Moslimmama's

Iedereen heeft een mening over de wijze waarop Marokkaanse vrouwen hun kinderen opvoeden. Hun echtgenoten, hun schoonmoeders, wethouders, ministers, premier Balkenende. Naar wie moeten ze luisteren? Hoe vinden ze zelf dat ze hun dochters en zoons grootbrengen? `De oudste wilde een fiets. Ik zei: vraag maar aan je vader. Maar die zei: ga er maar een stelen.'

De kinderen van Khadija (26) mogen niet alleen van school naar huis lopen. Ze mogen ook niet alleen naar de speeltuin of de bibliotheek. Khadija heeft twee zoons, van negen en zes, en een dochter van vier. ,,Maar wat als Ibrahim veertien is?'', zegt ze. ,,Gaat hij dan zeggen: ik ga toch naar buiten?''

Suad Sabbane (36) weet waarom Marokkaanse jongens crimineel worden. ,,Ze krijgen geen aandacht van hun ouders, ze kunnen niet met hun problemen bij hen terecht.'' En ze ziet, zegt ze, dat Marokkanen de kinderbijslag vaak gebruiken voor een nieuwe verdieping op hun huis in Marokko. ,,De jongens denken: ik kom zelf wel aan mijn Nikes. De ouders zijn blij dat ze er vanaf zijn.''

Touria Belkhyatte (41), opvoedkundige in een buurthuis en bij twee huisartsen, zit krom en met haar armen voor haar buik op de bank in haar woonkamer. Ze doet voor hoe Marokkaanse moeders iedere dag zitten te wachten of hun zoons wel thuis komen. ,,En dan komt hun man binnen'', zegt ze. ,,En die schreeuwt: jíj had hem moeten opvoeden.''

Houria Benjeloun (45) kan 's nachts soms niet slapen van de zorgen om haar dochter. Die wil volgend jaar, als ze van de basisschool komt, naar het gymnasium. ,,Welke Marokkaanse jongen gaat nog met haar trouwen?''

De oudste zoon van Malika (43) is verslaafd aan drugs. In 2000 zat hij zes maanden in de gevangenis, omdat hij had gevochten met de politie. Malika huilt vaak als ze over haar vijf kinderen vertelt. ,,Ik heb van alles geprobeerd'', zegt ze. ,,Maar ik heb ook fouten gemaakt.''

Premier Balkenende bracht begin december een bezoek aan Kanaleneiland, een wijk in Utrecht waar veel Marokkanen wonen. Hij wilde met Marokkaanse vrouwen praten over de opvoeding van hun kinderen. Het ging over normen en waarden in Nederland. Andere politici, en bestuurders, maken zich ook zorgen. De laatste maanden hebben ze van alles voorgesteld. Een deel van de VVD zou als het kon zwarte scholen verbieden, en in ieder geval islamitische scholen. De Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk, van de PvdA, zei vorige week dat hij niet alleen van islamitische, maar ook van christelijke en joodse scholen af wil. Hij vindt dat er alleen nog gemengde openbare scholen mogen zijn. D66 heeft voorgesteld dat criminele Marokkaanse jongens in hun eigen wijk worden berecht – sneller en effectiever. En minister Verdonk van Integratie vindt dat het tijd wordt om Marokkaanse ouders aan te spreken op het gedrag van hun kinderen. Op televisie zei ze dat de ouders moeten gaan betalen voor de vernielingen die Marokkaanse jongens aanrichten. Als het nodig is, zei ze, moeten die ouders maar een lagere uitkering krijgen. Ze hadden hun kinderen moeten leren wat wel en niet mag in Nederland.

Wat zeggen Marokkaanse vrouwen zelf?

Geweer in handen

Marokkaanse vrouwen praten niet graag over de opvoeding van hun kinderen. Ze schamen zich dood, zeggen ze, voor Marokkaanse jongens die oude mensen pesten, bushokjes vernielen, winkeliers beroven. Ze zijn het, zeggen ze, ook niet gewend om met buitenstaanders te praten – waar het ook over gaat. Dat doet hun man. Vaak duurt het uren voordat ze durven te zeggen hoe moeilijk ze het zelf vinden om kinderen op te voeden, in een land waar ze niet zijn geboren en dat ze nauwelijks kennen, omdat ze niet verder komen dan de school van de kinderen en de supermarkt. Het duurt nóg langer voordat ze willen praten over de problemen die ze met hun kinderen hebben.

De elf vrouwen die voor dit verhaal zijn geïnterviewd komen uit Amsterdam-Noord en Amsterdam-West, stadsdelen waar veel Marokkanen wonen. Ze waren op de inloopochtend van het vrouwencentrum in Noord, of ze hadden Nederlandse les in West. Sommige van hen wilden wel thuis verder praten. Anderen deden dat niet, omdat hun man dat niet goed vond. Dan praatten ze op een bankje in het winkelcentrum, of tussen de middag op de school van hun kinderen, waar ze overblijfmoeder zijn.

,,Je moet nog een kind doen'', zegt Houria Benjeloun op de creatieve ochtend in het vrouwencentrum tegen Khadija – die niet met haar achternaam in de krant wil. Ze versieren kaarsen met gekleurde stukjes plastic.

,,Nee'', zegt Khadija. ,,Drie kinderen is genoeg.''

,,Jawel'', zegt Houria. ,,Je moet nog een meisje doen. Eén meisje is zielig.'' Zelf heeft Houria alleen haar dochter. Ze heeft vier miskramen gehad, en daarna was ze te oud.

,,Dat is waar'', zegt Khadija. ,,Een meisje kan niet met jongens spelen.'' Ze doet alsof ze een geweer in haar handen heeft en schiet. ,,Jongens zijn altijd druk. Meisjes zijn lief.''

Khadija was twaalf toen haar moeder overleed, in het kraambed. Daarna kreeg ze een stiefmoeder, en toen mocht ze opeens niets meer. Ze woonde in een dorp in het zuiden van Marokko. Ze trouwde op haar zestiende, met een Marokkaanse man die twaalf jaar ouder was dan zij en in Nederland woonde. Hij was al een keer getrouwd geweest, met een Nederlandse vrouw. Maar dat was niet goed gegaan. ,,In Nederland'', zegt Khadija, ,,was ik overal bang voor. Ik vond alles moeilijk.'' Ze is nog steeds bang, zegt ze. Voor verkrachtingen, ontvoeringen. Maar ook voor wat haar kinderen zelf kunnen gaan doen als er geen volwassenen bij zijn. ,,Ik ken vrouwen die kinderen van vier al alleen op straat laten. Vriendinnen zeggen: jongens horen buiten te spelen.''

Na de geboorte van haar eerste zoon kwam haar schoonmoeder uit Marokko om haar te leren hoe ze de baby moest verzorgen. ,,Dat ging niet goed, want er was ook een kraamzuster. Mijn schoonmoeder zei: je moet geen borstvoeding geven, je bent veel te mager. De kraamzuster zei: jij moet zelf beslissen. Mijn schoonmoeder werd boos.'' Khadija gaf de fles en de borst – toen was iedereen tevreden.

Ze begon thuis Nederlands te spreken toen de jongen naar school ging. ,,Daar mocht hij geen Arabisch praten. Hij zei: waarom moet ik thuis dan wel Arabisch praten?'' Haar tweede zoon en haar dochter spreken nu beter Nederlands dan Arabisch, zegt ze. Soms heeft ze daar ruzie over met haar man. Die spreekt beter Arabisch. ,,Maar ik vind: hij praat nooit veel. En ik voed de kinderen op.'' Ze heeft soms ook ruzie met haar schoonzuster en zwager, de broer van haar man. Die wonen ook in Nederland, ze hebben één dochter, en ze vinden het raar dat Khadija nog steeds op Nederlandse les zit, dat ze peuterleidster wil worden, dat ze kan fietsen.

Twee jaar geleden volgde Khadija een opvoedcursus, samen met Houria Benjeloun. Ze leerde dat ze moest volhouden als ze tegen haar kinderen had gezegd dat iets niet mocht. Ze leerde ook om tegen de schoonfamilie te zeggen dat die niet van die dure cadeaus moesten kopen als de kinderen jarig waren. ,,Nu doe ik kleine feestjes'', zegt ze. ,,Mijn schoonzuster en zwager komen niet meer.''

Op maandag is Khadija overblijfmoeder op basisschool De Klimop in Amsterdam-Noord. Haar zoon Ayub van zes zit bij haar in de groep. ,,Zal ik helpen?'', vraagt hij als zijn moeder na het eten de borden afwast. Khadija zegt: ,,Nee, dat doe ik. Ga op je stoel zitten.'' Ayub gaat zitten, maar staat meteen weer op. Hij rent door het lokaal met de andere jongens. De meisjes zitten te kleuren. Tegen hen zegt Khadija: ,,Jullie zijn schatjes.''

De jongens moeten naar buiten, vindt ze. Of naar de gymzaal. Maar de gymzaal is vol, en naar buiten mogen ze niet. De zandbak is nat en dan gaan de moeders klagen dat de kinderen vies uit school komen. ,,Dat doe ik zelf ook'', zegt Khadija. Ze zegt nog een keer tegen de jongens dat ze moeten gaan zitten. Dat doen ze. Maar even later rennen ze weer door de klas.

Pepermuntthee

Het was het idee van Houria Benjeloun om naar de opvoedcursus te gaan, in het buurthuis. Houria Benjeloun had het advies gekregen van het Riagg, waar haar man onder behandeling is. Haar man, Mohammed Cohen (53), heeft suikerziekte, maar hij is ook erg somber. Bij het Riagg klaagde hij dat zijn dochter, nu elf, zo vaak boos was. ,,Mijn dochter moest komen'', zegt Mohammed Cohen. ,,En toen zei die vrouw van de Riagg dat alles goed met haar was. Maar wij moesten anders met haar doen.''

Mohammed Cohen is erbij als Houria Benjeloun over de opvoeding van haar dochter vertelt. Ze zitten op de bank in hun huiskamer, met op tafel zoete pepermuntthee en pannenkoekjes. Tussen de middag komt hun dochter, Fatima, even thuis uit school. Ze gaat ook op de bank zitten, rechtop, handen in haar schoot. Ze heeft een spijkerbroek met wijde pijpen aan, in haar haar heeft ze twee staartjes. Ze vertelt dat ze juf of advocaat of dokter wil worden. Ze gaat al twee jaar iedere zondag naar de weekendschool voor Marokkaanse en Turkse kinderen – daar leert ze welke beroepen er zijn. ,,Ik moet eerst de Cito-toets doen'', zegt ze. ,,En dan moet ik 546 punten halen.''

,,Cito-toets?'', zegt haar moeder. ,,Wat is dat?''

Houria Benjeloun, de jongste van negen kinderen, zorgde jaren voor haar zieke ouders, in Casablanca. Ze kon pas trouwen toen die dood waren. Ze ging nooit naar school. Ze kan niet lezen en schrijven, en daardoor is het moeilijk voor haar om Nederlands te leren. Haar zusters gingen wel naar school. Ze spreken Frans en Spaans. Eén is lerares op een middelbare school, en één is lerares op een hogeschool – allebei in Marokko. Een derde zuster werd stewardess, maar die mag niet meer werken van haar man. Zij woont in Nederland. ,,Ze heeft twee jaar gehuild'', zegt Houria Benjeloun.

Zelf huilde Houria Benjeloun ook veel toen ze net in Nederland was. Haar man werkte hier al jaren. Het ging pas wat beter met haar toen Fatima was geboren. Mohammed Cohen zegt: ,,Mijn vrouw houdt veel van kinderen. In Marokko paste ze altijd op de kinderen van haar broers en zusters.''

,,Opvoeden is leuk'', zegt Houria Benjeloun. ,,Maar hier is het moeilijk. Hier is alles anders.''

Fatima, zegt ze, wil samen met haar naar buiten – winkelen, naar de film, of gewoon wandelen. ,,Dat kan ik niet doen. De mensen gaan praten als we steeds op straat lopen.'' Fatima wil ook mooie kleren. Haar vader: ,,Ze is modern.'' Haar moeder: ,,Ze wil niet naar de Marca. Ze wil naar de goeie winkels. Maar ik zeg: we hebben geen geld. Je beugel kost ook 50 euro per maand.'' Ze pakt een tas van de V&D uit de kast. Daar zitten de kleren in die ze net voor Fatima heeft gekocht. Een kakibroek met wijde pijpen, een trui met capuchon, geborduurde cowboylaarzen. Mohammed Cohen: ,,Mijn vrouw koopt voor zichzelf nooit wat.''

Laatst was Houria Benjeloun toch met haar dochter naar de film gegaan – naar Polleke, over een Nederlands meisje en een Marokkaanse jongen, allebei twaalf, die verliefd op elkaar zijn. De Marokkaanse jongen krijgt daardoor problemen met zijn familie. Houria Benjeloun vond de film mooi, maar niet goed. ,,De jongen gaat het meisje kussen. Dat vind ik heel moeilijk.''

Een paar dagen na de film, zegt ze, hoorde ze Fatima 's avonds in bed huilen. ,,Ik ging naar haar toe, ik zei: Fatima, wat is er? Maar ze bleef huilen.'' Pas toen ze het nog een paar keer had gevraagd, vertelde Fatima dat ze met een spiegeltje naar zichzelf gekeken had, tussen haar benen. ,,Ze had een gaatje gezien, ze dacht dat ze geen maagd meer was.''

Houria Benjeloun kon die nacht niet slapen. ,,Ik dacht: ze loopt alleen naar school, wat is er gebeurd?'' De volgende dag had de assistente van de huisarts haar onderzocht. De huisarts zelf, een man, mocht van Fatima niet aan haar komen. Alles was in orde geweest. Houria Benjeloun was blij dat ze niet boos op haar dochter was geworden. Op de opvoedcursus, zegt ze, heeft ze geleerd dat ze met haar kind moet praten als er wat is.

Met pa bikini zoeken

Ilias, de zoon van Suad Sabbane, komt om kwart over twaalf thuis uit school. ,,Wat kijk je somber'', zegt zijn moeder. ,,Is er wat?'' En dan weet ze het. ,,Je hebt honger.'' Het is nog ramadan en Ilias probeert eraan mee te doen. Dat hoeft niet, hij is nog maar elf jaar, maar zijn vader wil het graag. Suad Sabbane zegt: ,,Je moet doen wat je zelf wil. Als jij honger hebt, moet je eten.'' Ilias, ribbroek met wijde pijpen, zijn haar omhoog, kijkt voor zich uit. Zijn moeder vraagt: ,,Wil je een frikadel?''

Suad Sabbane was leerplichtambtenaar. Ze stopte met werken toen haar tweede kind, Yasmin van drie, steeds ziek was en niet naar de crèche kon. Haar man heeft een autorijschool. Suad Sabbane leerde hem kennen omdat een vriendin van haar les van hem had. Ze hebben een eigen huis in Amsterdam-West, in de buurt van de schoonouders van Suad Sabbane. Maar ze komt nooit bij hen, en op straat groeten ze elkaar niet. ,,Omdat ik geen hoofddoek draag'', zegt ze. ,,Mijn man zei: doe het dan voor mijn ouders. Maar ik ga geen toneel spelen. Hij zei: of je doet het of ik ga weg.'' Hij ging weg en kwam na zes maanden terug. Suad Sabbane: ,,Ik ga niet onder een man zijn schoen leven.''

Suad Sabbane komt uit Casablanca, haar man uit het Rifgebergte. ,,In het Rifgebied denken ze dat mensen uit Casablanca drinken en geen schaamte kennen. Mijn man snapt er niks van dat mijn vader vroeger met mij meeging om een bikini uit te zoeken. Ik kon ook gewoon aan mijn vader vragen of hij een kopje thee voor mij maakte als ik ongesteld was.''

Als haar man vrij is, wil Suad Sabbane dat hij stofzuigt of schoonmaakt. ,,Hij zegt dan: jij had een Peter of een Jan moeten nemen. Maar hij doet het wel.'' Hij noemt haar ook weleens `kaaskop', om hoe ze de kinderen opvoedt. Zij vindt dat ze op tijd naar bed moeten. En als ze brutaal zijn, stuurt zij hen naar hun kamer. Híj gaat hen knuffelen of kietelen. Als hij 's avonds op hen past, gaan ze soms met hun kleren aan naar bed. Ze poetsen hun tanden niet. ,,Hij zegt dan: ze wilden niet.''

Suad Sabbane zegt dat het ,,altijd strijd'' is sinds ze kinderen hebben. ,,Maar ik doe echt niet zomaar Nederlanders na. Ik doe het zoals ik het thuis geleerd heb.'' Haar ouders lazen hun kinderen ook voor, haar vader kookte eten. Maar ze heeft ook bijgeleerd. Haar moeder stierf aan baarmoederhalskanker omdat ze niet met haar klachten naar een arts, een man, durfde te gaan. Dat zal Suad Sabbane niet overkomen. ,,Ik heb het er soms over met andere Marokkaanse vrouwen. Ze hebben de pil, maar ze willen liever een spiraaltje. Als hun huisarts een man is, houden ze de pil.''

Suad Sabbane vindt dat Marokkanen vaak weinig aandacht hebben voor hun kinderen. Ze hebben geen zin om hen voor te lezen of spelletjes met hen te doen. Ze weten, zegt ze, vaak niet eens op welke school ze zitten. Ze vragen hun kinderen ook niet hoe het was op school, of wat ze ná school hebben gedaan. ,,Ze praten niet met hen. Hoe kun je ze dan iets leren?'' Ze kent Marokkaanse kinderen van twee die tot elf uur 's avonds opblijven. Van wie de tanden verrot zijn. En ze kent kinderen die opeens thuiskomen met mooie, dure spullen of kleren. Hun ouders vragen dan niet hoe ze daaraan komen. ,,Als het misgaat met Marokkaanse kinderen, is het níet de schuld van die kinderen.''

Suad Sabbane denkt niet dat Marokkanen in Nederland over twintig of dertig jaar anders zullen denken dan nu, of zich anders zullen gedragen. ,,De jongens die hier opgroeien halen hun vrouw uit Marokko. Ze vinden Marokkaanse meisjes in Nederland veel te bijdehand.'' Suad Sabbane weet dat dat een probleem wordt voor de Marokkaanse meisjes in Nederland, en ook voor haar eigen dochter. Want Suad Sabbane wil, net als de andere vrouwen die voor dit verhaal zijn geïnterviewd, wel heel graag dat haar dochter met een Marokkaanse man trouwt. ,,In onze cultuur hoort dat zo. Bijvoorbeeld omdat je als moslim bepaalde dingen niet mag eten. Je mist ook veel. Je mist hoe het 's avonds is, tijdens de ramadan. Dat je met zijn allen soep eet. Of het schapenfeest. Dat je met je kinderen een schaap gaat kopen en in de rij moet staan om te wachten tot het geslacht wordt.''

Suad Sabbane is ook met haar kinderen naar de film Polleke geweest. Ze hoopte dat haar zoon zou snappen hoe moeilijk het is als een Marokkaanse jongen verliefd wordt op een Nederlands meisje. ,,Maar Ilias zei: doe normaal, jullie zijn heel anders dan de ouders van die jongen.''

Familie in de buurt

Touria Belkhyatte, opvoedkundige in een buurthuis in Amsterdam-Noord en bij twee huisartsen, heeft zelf een dochter van zestien en een zoon van veertien. Het meisje zit op het vmbo, de jongen gaat naar het vwo. Touria Belkhyatte is zes jaar geleden gescheiden. Ook bij haar begonnen de problemen met haar man toen de kinderen kwamen. ,,Mijn dochter mocht niks zeggen, ze moest op haar kleding letten. Het was alleen maar: mag niet, mag niet.''

Ze zou graag weer een man willen, zegt ze. Maar ze heeft met de kinderen afgesproken dat zij de regels blijft bepalen. In Marokkaanse gezinnen, zegt ze, gaat het vaak mis omdat ,,de vrouw de ene kant uit wil en de man de andere kant''. ,,En dan gaan de kinderen hun eigen gang.'' Marokkaanse vrouwen, zegt ze, denken dat ze genoeg opvoeden als ze hun kinderen te eten geven, naar school sturen en leren gehoorzaam te zijn. Ze zeggen dat het in Marokko ook zo gaat. En in Marokko gaan de kinderen ook pas naar bed als ze moe zijn. ,,Maar ik zeg: het leven in Marokko is anders. De familie woont in de buurt, iedereen bemoeit zich met de kinderen. En alle kinderen weten: als mijn vader van de moskee thuiskomt, gaan we eten en dan ga ik slapen.''

Vervolg op pagina 34

Moslimmama's

Vervolg van pagina 33

Marokkaanse vrouwen zijn bang, zegt Touria Belkhyatte. Ze weet zelf nog goed hoe ze zich voelde toen ze pas getrouwd was en in Nederland kwam. ,,Je spreekt de taal niet. Je hebt geen idee hoe de maatschappij in elkaar zit. En als je pech hebt, is je man ook bang en laat hij jou niet naar buiten gaan.'' Zelf liep ze na een paar weken weg, ze ging terug naar Marokko. Ze dacht: ik ga studeren in Casablanca. Maar toen ze als gescheiden vrouw op geen enkele opleiding werd toegelaten, kwam ze weer naar Nederland en trouwde met een man die ze leerde kennen op de opleiding voor sociaal en pedagogisch werk. Nu organiseert ze inloopochtenden, maar ze geeft ook cursussen. En bij de huisartsen praat ze met vrouwen die klagen over migraine, rugpijn, buikpijn, vermoeidheid. ,,Voor negentig procent is het psychisch.'' Ze probeert er in hun eigen taal achter te komen wat de echte problemen zijn.

En dan doet ze voor hoeveel Marokkaanse vrouwen in hun te kleine huis, met te veel kinderen en te weinig geld, iedere dag weer op hun zoons zitten te wachten. Van hun vader moeten de jongens om negen uur thuis zijn, maar die weten dat hun moeder toch wel open doet, ook als ze veel later zijn. Touria Belkhyatte: ,,Ik zeg: zo leer je je kinderen om stiekem te zijn.''

Marokaanse vrouwen, zegt ze, komen bij haar met problemen die ze hebben met hun kinderen van zes of acht. ,,Maar dan gaat het vaak om hun zoon van zestien.'' Ze zullen nooit zeggen: hij steelt, hij gebruikt drugs. Ze zeggen: hij is moe, hij heeft rode ogen, hij maakt ruzie, wat zou er met hem zijn? ,,Of ze zeggen: mijn dochter heeft dure kleren aan, ik weet dat ze ze niet kan betalen van het geld dat ze verdient.'' Touria Belkhyatte zegt dan tegen die vrouwen dat hun dochters eraan gewend zijn om te liegen. En dat dat komt omdat hun moeders altijd boos zijn.

Wat moeten die moeders dan doen? ,,Vragen hoe veel ze nou eigenlijk verdienen en of ze een rekeningafschrift mogen zien. Zeggen dat ze willen helpen als ze tekort komen. Duidelijk maken welke problemen ze kunnen verwachten als ze verkeerde dingen doen.'' En dat alles op een rustige toon, waardoor ze laten merken dat ze bereid zijn om te luisteren. En als Marokkaanse moeders zeggen dat zij toch geen Nederlanders zijn, zegt Touria Belkhyatte: de profeet vond ook dat kinderen aandacht nodig hebben.

Blijf-van-mijn-lijfhuis

Ze moest van school af toen ze zeventien was. Ze werd door haar ouders gedwongen om te trouwen en naar Nederland te verhuizen. Ze kreeg vijf kinderen. Haar man raakte verslaafd aan alcohol. Haar oudste zoon, 23, is nu verslaafd aan drugs. Malika (43), in een grijze djellaba, zit aan tafel in het vrouwencentrum in Amsterdam-West, naast het zaaltje waar Marokkaanse en Turkse vrouwen Nederlands leren. Ze wil niet met haar achternaam in de krant, uit angst voor die oudste zoon. Ze zegt steeds weer dat ze ,,fouten'' heeft gemaakt, maar ook dat ,,alle Marokkaanse jongens hetzelfde zijn''. Ze willen roken, mooie kleren, dure schoenen, ,,het is nooit genoeg''. Maar de regering heeft ook schuld, vindt Malika. ,,Marokkaanse gezinnen hebben te weinig geld. Ze kunnen geen computer kopen. De jongens hebben niks te doen, ze gaan naar buiten.''

Welke fouten maakte ze zelf? Ze zegt: ,,Wij Marokkanen maken ruzie naast de kinderen.'' Haar man sloeg de kinderen en hij sloeg haar. Malika ging een paar keer naar een blijf-van-mijn-lijfhuis. Maar ze ging iedere keer weer terug naar haar man, ze wist niet waar ze anders heen moest. Malika sloeg zelf ook, vooral haar oudste zoon. En ze schreeuwde tegen hem. ,,Dan wilde hij een fiets. Ik zei: vraag maar aan je vader. Maar die zei: ga er maar een stelen. Ik vond het erg dat ik hem niks kon geven. En dan werd ik boos.''

Na haar scheiding kreeg ze een kind van een Turkse man. Die was illegaal, hij vluchtte later naar België of Duitsland, Malika weet het niet precies. ,,Mijn oudste zoon zei: deze kleine jongen hoort niet bij ons, stuur hem weg. Toen besefte ik dat ik het fout had gedaan.'' Dat is nu vijf jaar geleden. ,,Ik zei: jongen, dat moet je niet steeds tegen mij zeggen.''

De oudste zoon is nu drieëntwintig. Hij heeft een uitkering. Af en toe werkt hij een paar dagen. Hij komt bij zijn moeder voor geld, en om te douchen. ,,Als ik zeg: daar moet je voor betalen, zegt hij: jij bent een gierige vrouw.'' De jongen heeft een keer een stoel naar haar gegooid, en hij slaat zijn broers en zijn zusje. Die broers zijn zeventien en dertien. Die van zeventien werd een paar keer van school gestuurd. ,,Hij heeft een lui oog en zijn nek staat een beetje scheef'', zegt Malika. ,,Zijn ogen zijn vaak rood. Mensen denken dat hij crimineel is en drugs gebruikt. Maar hij is heel rustig.'' De jongen van dertien zit op het vmbo. ,,Hij heeft het karakter van zijn oudste broer'', zegt Malika. ,,Ik wil niet dat hij naar buiten gaat. Hij zegt: ik wil naar buiten.'' Op straat vecht hij. ,,Andere jongen willen met hem vechten. Hij zit op kickboksen. Dan zeggen ze: jij bent toch kickbokser? Kom hier.''

Haar dochter van negentien luistert wel naar haar, zegt Malika. ,,Ze rookt niet, ze gaat nooit naar discotheken.'' Het meisje wil nu trouwen met een jongen uit Marokko. Ze is gestopt met haar opleiding tot administratief medewerkster. Malika: ,,Ze zit te wachten tot hij een visum heeft. Ik zeg: die jongen gaat jou misschien in de steek laten. Ik vraag: wil hij een verblijfsvergunning? Gaat hij jou daarna in de hoek gooien?''

    • Petra de Koning
    • Jannetje Koelewijn