Melkboeren moeten geen bankiers worden

Wat bezielt ondernemers die groot werden in de melk of de kruidenierswaren om zich te gaan bezighouden met zaken waarvan ze geen verstand hebben? Wat brengt ze ertoe om zonder boekenonderzoek bedrijven op te kopen? Hoe kan het dat hun degelijke ondernemingen financiële labyrinten worden waarin niet de melk of de koekjes centraal staan, maar gegoochel met cijfers?

Geen land of het heeft tegenwoordig zijn multinational die een hol vat blijkt te zijn; een bedrijvenconglomeraat dat de weelde van de jaren negentig niet aankon en gekke of domme dingen is gaan doen. Het aangrijpendste voorbeeld is het Amerikaanse energieconcern Enron, dat zich door een boekhoudschandaal naar een bankroet werkte. Ahold is als voorbeeld het dichtst bij huis. Het Nederlandse supermarktconcern bleek voor een miljard euro met de boeken te hebben geknoeid. Het recentste geval is Parmalat. Bij deze Italiaanse zuivelonderneming is voor minimaal zeven miljard euro gefraudeerd, een behoudende schatting. De onderzoeksautoriteiten sluiten niet uit dat de fraude boven de tien miljard komt – onvoorstelbaar voor de keurige melkboer die Parmalat heette te zijn.

Zoals Enron in zijn val accountant Arthur Andersen meesleepte, zo dreigen in de maalstroom van het zinkende Parmalat door vèrgaande betrokkenheid een paar internationale banken terecht te komen. Als een groot bedrijf in Noord-Italië omvalt, dreunt het in de hoofdsteden van de wereld. Dat is de minder aangename kant van de `globalisering'. Parmalat heeft vestigingen in dertig landen. Wereldwijd heeft het 36.000 mensen in dienst. Half Italië koopt er zijn melk, yoghurt of sap. Oprichter en bestuursvoorzitter Calisto Tanzi is intussen afgetreden, maar moet nog worden verhoord. Zijn financiële man, Fausto Tonna, heeft volgens de Milanese zakenkrant Il Sole-24 Ore verklaard dat de boeken van Parmalat de afgelopen vijftien jaar systematisch zijn vervalst.

Veel van de fraude is nog onopgehelderd. De werkelijkheid van de details die wel bekend zijn tart zoals gebruikelijk de verbeelding. Een niet bestaande rekening van 3,9 miljard euro; transacties die via de Kaaiman-eilanden liepen; een schimmige derivatendeal om de winst kunstmatig te verhogen; talloze uitstaande leningen – het klinkt al haast vertrouwd. Slachtoffers dreigen ook nu weer de werknemers en beleggers te worden.

Toezicht op Parmalat was er kennelijk niet. Op dit gebied is internationaal een wereld te winnen. Dat heeft niets te maken met ingrijpen in het vrije ondernemerschap. Het gaat erom dat door de overmoed van enkelen het belang van velen in gevaar komt. Deskundige controle kan dat voorkomen. Andermaal staan de professionele toezichthouders voor schut.

Hoe nu verder met Parmalat? De onderneming wil uitstel van betaling. De op zakengebied niet brandschone minister-president Berlusconi wil het bedrijf redden door de wet-Prodi, genoemd naar voormalige premier, tegenwoordig voorzitter van de EU-commissie, Romano Prodi. De wet is omstreden omdat hij noodlijdende bedrijven door de overheid laat subsidiëren.

De EU zal er op moeten toezien dat dit niet gebeurt. Maar de Europese praktijk is weerbarstig wat onreglementaire overheidssteun betreft. Zo hielp Frankrijk France Telecom en Alstom aan geld en redde de Nederlandse regering bij een aandelenemissie indirect KPN van de ondergang. Het hemd is altijd nader de rok. Dat zal bij Parmalat ook het geval zijn.

Wat van dit zuivelconcern overblijft is een bodemloze put; een aandenken aan een tijd waarin hoogmoed, verveling en ondeugendheid samenkwamen aan de bestuurstafels van sommige ondernemingen. Een tijd, kortom, waarin melkboeren en kruideniers hun achtergrond verloochenden en hun vak door financieel avonturisme te schande maakten.