Op zoek naar emotie

16.000 kandidaten voor Idols. Dat is ongeveer een op de honderd tieners en wat daar net boven zit. Allemaal willen ze zingen en beroemd worden. Een procent is misschien zo muzikaal dat je dat andere oren dan die van naaste familieleden kunt aandoen en weer een procent daarvan zal echt `doorbreken', zoals dat zo mooi heet. Vanmiddag zag ik bij Albert Heijn nog Jim de net niet prijswinnaar van Idols vorig jaar meer dan levensgroot in een bak met Snickers staan. Zijn cd kreeg je erbij.

Je hoeft er niet op neer te kijken. Toen Mozart als kind voor het stadhouderlijke hof in Den Haag kwam spelen, was hij ook het lievelingetje van de stad en Eline Vere kocht honderd jaar later stiekum het portret van een mooie zanger uit de opera in Den Haag. De gillende meisjes bij het optreden van het nieuwste jongensgroepje staan niet ver af van de `bravo' roepende mannelijke fans van Cecilia Bartoli vorige maand in het Concertgebouw. 120 Euro voor een kaartje en het was tot de laatste plaats uitverkocht. Echt niet alleen voor de muziek, want die is voor een fractie van dat bedrag op cd te krijgen. Dat is fijn, maar daar krijg je geen tranen van in de ogen. Muziek is altijd meer geweest dan geluid. Degene die muziek maakt ook meer dan een goed ambachtsman. Naast de bewondering voor het kunnen is er in de beste gevallen ook de dankbaarheid over het vermogen te ontroeren, ons gevoel te raken. Van zo iemand moet je wel houden en daar wil je je ook mee identificeren.

Muziek is emotie, maar op een bijzondere manier. Het roept emoties op en verandert onze stemming, maar het geeft emoties ook weer op een manier die meer als van onszelf herkenbaar is dan wanneer we er zelf uitdrukking aan proberen te geven. Dat geldt zeker als de emotie ook met een ander te maken heeft, als het gaat om liefde, haat, lust, schuld of vroomheid. Ook wie zelf gevoelsmatig in Madurodam leeft en dat geldt voor de meesten van ons – laat zich door een zanger graag groots meeslepen naar een wereld waar gevoelens hele zalen kunnen vullen.

Daarom is opera zo populair en daarom is een film zonder muziek een kille bedoening, die nooit het arthouse-circuit voorbij komt. De echte kenner van een genre heeft altijd moeite met de emotie, want die staat zijn object van studie in de weg. De echte criticus daarentegen is als vertegenwoordiger van het publiek juist op zoek naar de emotie en daarom moet hij subjectief komen luisteren en kijken. Het gaat hem niet om de partituur, maar om de interpretatie.

Nooit is er zoveel muziek geweest als nu. We staan daar zelden bij stil, omdat het zo vanzelfsprekend is geworden.

Het is nog niet zo lang geleden dat de omroepbijdrage per radio werd geheven, nu weten de meeste mensen niet eens meer hoeveel radio's ze hebben. Gemiddeld per kamer toch wel een, dan natuurlijk in de keuken en de badkamer, in de auto, een draagbare voor op de camping, een `oortje' voor bij het sporten, en ten slotte nog een paar die niet meer gebruikt worden. Voeg daar nog eens de cd-en dvd-spelers aan toe, inclusief die in de computer geïntegreerd zijn, en probeer eens na te rekenen om hoeveel uur muziek dat per week gaat. En wat voor muziek, in ieder genre is in het `tijdperk van de reproduceerbaarheid', zoals Walter Benjamin het in de tijd van de grammofoon al noemde, alles verkrijgbaar en voor iedereen de beste uitvoering de standaard geworden.

Een eeuw geleden was in het betere burgerhuishouden de piano het enige muziekinstrument en daar werd gemiddeld weinig en slecht op gespeeld. Voor de kleine luyden kwam er het harmonium, de katholieken hadden de harmonie en de arbeiders de blokfluit. Er werd natuurlijk ook gezongen, maar of iedereen ook inderdaad in de tijd voor Hilversum III zo mooi `zijn eigen lied zong', zoals Herman van Veen ons wil doen geloven, mag toch betwijfeld worden. Frisia non cantat.

Levende muziek, want dat was het vroeger toch hoofdzakelijk, is nog steeds iets bijzonders. Het is naar verhouding ook erg duur geworden en meestal minder van kwaliteit dan op cd te vinden is. Dat wordt binnen zekere grenzen ook helemaal niet erg gevonden. In een zaal naar een orkest of een zanger luisteren, dansen op `echte' muziek, meezingen in een koor of meeklappen op de maat is een beleving van een andere orde dan huiswerk maken of de krant lezen met muziek aan.

Levende muziek wordt meestal gezamenlijk ondergaan en het luisteren naar of het meegaan met de muziek is ook zelf de hoofdzaak geworden. Dat kan in het Concertgebouw leiden tot een zaal, waar plotseling niemand meer hoeft te hoesten en bij een popconcert tot een extatisch groepsgevoel dat de muziek zelfs overmeestert en onhoorbaar maakt.

In beide gevallen gaat het om het bereiken van een verhoogde staat van intensiteit in het gevoel, die heel even collectief als geluk beleefd wordt. Als antwoord op het orkest of het koor dat door veel oefenen gezamenlijk één geluid weet voort te brengen, wordt in het publiek bij iedereen individueel hetzelfde gevoelsakkoord aangeslagen. Het applaus bevestigt als teken van dank symbolisch de geslaagde weerspiegeling in de zaal van de muzikale eenheid op het podium.

Muziek meer dan film is de expressievorm van de moderne wereld. Zou dat nu alleeen een gevolg van de gemakkelijke reproduceerbaarheid zijn of gaat het toch om de behoefte aan een gevoelsmatig contrapunt in een wereld die als rationeel en bureaucratisch beleefd wordt? Muziek die juist het tijdsbeeld probeert te verklanken de moderne serieuze muziek is veel minder geliefd dan de muziek die zich er tegen afzet of zich er helemaal aan onttrekt.

Muziek is ook bij uitstek verbonden geraakt met de jeugd. Zij kopen muziek, bezoeken de concerten en vernieuwen het repertoire. Wat bij de komst van iedere nieuwe generaties opvalt is dat de echt `eigen' muziek rauwer en ruwer, in ieder geval intenser, dwingender en tribaler wordt. Misschien is dat ook wel logisch, als je denkt aan het contrast tussen de hormonale Sturm und Drang van de gemiddelde adolescent en de cerebrale wereld waarin ze geacht worden hun toekomst zeker te stellen. Op de stoelen van de computerzalen van de scholen en universiteiten zitten kleine vulkaantjes van energie doodstil, alleen hun ogen en vingers te bewegen. Biologisch is dat wat weinig en het verbaast me niks dat daar vaak zo'n behoefte aan explosieve muziek bestaat. Die kan dan ook niet wat zachter.