Een kleiner begrotingstekort is bepaald geen panacee

Het leveren van commentaar op enkele onvolkomenheden in het beleid van het kabinet-Balkenende heeft weinig zin omdat het beleid als geheel niet deugt. Gebiologeerd door het vreeswekkende Stabiliteitspact, greep het kabinet in paniek naar het meest voor de hand liggende wapen, en begon daarmee wild om zich heen te slaan in de openbare uitgaven. Het beleid is bedrieglijk omdat het wel leidt tot een kleiner begrotingstekort, maar de beloofde verbeteringen zullen ontoereikend zijn.

Tijdens de economische groei van de afgelopen decennia verlangden burgers en bedrijven producten en diensten die in overeenstemming waren met de gestegen welvaart. De particuliere sector speelde daar goed op in, bijvoorbeeld met luxueuzere woningen, geavanceerde huishoudelektronica, betere auto's en vakantiereizen naar exotische bestemmingen. Voor bedrijven kwamen betere machines en computers.

Tevens nam de vraag toe naar voldoende openbare diensten. Echter, sinds medio jaren '70 zijn opeenvolgende kabinetten daaraan voorbij gegaan. De kwaliteit en de capaciteit op het terrein van bijvoorbeeld onderwijs, openbare orde en veiligheid, openbaar vervoer, zorg en infrastructuur, zijn niet in overeenstemming gebracht met het gestegen welvaartspeil, maar juist verminderd. De door het kabinet-Balkenende voorgenomen verbeteringen vallen in het niet bij de tekorten die op die gebieden zijn ontstaan. De illusie mag niet worden gewekt dat die binnen één kabinetsperiode zouden kunnen worden weggewerkt. Dit kabinet moet worden heengezonden en worden opgevolgd door kabinetten die in staat zijn een tien- of twintigjarenplan uit te voeren voor de wederopbouw van de openbare diensten.