Muziekvoorkeuren vallen in vier clusters uiteen

De meeste mensen kunnen zo'n veertien verschillende muzikale genres onderscheiden, maar uit nadere analyse van de voorkeuren van ruim 3.000 proefpersonen blijkt dat de genres in vier duidelijke clusters zijn in te delen. Wie van een van de genres in een cluster houdt, heeft meestal ook een voorkeur voor een ander genre uit dat cluster, maar niet voor genres uit een ander cluster. Voorkeur voor een bepaald cluster blijkt ook samen te gaan met bepaalde persoonlijkheidskenmerken. Het is voor het eerst dat over de hele breedte van het muziekspectrum is gekeken naar muziekvoorkeuren (Journal of Personality and Social Psychology, juni 2003).

De twee onderzoekers, psychologen van de University of Texas in Austin, hebben de vier clusters op grond van psychologische kenmerken van de liefhebbers namen gegeven: `Bedachtzaam en complex' (blues, jazz, klassiek en folk), `Intens en opstandig' (alternative, rock en heavy metal), `Opgewekt en conventioneel' (country, pop religieus en sound tracks) en `Energiek en ritmisch' (rap/hiphop, soul/funk en electronica/dance). Tussen de clusters is weinig gedeelde voorkeur, alleen tussen Opgewekt en Energiek enigszins. Bij nader onderzoek bleek verder dat de Intensen duidelijk van snelle muziek houden, de Bedachtzamen van langzame, de Energieken van matige tempo's. De Bedachtzamen hadden het minst met zang, de Intensen nog het meest. Ook is gekeken naar de gezongen teksten. Bij de Bedachtzamen was die het meest complex en bij de Intensen het meest negatief van toon. Bij de Energieken waren de teksten onemotioneel en bij de Opgewekten (inderdaad) het meest positief en het eenvoudigst en meest direct.

De psychologen Peter Rentfrow en Samuel Gosling hebben daarnaast gekeken naar persoonlijkheidskenmerken die bij bepaalde soorten muziek horen. Over die relatie was al wel wat bekend. Eerder deze maand verklaarde de Amsterdamse hoogleraar popmuziek Tom ter Bogt nog in zijn oratie dat een monomane voorkeur voor heavy metal muziek een duidelijke indicatie was voor psychische problemen. En ook Rentfrow en Gosling citeren onderzoek waaruit zou blijken dat liefhebbers van sterk activerende muziek (heavy metal, dance, rap, rock) vaker een antisociale persoonlijkheid hebben en vaker sensatie zoeken, dit in tegenstelling tot liefhebbers van sound tracks en religieuze muziek. Zelf vonden Rentfrow en Gosling een groot aantal verbanden. De Bedachtzamen waren opener voor nieuwe ervaringen, gaven zichzelf een hogere intelligentie en waren politiek linkser dan de rest. De Intensen scoorden helemaal niet hoger op neurotisch gedrag of onaangenaamheid. Ze waren wel nieuwsgieriger, lichamelijk actiever en ze hielden van risico. De Opgewekten waren inderdaad opgewekter, gezelliger en betrouwbaarder. De Energieken praatten graag, waren vergevingsgezind en zagen zich als lichamelijk aantrekkelijk. Rentfrow en Gosling vinden het opmerkelijk dat emotionele persoonlijkheidskenmerken weinig blijken samen te hangen met muziekvoorkeur.

    • Hendrik Spiering