapping. Roken na een crematie? Uitgesloten, ook voor nabestaanden. En zelfs de met een sigaret in de mond geboren voetbalcoach mag langs de lijn niet meer de spanning van een Europa-Cupwedstrijd wegpaffen. De Europese voetbalbond eist voortaan een rookvrije trainersbank.

Rokers klagen over een heksenjacht en beschuldigen de overheid van bedilzucht. Voor de Stichting Rokers Belangen is de maat inmiddels vol. Deze consumentenorganisatie bombardeert Kamerleden met protestmails wegens de accijnsverhoging die tabaksartikelen met ingang van 1 februari zo'n 20 procent duurder maakt. En voor rokers in het verdomhoekje opende de stichting onlangs het Meldpunt Rokersdiscriminatie.

Op veel fronten schiet de overheid door, zegt Coert van Hasselt, directielid van British American Tobacco (BAT) Nederland, dat in het Gelderse Zevenaar jaarlijks 29 miljard sigaretten produceert. ,,Zo'n discussie over wel of niet roken op overdekte perrons, ik volg het met verbazing. Over de Tabakswet is duidelijk onvoldoende nagedacht. De verboden zorgen voor veel onnodige onrust in psychiatrische inrichtingen en de thuiszorg.''

Dat veel rokers zich langzamerhand een paria voelen, kan de tabaksfabrikant zich goed voorstellen. ,,De huidige polarisatie is helemaal niet nodig'', zegt Van Hasselt. ,,30 procent van de Nederlanders rookt nog altijd. Aan de belangen van die mensen kan je niet zomaar voorbijgaan. In redelijkheid zijn overlastproblemen meestal heel goed op te lossen.''

Dat klinkt nog als `Samen lossen we het op', de oude leus van de tabaksindustrie. Maar die slogan staat door het repressieve beleid van de overheid al jaren onder druk. Centrale doelstelling in het ontmoedigingsbeleid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is vermindering van het percentage rokers. Dat betekent in de praktijk: minder jongeren die beginnen met roken en méér rokers die stoppen.

Voorlopig werkt het: de afgelopen vier jaar daalde het aantal rokers in Nederland met 4 procent tot zo'n vier miljoen. Het streven is in 2006 het percentage rokers met nog eens 5 procent terug te brengen.

In april 2002 nam de Eerste Kamer de Tabakswet aan. Daarin zijn allerlei verboden vastgelegd die gefaseerd werden ingevoerd. Een jaar geleden ging bijvoorbeeld al het algehele reclameverbod voor tabaksproducten in. Met ingang van 1 januari 2004 krijgen de niet-rokers een betere bescherming. Iedere werknemer heeft recht op een rookvrije werkplek. Ook moeten bus-, trein- en taxipassagiers voortaan rookvrij kunnen reizen. En er gelden strengere regels voor de samenstelling van tabaksproducten (zie kader).

Maar al worden de mazen in de wet steeds kleiner, de industrie blijkt keer op keer buitengewoon inventief in het omzeilen van de verboden. Het is bij tabaksreclame net als bij water dat door een vergiet loopt. Als je een gaatje dichtdrukt, stroomt het harder door andere. ,,In de industrie werken zeer creatieve mensen die niks anders doen dan nadenken over manieren om tabaksproducten te promoten'', zegt Trudy Prins, directeur van Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro), een door de overheid gesubsidieerd expertisecentrum voor tabakspreventie.

Moeiteloos geeft Prins voorbeelden van die inventiviteit. Ze noemt de zes Javaanse Jongens eetcafés en het muziektijdschrift Samsonic, die beide een duidelijke relatie hebben met shagmerken en zich richten op de doelgroep van deze producten. Het zijn strategische methoden om merknamen te kunnen blijven promoten, zegt Prins, vergelijkbaar met de kledinglijnen van Camel en Marlboro en de golfballetjes van Dunhill.

Ook noemt Prins de gratis Boemerang-kaarten in cafés met cowboyvoorstellingen en de waarschuwing `Roken is dodelijk' – volgens haar een knipoog naar het populairste sigarettenmerk van Nederland. ,,De cowboy als Marlboro-icoon is er jarenlang ingeramd. Je hoeft maar een zadel of een lasso te laten zien en iedereen legt de link.''

Hoewel ze het niet met cijfers kan onderbouwen, is Prins ervan overtuigd dat de industrie zich het afgelopen jaar heeft ingespannen om het aantal tabaksspeciaalzaken in Nederland uit te breiden. ,,In veel pompstations worden opeens meer dan negentig merken verkocht. Bij die grens word je een speciaalzaak en mag je weer reclame maken.''

De directeur van Stivoro spreekt ook het vermoeden uit dat het roken in films en op televisie door de industrie wordt gestimuleerd. ,,Mij irriteert het als in een gesubsidieerde kinderfilm als Ja Zuster, Nee Zuster wordt gerookt. Afgelopen zomer publiceerde The Lancet een onderzoek waaruit blijkt dat wat kinderen zien in films van invloed is op hun rookgedrag. Ook is duidelijk geworden dat in films bovengemiddeld veel gerookt wordt en dat de tabaksindustrie dat betaalt.''

Van Hasselt van British American Tobacco haalt zijn schouders op over de beschuldigingen. Dat de tabaksindustrie het roken in films stimuleert, is volgens hem onjuist. Meer tabaksspeciaalzaken? Het is de fabrikant niet opgevallen. ,,Zonder concrete bewijzen moet ik alleen maar lachen om zulke beschuldigingen. Wij houden ons aan de regels.''

Dat fabrikanten behendig zijn in het buigen van de regels, zegt Prins, blijkt uit de wijze waarop met de reclameregels wordt omgesprongen. Kijk, zegt ze, naar de circuits van Assen en Zandvoort, die nog tot 2006 gevrijwaard zijn van de ban op reclame. ,,Het kan niet toevallig zijn'', zegt Prins, ,,dat een half jaar na de reclameban op sigaretten voor de Marlboro Masters op Zandvoort opeens zo buitensporig veel reclame en zendtijd was ingeruimd.''

En neem de woestijnrally Parijs-Dakar, die op nieuwjaarsdag voor de 26ste keer van start gaat. Gauloises sponsort diverse teams, onder andere de truckteams van de transportondernemers Jan en Gerard de Rooy. Op de zijkant van hun vrachtwagens staat bij de start in koeienletters Go!!!!!! Pas in Afrika, waar de Europese regels niet gelden, verdwijnen de stickers die de sponsornaam bedekken. Om ook in Nederland verzekerd te zijn van veel publiciteit nodigt de fabrikant journalisten uit. De afgelopen twee jaar reisden twee landelijke ochtendkranten en het persbureau ANP op kosten van Gauloises door de woestijn.

De rally behoort tot de bright market, het terrein waar nog vrijelijk reclame mag worden gemaakt. Een buitenkansje, zegt Bruno Germain Thomas, het hoofd van de sigarettendivisie van Altadis, de fabrikant van Gauloises. ,,In Paris-Dakar kunnen we nog aan image building doen'', verklaarde de Fransman begin dit jaar in Egypte bij de finish van de 25ste Dakar-rally. ,,Het mes snijdt aan twee kanten. Wij kunnen de bekendheid van ons merk daarmee kracht bijzetten. Tegelijk helpen wij jonge rijders met het verwezenlijken van hun droom. Tabakssponsoring is goed voor de autosport.''

Dat fabrikanten geen reclame meer mogen maken, noemt Germain Thomas idioot. ,,Adverteren hoort bij het leven.'' En wat als Gauloises na 2006 ook in Parijs-Dakar niet meer welkom is? ,,Daar hebben we al over nagedacht. Het is nog te vroeg om te vertellen wat we dan gaan doen. Maar één ding is zeker: we zullen nieuwe wegen vinden. We verleggen onze investeringen richting de handel.''

Het recht op een rookvrije werkplek dwingt in Nederland ook veel bedrijven tot het vinden van nieuwe wegen. De horecasector heeft van minister Hoogervorst al uitstel gekregen voor invoering van het antirookbeleid. Barkeepers en kelners hebben voorlopig nog geen recht op een rookvrije werkplek. En zo zijn er meer grijze gebieden. Kan een privé-chauffeur bijvoorbeeld eisen dat zijn werkgever op de achterbank geen sigaar opsteekt? Prins maakt zich niet zo'n zorgen: ,,Het draagvlak voor de nieuwe regels is groot. Niet-roken is de norm geworden.''

Het roken op televisie zal ook verdwijnen, verwacht Prins. Voetbalanalist Johan Derksen die altijd sigaren zit te roken bij de sportprogramma's van RTL – het mag vanaf 1 januari volgens haar niet langer. ,,Die cameramensen van RTL hebben ook recht op een rookvrije werkplek.'' Een woordvoerder van RTL laat weten dat de zender niet van plan is Johan Derksen iets te verbieden. ,,De studio is wat ons betreft geen werkplek.''

Het Amsterdamse marketingkantoor van British American Tobacco Nederland wordt met ingang van 1 januari evenmin helemaal rookvrij, vertelt directielid Coert van Hasselt. Van de 120 werknemers bleken er na intern onderzoek drie prijs te stellen op een rookvrije werkplek. Deze drie medewerkers kregen een eigen kamer. Ook de liften en gangen zijn rookvrij, net als een deel van de kantine. In vergaderruimtes kunnen niet-rokers met behulp van een bordje eisen dat er niet gerookt wordt. ,,Daarmee voldoen we volgens ons aan de criteria'', zegt Van Hasselt. Voor de zekerheid vroeg hij het ministerie van VWS in het voorjaar om een reactie op deze interpretatie van de nieuwe regels. Zijn brief bleef tot op heden onbeantwoord, zegt Van Hasselt. ,,We zitten vlakbij Schiphol. De lucht op ons kantoor is zoveel schoner dan buiten, echt een verademing.''

Trudy Prins van Stivoro schampert over de wijze waarop British American Tobacco de Tabakswet toepast. ,,Het mag niet. Het recht op een rookvrije werkplek is niet iets wat iemand moet claimen. Het geldt voor alle werknemers, ook de rokers. Vroeger of later krijgen ze controle en is BAT aan de beurt.''

De directeur van het voorlichtingsbureau noemt het een typerende reactie. ,,De tabaksfabrikanten doen welbewust steeds dingen die op of over de grens zijn. Ze tergen de overheid door almaar dingen te bedenken om het ambtelijk apparaat bezig te houden. Zoals ze nu die regels over de rookvrije werkplek uitleggen, dat is toch gewoon slecht werkgeverschap?''

    • Arjen Ribbens