De plannen voor Radio 4 vormen een bedreiging voor de kunst van het luisteren

Vergelijk de publieke radiozenders eens met de openbare bibliotheken. Deze krijgen veel subsidie, zodat burgers tegen geringe kosten toegang krijgen tot een breed aanbod van informatie, educatie en cultuur. De bibliotheken vervullen daarnaast een belangrijke taak voor de leesbevordering: zij organiseren voorleesmiddagen voor de jeugd, gastlezingen van schrijvers en boektentoonstellingen.

Publieke radio betekent voor het luisteren wat de openbare bibliotheken zijn voor het lezen. Radio luisteren is, net als lezen, een activiteit die emoties oproept en verbeelding stimuleert. Luisteren is bovendien een manier om kennis te nemen van andere geluiden in de samenleving en essentieel om de communicatie tussen mensen goed te laten verlopen.

Er is een belangrijk verschil: lezen moet je doen met volle aandacht, terwijl de radio zich op verschillende aandachtsniveaus laat beluisteren. Zo kan men geconcentreerd luisteren naar een discussie of een bepaald muziekstuk (het primaire luisteren). Ook kan men radio luisteren combineren met andere activiteiten. Dit is het parallelle luisteren, waarbij de luisteraar `auditief' in en uit kan stappen naar gelang de concentratie die nodig is voor de andere activiteit. Ten slotte kan (muziek) radio als `luisterbehang' fungeren.

De commerciële muziekzenders hebben behendig ingespeeld op de groeiende behoefte bij een grote groep mensen om het dagelijkse leven door muziek te laten begeleiden. Daarvoor ontwierpen zij herkenbare luisterprofielen met daarbinnen een `irritatievrije' muziekprogrammering. De zenders verwijzen in hun naamgeving dikwijls naar de soort muziek die men er kan aantreffen, en de programma's bevatten muziekstukken die hooguit een minuut of vijf duren. In de strijd om marktaandeel is de programmering van Radio 3 ver in de richting van commerciële radio geëvolueerd. Veel muziek die daar om primaire beluistering vroeg, is weggesaneerd of naar de late avonduren verbannen.

Dit is een groot verlies voor de individuele luisteraar die in contact gebracht wil worden met nieuwe muziek en deze niet meer in de ether gerepresenteerd vindt. En daarmee ook voor musici en componisten, die hun complexere materiaal niet meer kwijt kunnen en aan wie een belangrijk toegangskanaal tot het luisterpubliek ontzegd wordt. Bovendien blijkt uit internationaal onderzoek naar commerciële radioprogrammeringen dat deze manier van muziek programmeren gevolgen heeft voor de luistervaardigheid van de radioluisteraars. Er is een grote groep – met name jonge – mensen die niet meer weet hoe te luisteren naar een muziekstuk dat langer dan tien minuten duurt.

Waar de commerciële zenders (en Radio 3) de parallelle luisterfunctie en luisterbehangfunctie van radio cultiveren, bieden de overige publieke radiozenders veel programma's die een primaire luisterhouding van de luisteraar vragen; programma's met nieuws en achtergronden, interviews, documentaires, discussies, talenprogramma's, hoorspelen en ook wat amusement.

In het bijzonder geldt dit voor de programma's van Radio 4, de klassieke muziekzender. Het dilemma voor deze zender is dat veel luisteraars aangeven klassieke muziek, net als populaire muziek, `parallel' te willen beluisteren. Het is echter de essentie van klassieke muziek dat zij de luisteraar wil meevoeren in een spannend muzikaal verhaal, of deze wil ontroeren en wakker schudden. Dat verhaal kan tien minuten duren of drie uur. Klassieke muziekstukken zijn dus als de romans in de bibliotheek: zij willen graag van begin tot eind gelezen worden en vragen van de luisteraar naast tijdsinvestering vooral aandacht.

De plannen voor Radio 4 wijzen op een keuze voor de uitbreiding van de 'parallelle' luisterfunctie van deze zender in de ochtend- en avondspits. Door een `minder gevarieerde programmering', en daarnaast meer `lichte, toegankelijke muziek' en `tafelmuziek' te programmeren hoopt men een luisterwinst van een half procent te behalen. Maar wat is de culturele winst van een iets groter luisterbereik, als dit gebeurt op basis van programma's die niet echt beluisterd hoeven te worden? Wat is het effect van een programmering, die – meer dan nu – bestaat uit klassieke genrestukken die lekker in het gehoor liggen, als achtergrondmuziek kunnen functioneren, en hooguit acht tot tien minuten duren?

Kunnen we ons voorstellen, dat de liefhebber van romans bij een bezoek aan de openbare bibliotheek plotseling ontdekt dat de afdelingen literatuur en poëzie naar de depots zijn verhuisd en dat in de rekken – waar je de mooiste ontdekkingen kon doen – voornamelijk nog bestsellers, tijdschriften en stripverhalen te vinden zijn? Dat is de consequentie van de plannen voor Radio 4.

Honderdduizenden amateur- en professionele musici, koorzangers en componisten in Nederland luisteren naar Radio 4 om te genieten van concerten die ze zelf niet kunnen bezoeken – en om zich te laten verrassen en inspireren. Tegelijkertijd zijn zij aanbieders van muziek, die dankzij de grote variatie in programma's in contact kunnen treden met hun publiek. Deze radiogebruikers hebben het meest te verliezen bij een vervlakking van de programmering.

Ons hectische bestaan maakt de momenten om rustig te luisteren schaars. Toch is het belangrijk om stil te staan bij de waarde van luisteren. Het is een kwaliteit die, net als lezen, fundamenteel is voor de mens. Net als het leren genieten van een goed boek is aandachtig luisteren een vaardigheid die geleerd moet worden en bijgehouden. Het publieke radiobestel, zou, idealiter vrij van de dwang van luistercijfers, ingezet moeten worden om de luistervaardigheid te bevorderen en levend te houden.

Musicoloog en werkzaam bij het Instituut voor Media en Representatie van de Universiteit Utrecht