Geen asielzoekers op straat met feestdagen

Minister Verdonk beloofde dat er tijdens de feestdagen geen asielzoekers op straat worden gezet. De Somalische Ubah Raidel: ,,Het is niet minder erg als ik mijn man en kinderen over drie weken kwijtraak.''

Sahal Hadi Abdullahi (5) staat samen met zijn broer op de trap van hun huis in Roosendaal, hij zingt een liedje. ,,Hoor, wie klopt daar kinderen?'' Sahal begrijpt niet dat sinterklaas nu voorbij is, zegt zijn moeder, de Somalische Ubah Raidel. Het jongetje begreep ook niet wat zijn moeder hem op 5 december 's avonds vertelde: dat hij, zijn broer Wehel van zeven en hun vader Hassan Hadi Abdullahi weg moeten uit Nederland. Sahal vond het wel spannend om op reis te gaan in een vliegtuig. Hij dacht dat zijn vriendjes dan mee mochten. Maar zijn broer Wehel moest huilen. Die had op het Jeugdjournaal gezien dat er soms kinderen het land werden uitgezet. Dat had hij heel zielig gevonden voor die kinderen. Nu was hij zelf zielig.

Ubah Raidel en Hassan Hadi Abdullahi kwamen in 1994 van Somalië naar Nederland, met hulp van mensensmokkelaars. Ze zeggen dat ze vluchtten voor het geweld van milities die van een andere stam waren dan zijzelf. Ubah Raidel werkte in Mogadishu als accountant voor de Wereldbank en later voor de vluchtelingenorganisatie UNHCR, haar man was onderhoudsmonteur bij Somalian Airlines. Ze hadden, zeggen ze, in Somalië twee huizen en twee auto's. Nu wonen ze in een huurhuis in een buitenwijk van Roosendaal. Ubah Raidel heeft een verblijfsvergunning omdat ze ziek is, ze is nierpatiënt. Drie keer per dag dialyseert ze zichzelf thuis, door buikspoeling. Haar man en kinderen zijn uitgeprocedeerd. Begin december hoorden ze dat terug moeten naar Somalië.

Maar met de feestdagen mogen ze nog in Nederland zijn. Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken zei begin deze week in de Tweede Kamer dat er met kerst en oud en nieuw geen uitgeprocedeerde asielzoekers met kinderen op straat worden gezet. Onder druk van het parlement beloofde Verdonk dat zou worden gewacht tot ze haar nieuwe uitzettingsbeleid had geformuleerd, eind januari.

Ubah Raidel en Hassan Hadi Abdullahi zitten naast elkaar op de bank in de woonkamer. Op tafel staat een kerststukje dat ze van hun buren hebben gekregen. Het is mooi dat de minister nu geen gezinnen op straat laat zetten, vinden ze. Ze snappen ook wel, zeggen ze, dat politici in Nederland met kerst wat toegeeflijker zijn dan anders. Ubah Raidel: ,,Maar het is niet minder erg als ik over drie weken mijn man en kinderen kwijtraak.''

De gemeente Roosendaal wist al vóór de toezegging van Verdonk dat er ,,rond de kerstdagen geen droefenis'' zou zijn in het Somalische gezin. ,,Want deze mensen hebben een laatste strohalm'', zegt een woordvoerster. ,,Ze hebben nog een verzoek lopen bij de minister.'' De gemeente zelf was niet van plan de uitzetting van Hassan Hadi Abdullahi en zijn twee kinderen tegen te houden. ,,Wij mengen ons niet in het rijksbeleid.''

De afgelopen weken hebben meer dan zestig gemeenten, vooral in Friesland, Groningen en Drenthe, laten weten dat ze niet meewerken aan het uitzetten van uitgeprocedeerde vluchtelingen zolang de terugkeer naar het land van herkomst niet goed is geregeld. Burgemeester Michel Marijnen (CDA) van Roosendaal zegt, via zijn woordvoerster, dat zijn gemeente zich niet bij dat initiatief aansluit. Hij wil ook graag dat de terugkeer wordt geregeld, maar de burgemeester zal ,,alleen in uiterste noodzaak'', als het ,,écht schrijnend wordt'', overwegen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om een uitzetting te verbieden en te zorgen voor tijdelijke opvang. De gemeente heeft nog niet bedacht of de zaak van het Somalische gezin schrijnend genoeg is.

Ubah Raidel werd vijf jaar geleden ziek. In februari 2001 kreeg ze een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) waarin stond dat ze een verblijfsvergunning kreeg op humanitaire en medische gronden. Op dezelfde dag kreeg haar man ook een brief, van dezelfde ambtenaar. In die brief stond dat hij en zijn twee kinderen terug moesten naar Somalië. Volgens de wet was Hassan Hadi Abdullahi verplicht in zijn eigen land een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan te vragen. Dat er in Somalië geen Nederlandse ambassade is, maakte niet uit. Hij kon ook terecht bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Ethiopië of Kenia. Het zou een paar maanden duren voordat een beslissing wordt genomen over zo'n aanvraag, maar volgens de advocaat van het gezin, Paul Klaver, duurt het meestal veel langer. En dan is het nog niet zeker dat Ubah Raidels man en kinderen weer bij haar terug kunnen komen. Haar inkomen – ze heeft een bijstandsuitkering – voldoet niet aan de wettelijke criteria voor gezinshereniging. Er zou een uitzondering gemaakt moeten worden omdat ze ziek is.

Artsen, verpleegkundigen en de maatschappelijk werkster van de dialyse-afdeling waar Ubah Raidel onder behandeling is, hebben in een brief aan minister Verdonk gevraagd of ze van haar `afwijkingsbevoegdheid' gebruik wil maken ,,om het gezin Raidel als gezin bij elkaar te laten leven''. Ook de school van Ubah Raidels kinderen schreef zo'n brief.

Advocaat Klaver vraagt de IND nu, met een verwijzing naar de brief van het ziekenhuis, nóg een keer om een verblijfsvergunning voor Hassan Hadi Abdullahi en zijn kinderen, en hij verzoekt om vrijstelling van de mvv-verplichting omdat Ubah Raidel afhankelijk is van de verzorging door haar man. De advocaat heeft ook aan Verdonk gevraagd of ze voor dit gezin een uitzondering wil maken omdat hun geval zo ,,schrijnend'' is.

De minister besloot in augustus van dit jaar dat zo'n 2.200 asielzoekers een verblijfsvergunning krijgen omdat ze langer dan vijf jaar wachten op een uitspraak over hun eerste asielverzoek. Hassan Hadi Abdullahi en de kinderen horen daar niet bij, hun verzoek werd eind 1994 afgewezen. Maar Verdonk beloofde in augustus dat ze ook zou kijken naar ,,zeer schrijnende gevallen'' die buiten de regeling vielen.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten drong al eerder aan op een ruimhartiger pardon – voor de ruim 6.000 mensen die langer dan vijf jaar asielprocedures hebben lopen – om te voorkomen dat gemeenten te maken krijgen met groepen uitgeprocedeerden die op straat worden gezet maar het land niet verlaten. In Roosendaal waren er de afgelopen drie jaar tien uitzettingen. Er wachten nu nog 37 mensen op een uitspraak in hun procedure. ,,De groep asielzoekers wordt kleiner'', zegt de woordvoerster, ,,en de groep die op uitzetten staat, wordt groter.''

Ubah Raidel: ,,Als ze in de eerste jaren dat we hier waren, hadden gezegd: `Jij moet weg', was alles anders geweest. Toen was ik nog niet ziek, toen hadden we nog geen kinderen.''

    • Petra de Koning