Een vrome wens

Journalist Peter van Trigt maakt een keuze uit zijn selectie nieuwjaarskaarten. Vandaag een kaart ten bate van de rooms-katholieke missie in China.

,,Het is mij een genoegen U en gansch de achtbare familie een zalig Nieuwjaar toe te wenschen, met Gods zegen over al Uw wegen'', schreef een missionaris in 1924 achterop de kaart. Misschien is zijn heilwens voor de familie uitgekomen, maar voor de ,,kristenen door Godsgenade zeker niet. Het geschatte aantal rooms-katholieken in China bedraagt thans nog niet één procent van de bevolking. De rest zal het zonder het ware geloof moeten doen''.

Het is de moederkerk dus niet gelukt de heidenen daar op dezelfde schaal als bij ons te kerstenen en oude riten zoveel mogelijk onder het christelijke tapijt te vegen, zoals oud en nieuw.

Tegen de tijd dat het jaar zijn einde naderde, bereikte de voorouderverering haar hoogtepunt. Snel kreeg 1 januari daarom een vaste plaats in de kerkelijke kalender door er de besnijdenis van het kindeke aan te verbinden. En alsof dat nog niet genoeg was, werd er voor nieuwjaarsdag ook nog een heilige bij verzonnen: sint Silvester. Een meesterzet, omdat het feest van een heilige al aan de vooravond van zijn naamdag wordt gevierd.

Sint Silvester was paus van 314 tot 335 en een doortastend man. Hij nam in 317 een draak gevangen die op 1 januari van het jaar 1000 zou ontsnappen en iedereen verslinden. Om dat onheil te voorkomen, noemde de in 999 gekozen paus zich Silvester II. En warempel, het jaar 1000 ging zonder schade voorbij, waarna Silvester I zijn vaste plaats in de santenkraam kreeg. Als het straks 2004 is, weet u aan wie u dat te danken heeft.