De gevolgen van de Parmalat-affaire

De Parmalat-affaire laat een nare smaak achter aan het eind van een jaar dat het begin van het einde leek in te luiden van de financiële schandalen die de internationale kapitaalmarkten de afgelopen tijd in beroering brachten. Het aan het begin van de kerstvakantie door het Italiaanse zuivelconcern ingediende verzoek om surséance van betaling laat een handvol belangrijke vragen onbeantwoord:

Waar is het geld gebleven? Een fundamentelere vraag is nauwelijks mogelijk. In tien jaar tijd heeft Parmalat bij beleggers over de hele wereld zo'n 9 miljard euro opgehaald via de verkoop van obligaties en converteerbare effecten. Als een groot deel daarvan niet wordt teruggevonden bij de ruim honderd dochterondernemingen en brievenbusfirma's van het bedrijf, waar ging het geld dan naar toe en wie heeft daarvan het meest geprofiteerd?

Om wat voor soort fraude gaat het? Inzicht in de beweegredenen voor de nu onbetwistbare fraude van Parmalat zal ertoe bijdragen de raadselachtige financiële situatie van het concern op te helderen. Op z'n minst heeft Parmalat de samenstelling van zijn balans in nevelen gehuld. Volgens Bank of America waren de documenten die het concern heeft gebruikt om zijn kassaldo van 4 miljard euro te verantwoorden, klinkklare vervalsingen. Maar hoe ging deze zwendel in zijn werk? Was het een op Robert Maxwell geïnspireerd complot om de balans en de toegang tot de kredietmarkten van een beursgenoteerd bedrijf te gebruiken om de privé-belangen van de controlerende Tanzi-familie te financieren? Betrof het een Enron-achtig gebruik van brievenbusfirma's en andere speciale constructies, bedoeld om risico's te camoufleren en de winst kunstmatig te verhogen? Of zijn de managers van Parmalat in de voetsporen getreden van Nick Leeson en probeerden zij, net als de effectenhandelaar die Barings de das omdeed, een slechte transactie ten goede te keren door voortdurend hoger in te zetten op de derivatenmarkt?

Wat is Parmalat werkelijk waard? Het antwoord op die vraag is van cruciaal belang om te kunnen beoordelen wat de crediteuren mogen verwachten als de zaak is uitgezocht. Het bedrijf heeft zeker activiteiten die waardevol zijn voor mogelijke gegadigden als Danone, Nestlé, zuivelcoöperaties of investeringsmaatschappijen over de hele wereld. De opbrengsten uit de verkoop daarvan moeten ten goede komen aan de crediteuren. Maar de mate waarin het operationele resultaat werd opgefleurd door ondoorzichtige valutatransacties en andere financiële trucs, moet worden opgehelderd voordat er sprake kan zijn van reële biedingen.

Waar hielden de accountants zich mee bezig? Nu onderzoekers het verleden van Parmalat doorspitten, duiden de eerste aanwijzingen erop dat het bedrijf al in 1989 beleggers misleidde, toen Calisto Tanzi zijn bedrijf naar de beurs bracht. Grant Thornton, dat sinds 1990 de boeken controleerde, bleef als accountant actief bij het meest controversiële onderdeel van de financiële structuur van Parmalat, het op de Kaaimaneilanden gevestigde Bonlat, toen de firma op grond van de regels na negen jaar als accountant voor het moederconcern werd vervangen door Deloitte & Touche. Beide firma's, maar met name Grant Thornton, hebben veel uit te leggen.

Welke rol speelden de banken? Alle Italiaanse en internationale zakenbanken die de wonderbaarlijke leningen van Parmalat op de kapitaalmarkten waarborgden, pluizen nu hun boeken na om erachter te komen of zij Parmalat hebben geholpen beleggers een rad voor ogen te draaien. Citigroup bedacht een opzetje dat de bank in staat stelde Parmalat geld te lenen via een constructie die in het Italiaans `buconero' (zwart gat) heet. En waren de obligaties die Parmalat via de brievenbusfirma Sires Star van Merrill Lynch uitgaf niet bedoeld om de winst kunstmatig te verhogen door een gok van quitte of dubbel te nemen op de eigen solvabiliteit? Nu deze en andere transacties bekend worden en misschien zelfs wel ongedaan worden gemaakt door Parmalat-curator Enrico Bondi, zal de handelwijze van de banken zeker onder de loep worden genomen.

Wat is de rol van Italië? Premier Silvio Berlusconi moet zijn best doen een eind te maken aan de bedrijfsfraude, maar kan zelf nauwelijks als rolmodel dienen. Zijn regering heeft nog maar een jaar geleden de strafmaat voor financiële fraude verlaagd. En Berlusconi beheert zijn eigen bezittingen eveneens via een uitgebreid netwerk van houdstermaatschappijen en brievenbusfirma's in belastingparadijzen. Vergelijk dat eens met de Verenigde Staten, waar de Enron-affaire en andere schandalen resulteerden in meer bevoegdheden voor beurswaakhond SEC en een verdubbeling van de strafmaat voor frauderende managers. In samenhang met het faillissement van Cirio, dat het spaargeld van miljoenen kleine beleggers in rook deed opgaan, loopt Italië het risico voortaan gemeden te worden door internationale en nationale beleggers.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.

    • Rob Cox