`Lippen naar voren, maar niet te veel'

Kinderen van de koorschool krijgen 's ochtends muziekles en doen 's middags het normale schoolprogramma. `Het is best druk.'

Zodra de monumentale voordeur van de Kathedrale Koorschool aan de Plompetorengracht in Utrecht openzwaait, klinkt er muziek. Kinderstemmen zingen kerstliederen en in de verte zijn vage vioolklanken te horen.

Muziekdocent Gerard Beemster geeft groep 8 muziekles. Op het bord tekent hij een serie noten die samen een regel van een kerstlied vormen. ``Wie weet welk lied dit is?'' vraagt hij aan zijn leerlingen, die daarop de melodie gaan neuriën. Maar de titel weten ze niet. Dan zingen ze, met Beemster, die een scherp geslepen potlood als een dirigeerstokje in zijn hand houdt, het lied in noten. ``Do, do, re, mi, fa, mi, re, do.'' Het blijkt om `Nu zijt wellekome' te gaan.

Vervolgens is het tijd voor het onderdeel `Idols': de leerlingen moeten elkaar beoordelen als ze een stukje voorzingen. Leren luisteren is het doel van deze opdracht. ``Het is wel moeilijk'', fluistert Camilia (11). ``Soms hebben ze keelpijn en klinkt het niet. En het is best moeilijk om eerlijk te zijn als je vriendin voor de klas staat. Maar ik doe het wel.''

Nederland kent twee koorscholen: de Kathedrale Koorschool in Utrecht en de St. Bavo in Haarlem. Deze basisscholen zijn in de jaren vijftig opgericht om de koren waarmee ze verbonden zijn van vers bloed te voorzien. En dat gebeurt nog steeds. In Utrecht zingen de leerlingen mee in het Kathedrale Koor van de St. Catharina Kathedraal, in Haarlem in het Kathedrale Koor en de Meisjescantorij van de Kathedraal St. Bavo. Dit wil overigens niet zeggen dat de koorscholen financieel gesteund worden door de katholieke kerk, vertelt directeur Fred van der Geer van de koorschool in Utrecht. ``Wij krijgen de normale overheidsfinanciering want de overheid stelt het op prijs dat wij er zijn, maar stelt er geen extra financiering tegenover en we vragen een ouderbijdrage van 300 euro, waar dan alles in zit, van het overblijven tot en met de koorreizen die we maken.''

Beide koorscholen zijn klein, met alleen een bovenbouw (groep 5 tot en met 8) en per groep zo'n vijftien kinderen. De keuze van de veelal muzikale ouders voor de koorschool is dus een heel bewuste, want het is nogal wat om je kind `zomaar' na groep 4 van school te halen. Merel (11) uit groep 8 wilde absoluut niet overstappen. ``Omdat ik op mijn oude school leuke vriendinnen had. En met muziek of zingen deed ik eigenlijk ook nooit iets. Maar nu vind ik het wel leuk. En ik heb nog meer vriendinnen dan eerst.'' Op de vraag of we haar nu nog wel eens bij Idols zullen zien rolt ze met haar ogen. ``Nee. Ik wil actrice worden, of modeontwerper.''

Om toegelaten te worden tot de koorschool moeten de kinderen auditie doen. Per jaar zijn er zo'n dertig gegadigden, van wie er vijftien worden aangenomen. De kinderen worden beoordeeld op hun `musiceerdrift', aldus Van der Geer. ``We willen zien dat ze het leuk vinden om met muziek bezig te zijn, dat ze een stem hebben die klinkt, dat ze er voor stáán en dat ze een paar goede oren aan hun hoofd hebben, zodat ze een toon op de piano kunnen overnemen.''

Maar dat is nog niet alles. Van der Geer: ``Ze moeten ook behoorlijk kunnen leren. Van de vier jaar dat ze hier zitten, besteden ze al met al één jaar aan muziek. Dat betekent dus dat de rest van het lesprogramma in drie jaar gedaan moet worden, want de schooltijden zijn hier hetzelfde als op iedere andere school. Er wordt dus stevig gewerkt. Tijd voor `Spielerei' is er niet. We hebben wel gym, tekenen en handvaardigheid en gaan ook wel naar musea, maar zomaar een middag koekjes bakken, daar is geen tijd voor.''

Of de leerlingen pienter genoeg zijn bepaalt de koorschool sinds vorig jaar met een reken- en taaltoets. ``Voorheen keken we naar de schoolrapporten'', aldus Van der Geer, ``maar tussen scholen zijn er zulke grote verschillen in aanpak dat rapporten te weinig zeggen.'' Op de koorschool krijgen de leerlingen twee rapporten: een `gewoon' rapport en een muziekrapport. Overigens kunnen ze op hun muziekbeoordeling niet blijven zitten.

Hoe ziet een week op de koorschool er uit? De dag begint om negen uur. Behalve als je in groep 7 of 8 zit, dan begint de dag al om half negen met een koorrepetitie. De muziekactiviteiten vinden 's morgens plaats: de muziekles (vier uur per week), koorrepetitie (twee keer per week 45 minuten, waarbij de leerlingen uit groep 8 de leerlingen uit groep 6 wegwijs maken in de koorpartituren) en les op het instrument dat de leerlingen bespelen. In de lunchpauze blijven alle leerlingen over. De middag is gereserveerd voor het `gewone' werk.

``Het is best druk'', beaamt Tobias (11) uit groep 7. ``Maar ik vind het hier toch leuker dan op mijn vorige school. Ik had een rekenachterstand en die heb ik nu ingehaald. Hoe dat kan? Doordat er hier minder kinderen zitten en je dus meer aandacht krijgt.'' Tobias speelt piano en gitaar. En hij zingt veel, ook thuis en dan niet alleen in de badkamer, vertelt hij. Hij wil, denkt hij, later wel verder in de muziek. ``Of iets met sport. Voetbal ofzo.''

Na het speelkwartier gaan de leerlingen van groep 7 en 8 naar de concertzaal voor de koorrepetitie. Alten en sopranen hebben een vaste plaats. Een paar meisjes pulken snel wat restjes koek uit hun beugel. Iedereen heeft een zwarte multomap bij zich met de kerstliederen die ze moeten instuderen voor het kerstconcert. Bij dat soort optredens dragen de kinderen het koorschooluniform: blauwe broek, witte bloes en donkerblauwe trui, of een rode toga. Gerard Beemster, die ook dirigent is van het Kathedrale Kerkkoor, gaat aan de vleugel zitten en knikt. ``Christ our blessed saviour'', klinkt het dan uit dertig keeltjes. Beemster zwaait met zijn armen, zingt hier en daar mee en roept eens een kind tot de orde dat alleen maar wat meemurmelt. Bij de zin ``we wish you the tidings of joy'', grijpt hij in, want de `i' in `wish' klinkt te Hollands naar zijn zin. ``Je moet je lippen naar voren doen, een beetje alsof je een `u' zingt, maar weer niet te veel.'' Beemster doet het voor, keer op keer. En dertig jongens en meisjes doen hem na. Keer op keer. Tot het verlossende: ``Ja, dat klinkt heel goed!''