Doe de Tour de Gans

Duizenden ganzen laten zich deze winter goed bekijken. En je hoeft er de auto niet voor uit. Michiel van Nieuwstadt gaat op `ganzensafari' in Nederland.

Vogels spotten. Is dat niet een bezigheid waarbij je vijf uur door het bos sjokt, achteraan in een ganzenmars waarvan alleen de voorste vertegenwoordiger af en toe iets ziet opvliegen? Waarbij je staat te turen naar een zwart stipje aan de horizon, waarvan je moet aannemen dat het een zeldzame roofvogel is? Voor wie dergelijke ervaringen herkent, of uit vrees ervoor van plan is de komende maanden op de bank naar National Geographic te blijven kijken, is er deze winter de `Tour de Gans', een route die Vogelbescherming Nederland heeft uitgestippeld langs ,,tien uitmuntende ganzenkijkplekken''.

In het seizoen dat ganzen uit het noorden hier overwinteren telt Nederland 1,5 miljoen exemplaren. ,,Dankzij de delta, de meren en de rivieren die we hier hebben is Nederland het belangrijkste ganzenland van Europa'', zegt vogelkenner Gerard Ouweneel. ,,Ganzen heb je in Nederland overal, behalve op de Veluwe.'' Wie in Nederland ganzen gaat kijken hoeft dus niet ver weg en, belangrijker nog, hij krijgt ook daadwerkelijk ganzen te zien. Alleen al de V-vormige formaties van de vliegende dieren zijn in deze maanden moeilijk te missen.

Bijkomend voordeel, voor sommige natuurliefhebbers in elk geval, is dat de vogelspotter zijn auto niet hoeft te verlaten. ,,Auto's zijn rijdende schuilhutten'', zegt Hans Peeters van Vogelbescherming Nederland. ,,Je kunt wel uitstappen, maar dat moet je voorzichtig doen om de ganzen niet op te schrikken.''

MOEDERGANS

Voor de `expeditie' van vandaag hebben we geparkeerd langs een stille binnenweg in de Hoekse Waard, nauwelijks twintig kilometer ten zuiden van Rotterdam. Door het autoraampje zijn in het glooiende grasland honderden kolganzen te zien – grijs en lichtbruin als de meeste ganzen, maar met een kenmerkende witte bles rond de bovenkant van de snavel. Ganzen kijken is vogelen voor beginners. Ze zijn groot en benaderbaar en daarom aan de hand van hun kleurpatronen relatief makkelijk thuis te brengen. Het anderhalf miljoen Nederlandse ganzen is overzichtelijk verdeeld in zes zeer talrijke soorten, een handvol zeldzame typen en enkele vrij algemene exoten zoals de nijlgans, de Canadese gans en de boeren- of soepgans, ooit ontsnapt uit de ganzenboerderij.

De kolganzen grazen. ,,Ze eten een kilo op een dag'', zegt Peeters. Ganzen moeten vliegen en kunnen zich dus niet permitteren om als een koe zeven magen met zich mee te slepen om het laatste restje voedingswaarde uit het gras te peuren. Dóóreten is daarom het devies waarbij de gans genoegen neemt met de geringere voedingswaarde die hij uit al die kilo's gras weet op te nemen.

Aan de rand van het uitgestrekte veld staan ganzen van tijd tot tijd op de uitkijk. De enige natuurlijke vijanden hier zijn een zeearend of een verdwaalde vos. Wie langer kijkt kan gezinsverbanden en ganzen van verschillende leeftijden herkennen of observeren hoe moedergans het kroost tot de orde roept. Het bekijken van het gedrag in grote groepen voegt aan het ganzenkijken een extra dimensie toe, legt Hans Peeters uit, een manier van observeren die niet is weggelegd voor vogelaars die in de eerste plaats ,,kicken op een zeldzame soort''.

We moeten uitstappen, Gerard Ouweneel heeft verderop een groepje uiterst zeldzame dwergganzen opgemerkt. Bijna manshoge telescopen worden op- en ingesteld. In de zoeker verschijnt een groepje dwergganzen, een soort waarvan er in Nederland slechts circa honderd te vinden zijn. Ze lijken op de kolganzen, maar dan kleiner van stuk. Het kenmerkende ringetje rond de ogen is duidelijk te zien. Dat zegt althans Gerard Ouweneel, maar zijn observatievermogen grenst aan het onwaarschijnlijke. Op deze enkele uren durende ganzentour vestigt hij en passant de aandacht op een zilverreiger, een slechtvalk, dwergganzen en een handvol buizerds.

GANZENSAFARI

Het is geen toeval, erkent Peeters dat Vogelbescherming Nederland juist nu probeert Nederlanders warm te krijgen voor de gans. Minister Veermam (Landbouw en Natuurbeheer) heeft onlangs bepaald dat de jacht op deze vogels, drie jaar geleden nog geheel verboden, onder voorwaarden mag worden hervat. In een tijd van bezuinigingen wil Veerman paal en perk stellen aan de miljoenen euro's vergoeding die jaarlijks worden uitgekeerd aan boeren die schade hebben van grazende ganzen. In plaats daarvan mogen provincies boeren voortaan een vergunning geven om de relatief talrijke kolganzen en grauwe ganzen af te schieten als ze overlast veroorzaken. Daar staat tegenover dat in Nederland 80.000 hectare aan `ganzenreservaten' zal worden aangewezen. Dat proces zal pas in oktober volgend jaar zijn voltooid, zegt Peeters. Hij vindt het ,,oneerlijk'' dat de jacht wordt hervat vóórdat de ganzen een veilige toevlucht wordt geboden. Bovendien, vraagt hij zich af wie moet gaan controleren of de jagers zich aan de regels houden?

Voor zijn `Tour de Gans' gebruikt Vogelbescherming Nederland de term ganzensafari zonder ironie. Tijdens onze tocht door de Hoekse Waard en over Goeree Overflakkee is het koud, auto's razen langs en elektriciteitsmasten vervuilen immer de horizon, maar laten we ons richten op de overeenkomsten tussen een Nederlandse en een Afrikaanse wildexpeditie.

We zijn gestopt langs een veld met misschien wel duizende brandganzen, een aantal in elk geval dat herinneringen oproept aan de gnoe, die andere grote grazer, maar dan op de savanne. Ook de herkomst van de ganzen draagt bij aan het exotisch sentiment. De brandgans mijdt hier de harde winter van Nova Zembla, andere ganzen nestelen zomers op Spitsbergen of de Siberische toendra`s. Wie met een hand het blikveld beperkt ziet alleen het zebra-zwartwit van deze mooie vogels.

www.vogelbescherming.nl

    • Michiel van Nieuwstadt