Japanse militairen met stille trom richting Irak

De eerste Japanse soldaten zijn in Irak aangekomen. Een omstreden actie, want velen in Japan gaan er van uit dat het uitzenden van militairen strijdig is met de grondwet.

In burgerkleding stapten gisteren de eerste Japanse militairen zonder enige fanfare –en zonder herkenbaar in beeld te mogen worden gebracht – op lijnvluchten richting Irak om kwartier te maken voor een contingent van zo'n duizend soldaten. Zo onopvallend als het vertrek was, zo opvallend is de revolutie die dit jaar zonder al te veel ophef is bewerkstelligd in Japans denken over een leger dat geen leger mag heten. Voor het eerst sinds 1945 gaan Japanse troepen weer naar een gebied dat niet vreedzaam genoemd kan worden.

In artikel negen van de grondwet ontzegt Japan zich het recht om oorlog te voeren dan wel geweld te gebruiken om internationale conflicten op te lossen. Daarom zal het geen strijdkrachten onderhouden. Al snel stelde Japan dat dit niet betekent dat het zich niet mag verdedigen. Dus heeft Japan een `zelfdefensiemacht', geen leger, en opereert het niet buiten eigen grenzen.

Zo was het althans decennialang. De eerste omslag kwam na het trauma van de Golfoorlog in 1990, toen Japan wel geld maar geen troepen bijdroeg aan de coalitie. Sindsdien doet Japan wel mee aan vredeshandhavingsoperaties van de VN. Na het begin van de oorlog in Irak kwamen de VS met het verzoek om ook aan de bezetting van Irak deel te nemen, ook al is de leiding niet in handen van de VN. ,,Amerika is onze enige bondgenoot'', stelde premier Junichiro Koizumi toen hij eerder deze maand het besluit aankondigde om troepen te zenden. Alsof Japan geen keus heeft.

Afgelopen zomer ontweek de regering de grenzen die de grondwet stelt door in een speciale wet voor deze troepenzending te stellen dat het Japanse leger slechts actief zal zijn in ,,gebieden waar geen oorlogshandelingen plaats hebben''. Bovendien is het doel maar al te humaan: helpen aan de wederopbouw van Irak.

Destijds meende de oppositie al dat het onmogelijk is Irak op te delen in oorlogs- en niet-oorlogsgebied. Guerrilla-aanvallen kunnen elk moment overal plaatshebben. Een belangrijkere vraag is inmiddels wat de Japanse militairen zullen doen als ze worden aangevallen. ,,Meteen in de tegenaanval en de vijand volledig vernietigen'', riep de conservatieve gouverneur van Tokio, Shintaro Ishihara, onmiddellijk op een persconferentie.

De regering probeert in theorie de huidige interpretatie van de grondwet – alleen zelfverdediging is toegestaan – te handhaven door ook de troepen in Irak alleen toestemming te geven tot gebruik van wapens voor zelfverdediging.

De volgende vraag is of de Japanse soldaten een aangevallen bondgenoot te hulp mogen komen. Deze vraag is relevant voor Nederland omdat de Japanse troepen naast de Nederlanders in de provincie Al Muthanna neerstrijken. Volgens de huidige interpretatie van de grondwet mag dit niet. `Zelfverdediging' komt namelijk momenteel in de Japanse definitie niet overeen met `collectieve zelfverdediging'. Japanse troepen mogen alleen hun wapens gebruiken als zij zelf, dan wel personen die onder hun toezicht en bescherming zijn gesteld, worden aangevallen. Zolang de Nederlanders zich niet onder Japans bevel plaatsen, hoeven zij dus niet te rekenen op Japanse steun als zij worden aangevallen.

Desalniettemin zijn deze veranderingen voor Japan grensverleggend. De gehele Koude Oorlog maakte Japan deel uit van het westerse blok zonder dat soldaten ooit buiten de eigen grenzen in actie kwamen. De Koreaanse oorlog, de Vietnamoorlog, de strubbelingen rond Taiwan waar de Amerikanen regelmatig hun vloot hebben laten opstomen, al deze conflicten in Oost-Azië hadden plaats zonder Japanse deelneming. Nu zijn Japanse soldaten opeens vertrokken naar een conflict dat zich veel verder weg afspeelt. Ook al is een meerderheid van de bevolking het er volgens opiniepeilingen niet mee eens, het gebeurt zonder grote demonstraties en zonder stembusverlies voor de huidige regering.

    • Hans van der Lugt