Hollands Dagbooek: Hilde Graafland

Komend jaar is de Protestantse Kerk in Nederland een feit. Maar in Rotterdam- Hillegersberg gaan hervormden en gereformeerden al samen naar de kerk. Hilde Graafland (46) is daar hervormd predikant na een studie theologie en een baan als sociaal werkster. `Zelf kom ik uit een orthodox deel van de kerk. Maar daar gaf mijn vrouw-zijn problemen. Zo belandde ik in een ander deel van de kerk.'

Donderdag 18 december

Een week voor kerst. Als predikant hoop je altijd op een rustige week. Maar gistermiddag is een gemeentelid overleden. Een hersentumor maakte in tien maanden tijd een einde aan zijn leven, 67 jaar.

De ochtend begin ik met een bespreking met mijn gereformeerde collega. We doen samen de kerstmorgendienst. Daarna ga ik naar de familie van de overledene. Zijn vrouw ken ik goed, de kinderen niet. Ik wil graag weten hoe zij met hun vader hebben geleefd en wat hij voor hen betekende. We zoeken ook liederen uit voor de rouwdienst. De schriftlezingen hadden we al eerder uitgezocht.

Het is een rommelige middag. Dingen regelen voor de rouwdienst. Alvast wat exegese voor de kerstpreek. Ook nog telefoontjes plegen. Zelf word ik verschillende keren gebeld met de vraag wanneer de rouwdienst is. Er is vanuit de kerk veel meeleven.

Ik heb via een gemeentelid een naam doorgekregen van een voor mij onbekende vrouw, die ziek is. Ik had het bezoek een paar dagen doorgeschoven. Ik bel nu om iets af te spreken, maar krijg allerlei familie aan de lijn. Ik begrijp dat ik te laat ben. Dat spijt me heel erg. Ik neem het mezelf kwalijk dat ik niet goed door heb gehad dat hier haast bij geboden was.

's Avonds even tijd voor de kranten en voor de kerstkaarten die in groten getale op mijn mat vallen. Ik lees dat de hervormde kerk van Garderen en de gereformeerde kerk van Bergambacht zich gaan afsplitsen van de nieuwe kerk, de Protestantse Kerk in Nederland. Het besluit van vereniging is nog geen week oud, de nieuwe kerk is er nog niet eens, pas in mei komend jaar.

Deze gemeenten wachten er niet op. Garderen wil een soort `zuivere kerk'. De nieuwe kerk is voor hen te breed en te pluraal. Bij Bergambacht gaat het om de eigen zelfstandigheid, die men bedreigd ziet. Twee verschillende redenen, maar met dezelfde conclusie. Ik vind het een zeer vergaande conclusie, naar mijn idee onnodig, gezien de ruimte die geboden wordt.

Zelf ben ik juist blij dat de vereniging – wat ik een beter woord vind dan fusie – niet op twee stemmen is afgeketst. Niet dat ik optimistisch ben dat het zoveel beter zal gaan in de nieuwe kerk. Maar datgene wat ons scheidt van elkaar, is minder dan dat wat ons met elkaar verbindt: ons gezamenlijk geloof in God en Christus en onze opdracht als kerk in deze tijd. Veel oude breekpunten zijn door de tijd ingehaald en pluraal waren we – zeker in de hervormde kerk – allang.

Vrijdag

Vandaag trek ik oude kleren aan en ben lekker thuis aan het werk.

Ik begin met de liturgie van de rouwdienst. Telefonisch overleg ik met de familie, of de apostolische geloofsbelijdenis er wel of niet bij moet. Toch liever niet. Daarna maak ik de exegese voor de kerstpreek af. Ik heb het kerstverhaal uit Mattheüs gekozen, waarin nadrukkelijk wordt gezegd dat het kind in Maria's schoot ,,uit de Heilige Geest is''. Best moeilijk voor een gemeente als de onze. Wij zijn zo'n pluriform gezelschap, ook als het over de beleving van het kerstgebeuren gaat. De één heeft weinig met Jezus, voelt zich meer algemeen aangesproken door God. De ander (mezelf incluis) ziet Hem als zijn redder. Ook onze visie op de bijbel, de basis waarop we elkaar kunnen aanspreken, loopt sterk uiteen.

Als predikant sta ik daar niet alleen tússen, maar sta ik er ook letterlijk vóór. Want in mijn preken klinkt mijn eigen overtuiging door. Niet louter om authentiek te zijn, maar omdat ik geloof dat ik zo het beste de bijbel naspreek. Daarom is het altijd spannend.

's Middags begin ik met de rouwpreek. Opnieuw werk ik me eerst goed in de bijbeltekst in. Daarna kijk ik of er dwarsverbanden te leggen zijn tussen de tekst en het leven van de overledene. Als dat lukt, komt zo'n leven in een wat breder perspectief te staan. Dat geeft troost, geloof ik.

's Avonds ben ik vrij en ga ik met iemand naar de Chinees.

Zaterdag

`Steeds minder jongeren geloven', kopt Trouw op de deurmat mij tegemoet als ik beneden kom. Maar voordat ik verder lees eerst zaterdagse klusjes: hond uitlaten, boodschappen doen, wasmachine aanzetten en dan een kop koffie.

Trouw bericht geen nieuws voor mij. In onze kerk is het heel erg zichtbaar dat steeds minder jongeren geloven. Ik schat dat driekwart van onze oudere kerkleden kinderen hebben die niet meer kerks zijn, en kleinkinderen die niet meer gedoopt zijn. Dat doet wat met een gemeente. Het ligt gevoelig. Het bezorgt verdriet en schuldgevoelens. Naar buiten toe wordt eerder gezegd dat het belangrijker is dat de kinderen `goede mensen' zijn.

Zelf kom ik uit een orthodox deel van de kerk waar nog wel veel jeugd is. De traditie is daar een bindend element. Maar daar gaf mijn vrouw-zijn problemen. Zo ben ik in een ander deel van de kerk terechtgekomen. Ik mis de jongeren wel, want ik was het anders gewend.

Als ik elders preek doe ik nog wel andere ervaringen op. Morgen ben ik gastpredikant in Nieuw-Lekkerland, en dan zit je opeens in een gemeente met heel veel jonge gezinnen.

Blijft dat het totale beeld voor de kerken zorgelijk is. Ik voel me er vaak machteloos bij. Veel van onze inspanningen blijven vruchteloos. Ik heb het gevoel dat het gewoon niet `in de lucht' zit of zo.

Ik buig me opnieuw over de rouwdienst. Tegen drie uur 's middags ben ik klaar en begint de printer te ratelen. Mijn hond begint te kwispelen. Hij weet feilloos: nu gaan we iets leuks doen.

Zondag

Zondags sta ik het vroegste op van de hele week. Én van de buurt, merk ik als ik om 7 uur buiten sta met de hond. Ik lees de preek voor mezelf hardop. Ik steek ook de vierde adventskaars aan.

De mensen in Nieuw-Lekkerland zijn hartelijk. We lezen over het rijk, waar de Messias het recht uitoefent en waar waarlijk vrede komt: tussen dieren, mensen en God. Op de weg terug rijd ik langs onze eigen kerk. De kinderen zijn het kerstspel aan het oefenen. Even luisteren. Het is best een moeilijk stuk voor ze. Ik vind het heel goed dat ze zo'n grote bijdrage hebben in de dienst. Toch wil ik daarnaast ook een gewone preek houden. Zo proberen we zowel de kinderen het volle pond te geven, als ook de ouderen. Maar ik vrees wel dat het een lange dienst zal worden

Ik rijd ook nog langs de familie van de overledene. Even horen. Nog één keer de overledene zien.

Om twee uur 's middags ben ik thuis en begint voor mij de vrije zondag. Er komt weinig meer uit mijn handen. Ik ben moe. Maar dat is het heerlijke van de zondag: dan mág het ook van mezelf.

Maandag

Ik ben vroeg wakker. Spanning. Om 10.45 uur begint de rouwdienst. Ik loop de overdenking nog eens na en wijzig nog wat. Ook het dankgebed schrijf ik uit, evenals de woorden bij het graf.

De kerk zit vol. Dat doet goed voor de nabestaanden. De gelegenheidscantorij zingt mooi. Met elkaar zingen we ook enkele liederen. Een zoon spreekt, en verder twee broers en een vriend. Zo herdenken we onze geliefde. In mijn preek probeer ik een woord mee te geven om troost en kracht uit te putten, en vooral iets van hoop. We lezen psalm 31: ,,In uw handen leg ik mijn leven, red mij, Heer, U bent toch een God op wie men aankan.''

Als we bij het graf staan, begint het te sneeuwen. Daarna is er condoleren.

Thuisgekomen kleed ik me om en ga ik met de hond uit. Of hij met mij, kan ik beter zeggen. Daarna ruim ik op en zet me aan de kerstliturgie.

Dinsdag

Om 9 uur lever ik de liturgie bij de koster in. Daarna snel naar huis. De hoofdlijn van de kerstpreek. Welke lijnen wil ik trekken, welke boodschap verkondigen? Hier begint het creatieve proces. Maar tegelijk ben ik ervan overtuigd dat er iets `meer' nodig is, wil het woord kunnen landen. Ik noem dat altijd de `Geest van God'. Ongrijpbaar. Ik kan Hem niet in mijn preek stoppen. Ik bid er vaak om. Soms ervaar ik het in een dienst: `het is er'. En dan denk ik: `Hij is er'.

Het thema wordt: `Hij is het!'. Ik kom tot drie aandachtspunten en werk dit op klad verder uit.

Tegen de middag is dat klaar. Opnieuw naar de kerk om de kerstliturgie te helpen vouwen.

Ik hoor dat mijn collega geveld is door de griep. Ik zal de kerstdienst alleen moeten doen. De tijd glipt door mijn vingers. Ik besluit het concert vanavond in onze kerk te laten schieten. Eerst de preek op papier krijgen, en dan nog een heleboel huishoudelijke klusjes. Morgen om vijf uur 's middags verwacht ik mijn zus uit Duitsland met vijf man.

Woensdag

Het lijkt wel zaterdag. Ik werk stug door en wordt weinig gestoord door telefoontjes. De eerste versie van de preek ploeg ik systematisch door met de aantekeningen die ik eerder had gemaakt. Zo vormt zich de definitieve versie.

Eenmaal klaar vraag ik me af of de preek wel `feestelijk' is geworden. Ik heb vooral de tekst uitgediept, die enkele verrassingen bevatte. Maar niet iedereen wordt aangesproken door zo'n werkwijze. Kerstpreken zijn moeilijke preken. De verwachtingen zijn hoog, maar het verhaal is overbekend.

Eerder dan verwacht staat de familie voor de deur. Het huis is meteen vol, letterlijk en figuurlijk. Gezellig!

Eerste kerstdag, 25 december

Het is kerst. Ik vind dat een fijn feest. Dat God in zijn zoon Jezus in ons bestaan is gekomen, mens onder de mensen, vind ik geweldig. Het zegt zoveel over hoe God is.

De kerk is behoorlijk vol. Hoopgevend veel jongeren, en natuurlijk veel kinderen. Mijn verwachting komt uit. Het stuk van de kinderen duurt (te) lang. Maar ze doen erg hun best. Ik ben nog het meest onder de indruk van een kind dat autistisch is, en verrassend goed meespeelt.

Het zingen van de kerstliederen maakt het feestelijk, vind ik. De preek? De eerste reactie was: ,,Ik blijf veel moeite houden met de onbevlekte ontvangenis.''

Tegen twaalven staan we buiten. Ik troost me met de gedachte dat dit tijdstip voor velen geen punt is, en voor sommigen juist heerlijk. De dag duurt toch nog lang genoeg.

    • Hilde Graafland