Honden met karakter

Honden hebben een individuele persoonlijkheid. Ze kunnen vriendelijk, neurotisch en extravert zijn, schrijft Ellen de Bruin.

Hondenliefhebbers dachten het al lang te weten, maar nu is het officieel: ook honden hebben een karakter en dat kun je meten. Niet alleen het karakter per ras – dat daar verschillen in bestaan was al langer bekend. Nee, elke individuele hond heeft ook een eigen, wetenschappelijk vast te stellen persoonlijkheid. Dat schrijven Amerikaanse psychologen in het decembernummer van Journal of Personality and Social Psychology.

De onderzoekers hebben daarvoor een veelgebruikte vragenlijst gebruikt, waarmee het karakter van mensen vastgesteld kan worden. Die moest deels worden aangepast voor de honden. Niet dat de dieren die zelf kunnen invullen, maar hun baasjes of andere mensen wel en dat levert dan betrouwbare resultaten op. Persoonlijkheid bestaat volgens veel psychologen grofweg uit vijf eigenschappen: als je weet hoe extravert, vriendelijk, neurotisch, open voor nieuwe ervaringen en gewetensvol iemand is, dan heb je hem vrij compleet beschreven. Alleen gewetensvol was moeilijk in iets honds te vertalen, dus die eigenschap werd buiten beschouwing gelaten. Voor de andere werden gemakkelijk hondse alternatieven gevonden of ze konden onvertaald worden overgenomen. Ook een hond `kan gespannen zijn' (neurotisch), `is vol energie' (extravert), `is coöperatief' (vriendelijk), of `is nieuwsgierig naar nieuwe dingen' (open voor nieuwe ervaringen). Alleen de vraag naar de artistieke belangstelling van de hond in kwestie, één van de vragen bedoeld om openheid voor nieuwe ervaringen te meten, kwam te vervallen.

De psychologen probeerden de vragenlijst uit op 78 mensen (67 procent vrouwen) en hun hond (50 procent teefjes), die daartoe door de psychologen waren benaderd in een hondenuitlaatpark in Austin, Texas. Om te beginnen vulden de baasjes de vragenlijst voor zichzelf en voor hun hond in. Een vriend van baas en hond vulde de vragenlijst vervolgens ook voor hen beiden in. Het bleek dat baasje en vriend het redelijk eens waren over het karakter van het baasje, en dat ze het misschien nog wel sterker eens waren over het karakter van de hond.

Het was een eerste aanwijzing dat de vragenlijst ook bij honden gebruikt kan worden. De onderzoekers gingen verder: ze nodigden baasjes en honden uit in een parkje en lieten drie vreemden het karakter van hond en baasje beoordelen terwijl de honden allerlei hondenvaardigheden toonden, als in een heus assessment center. Zo moesten ze een stukje rennen, een koekje zoeken onder een plastic bekertje of toekijken terwijl hun baasje een stukje met een andere hond wandelde. Ook nu leken de beoordelingen door de drie onbekenden weer sterk op de beoordelingen van de baasjes zelf. En dat was ook zo als de onderzoekers via beoordelingen van een foto door nóg andere onbekenden, en met behulp van een technisch statistisch slimmigheidje, het ras van de hond constant hielden – mensen vinden golden retrievers vaak aardiger dan pitbulls, en daarvoor moest worden gecorrigeerd.

De onderzoekers concluderen dat huishonden een meetbaar karakter hebben. En vinden dat meer onderzoek nu nodig is, bijvoorbeeld naar het karakter van blindegeleidehonden, gevlekte hyena's of zelfs een heel ander type zoogdieren.

Maar wat iedereen nu natuurlijk weten wil: gaan hond en baasje ook qua karakter op elkaar lijken?

Dit is voorlopig de laatste aflevering van Uit Onderzoek Blijkt

    • Ellen de Bruin