Een leven voor het circus

Toni Boltini, die één van de grootste circusdirecteuren van Nederland was en ongetwijfeld de kleurrijkste, is vlak voor de kerstdagen op 83-jarige leeftijd overleden. Zijn eigen circusbedrijf ging al ruim twintig jaar geleden failliet, maar hij bleef hij zich kleden met het air van een spreekstalmeester in de piste – en als propagandist voor het circus was er nog steeds geen grotere dan hij. Samen met zijn 34 jaar jongere vrouw leverde hij sindsdien gedresseerde dieren voor films, theatervoorstellingen en feesten. Zo hield hij contact met het vak dat volgens hem het mooiste van de wereld was.

Boltini kwam uit een geslacht van rondreizende artiesten. Zijn grootvader, die Bolte heette, werkte als goochelaar onder de naam Boltini. Ook zelf nam hij die naam aan, hoewel hij eigenlijk Akkerman heette – zijn grootmoeder was nooit getrouwd met zijn grootvader. Toen zijn vader in de jaren dertig een eigen variété-theatertje op de kermis begon, stond de jonge Toni als gangmaker voor de tent om zo veel mogelijk publiek naar binnen te praten. Daarin bleek hij uit te blinken, maar ook trad hij nog korte tijd op als kunstwielrijder.

In het begin van de bezetting werd Toni Boltini door zijn vader meegesleept in diens bewondering voor de Duitsers. Al snel maakte de zoon zich echter los van die vaderlijke invloed. Daarna groeide zijn circusje uit tot een schuilplaats voor joden, zigeuners en andere onderduikers, waar bovendien heimelijke voedseltransporten werden georganiseerd. Gehuld in een SS-uniform wist hij de familie Weiss, bekend van het zigeunerorkest Tata Mirando, brutaalweg los te praten uit Duitse gevangenschap door hen te bestempelen als onmisbare medewerkers. ,,Als Boltini dat pak niet had aangehad, dan was ik niet teruggekomen'', beaamde Lupa Weiss kortgeleden in de tv-documentaire Een zwaar hart. ,,Dan waren we allemaal in Auschwitz beland.''

Twee jaar na de oorlog ontving Boltini het Herinneringskruis 1940-1945 van het Rode Kruis. Maar het Verzetskruis kreeg hij niet wegens de geruchten over zijn oorlogsverleden die in de jaren zeventig de ronde deden.

Toni Boltini was zijn leven lang een onvermoeibaar en uiterst bekwaam publiciteitszoeker – ten dienste van het circus dat zijn naam droeg. Vooral in de jaren vijftig en zestig moest hij tegen de stroom opvaren: in steeds meer gemeenten werden de circussen, die vroeger op het grootste plein in het centrum stonden, verdreven naar de randen. Boltini vocht terug met shows vol topattracties, en met publiciteit. Altijd was er wel een olifant ontsnapt en met bovenmenselijke moed weer gevangen. Een extra golf free publicity creëerde de circusdirecteur in 1966 door de rivaliserende tieneridolen Johnny Lion en Rob de Nijs samen in de piste te laten optreden. Maar toen was al duidelijk, dat zijn authentieke circus op de lange duur niet te redden zou zijn door dit soort kunstgrepen.

Het faillissement volgde in 1980, waarna Toni Boltini zich met zijn nieuwe, jonge gezin terugtrok op Park Oud Valkeveen dat zijn eigendom was. Af en toe brulde de oude leeuw nog: over de schande, dat de regering wel allerlei andere kunsten subsidieerde, maar het circus aan zijn lot overliet. Nog in 1997 liet hij weten een kerstcircus in de Amsterdam Arena te willen produceren. Maar daarvan is niets meer vernomen. Een glorieus afscheid, ten overstaan van het hooggeëerd publiek, was hem zodoende niet vergund.

    • Henk van Gelder