Productiviteit moet veel meer aandacht krijgen

Het kabinet verdient alle steun bij het gezond maken van de economie. Minder regelarij, meer innovatie en verlaging van de loonkosten per eenheid zijn hiervoor onontbeerlijk. Op korte termijn is loonmatiging wellicht het juiste middel, al is het maar om iedereen eens wakker te schudden dat Nederland moet concurreren.

Er is echter één thema dat nauwelijks aandacht krijgt terwijl dat een minstens zo groot effect kan hebben: productiviteitsverhoging. Ondanks de soms bemoedigende statistieken moet op dat terrein nog veel gebeuren om onze concurrentiepositie te verbeteren.

Productiviteit is nauwelijks een thema in de politiek, het overleg tussen werkgevers en werknemens, of het bedrijfsleven zelf. Als er al over gepraat wordt, ontstijgt het nauwelijks het niveau van de arbeidstijdenwet. Hier ligt echter niet het probleem. Onderzoek in honderden Europese ondernemingen heeft uitgewezen dat tussen 40 en 60 procent van de arbeidstijd geen toegevoegde waarde heeft. Het gaat hierbij niet om pauzes en toiletbezoek maar om zaken zoals: wachten, verkeerde instructies, zaken opnieuw moeten doen, etc. Niemand hoeft harder te werken maar de inefficiënties moeten uit het systeem.

Het ministerie van Economische Zaken zou een faciliterende rol moeten spelen en niet de gebruikelijke vergadertijgers, maar mensen die echt weten wat er gebeurt zou men mee moeten laten denken.