De geschonden wezen van het Avondland zijn een bedreiging voor de Europese Unie

West-Europese landen denken veel te naïef over de komende uitbreiding van hun Europese Unie. De morele en fysieke verwoesting die de nieuwe lidstaten uit Oost-Europa in ruim veertig jaar communisme hebben meegemaakt, is nog lang niet verwerkt. Het gevaar voor besmetting van de Europese Unie is groot.

Volgend jaar mei is het zover. Eindelijk kunnen de gezamenlijke nieuwsuitzendingen weer eens uitpakken met hun zo dierbare genre: het straatinterview met gewone Nederlanders. Eerste vraag: weet u dat de Europese Unie net fors uitgebreid is? Zo ja, met hoeveel landen dan? Hoe heten ze en waar liggen ze?

Graag wil ik de nieuwsjagers hierbij het volgende advies verstrekken: laat de microfoons nu eens niet op het antwoord van een winkelende Mien Dobbelsteen wachten. Stuur die camera naar bedrijven, ministeries, gemeentegebouwen of lerarenkamers. Laat de hoogopgeleide aan het woord, de Nederlander die zich een volwaardig Europees burger waant. Tien tegen een dat zijn antwoord tragikomisch uitvalt.

De Baltische landen zullen, dankzij het wonder der alliteratie, vast en zeker op de Balkan gesitueerd worden: de vergaarplaats van republiekjes waar niemand ooit van gehoord heeft. Riga, Vilnius en Tallinn zullen als wodkamerken te boek staan, als Poolse havensteden, mogelijk zelfs als Tsjechisch bier. Slovenië is, even nadenken, de oude Romaanse naam voor Slowakije, toch? De hoofdstad van dat land is uiteraard Boedapest: het etiket dat op elk Oost-Europees potje past. Je kunt het zo gek niet verzinnen, of het zal gezegd worden. En niemand die daar van opkijkt.

Wat in de Neckermann-strandcatalogus ontbreekt, lijkt niet te bestaan in het bewustzijn van de West-Europeaan. Zelfs wie de vakantiecharter naar Malta of Cyprus neemt, realiseert zich niet dat deze twee eilanden veel meer met Nieuwegein of Santiago de Compostela gemeen hebben dan met het geografisch nabijere Sofia. Je mag blij zijn als iemand überhaupt weet dat er nog andere Europese landen buiten de Unie bestaan. Of je diegene ook nog kunt lastigvallen met een vraag over een muur die vijftien jaar geleden viel en ons continent politiek dramatisch veranderde, is maar de vraag.

Is het onredelijk aan te nemen dat West-Europa zich aldus intellectueel in een diepe, diepe winterslaap bevindt? En dat juist op het moment dat de Unie definitief van gezicht en karakter gaat veranderen. Het is te hopen dat `Brussel', gezegend met wat meer historisch besef dan de veelgeïnterviewde man in de straat, zich wél realiseert hoe ingrijpend de uitbreiding met acht ex-communistische landen is. Voor ons aller rust en welvaart hopen we tevens dat de Europese Unie over genoeg expertise en geldzakken beschikt om de ernstige kinderziektes van deze embryonale democratieën te kunnen behandelen. Maar optimisme en hoop alleen helpen het nieuwe monsterverbond Europa niet vooruit – zelfs niet als de door eurosceptici voorspelde economische rampen uitblijven. Ook niet als de nieuwkomers het raderwerk Brussel niet nog ondoorzichtiger zullen maken dan het al is. Wat Europa nodig heeft, is een fikse dosis pragmatisme – bij wijze van bril om dit gearrangeerde huwelijk tussen kapitalisme en ex-communisme in de juiste afmetingen te zien.

We leven op de drempel van 2004 en zojuist, in bovenstaande alinea, viel het `c-woord' weer eens. Maar het communisme was toch doodverklaard? Waarom daar nú nog rekening mee houden? Omdat door de uitbreiding de erfenis van ruim veertig jaar linkse dictatuur voor ons dagelijkse kost zal worden. Dan spreek ik niet over een verdwaalde Poolse biefstuk die door wanbeleid in Warschau niet op BSE gecontroleerd is, maar over een heuse Oostblokmeteoriet die ingeslagen is. De nieuwkomers Letland, Estland en Litouwen zijn voormalige sovjetrepublieken, Polen en Hongarije zijn oude Oostblokrotsen. Op hetzelfde politieke toneel konden Tsjechië en Slowakije pas na de val van de Berlijnse Muur uit elkaar gaan – zoals Slovenië zich indertijd van Joegoslavië losmaakte.

Wie niet heeft opgelet bij de geschiedenis die zich voor onze ogen voltrok, heeft pech. Want de andere kant opkijken mag niet meer. Kon het kapitalistische deel van Europa zich ooit permitteren om, uit onverschilligheid of modieuze koketterie met criminele regimes in Moskou, Oost-Berlijn of Boekarest, de horrorshow achter het IJzeren Gordijn te negeren, de nieuwe Unie drukt ons met de neus op voorheen genegeerde feiten. De homo sovieticus, althans wat van hem rest sinds 1989, is niet langer een lastige buurman achter totalitair prikkeldraad, maar een ongevraagde huisgenoot. We zien hem al in hurkzit voor onze koffietafel, onvermoed multifunctioneel: de panfluit of balalaika in de aanslag, kauwend op een homp knoflookworst, mobiel bellend voor de leverantie van goedkope stukadoors of minderjarige prostituees. We zijn bang voor hem, maar vinden ook dat we hem in ons ruime tolerante hart moeten sluiten. Voor het gemak zien we in hem vooral wat hij niet is: een personage uit een exotische roman.

Naïef en gevaarlijk, zo zou je de West-Europese ideeën over alles wat uit het nieuwe postcommunistische Europa komt kunnen typeren. Domheid volgens een oud recept. Het begon allemaal met nostalgische dagdromerij, over een besneeuwde Dokter Zjivago-wereld ergens aan de oostelijke kant van Checkpoint Charlie.

De westerling die zin had in avontuur of een tijdreis, kwam volledig aan zijn trekken achter het IJzeren Gordijn. De onmodieus geklede kameraden lieten hem zich wanen op een ouderwetse filmset. In de grauwe ellende van kilometerslange woonkazernes en in modder verzonken kolchozen zag hij het ideale decor voor een unieke survivaltocht.

Eenmaal thuis kon hij nostalgisch verhalen over líters illegaal gestookte pruimenjenever, het spannende kat- en muisspel met veiligheidsagenten, en de opwindende uitdaging in de koele blik van partijvrouwen. In niets herkende hij de tragiek van de mens die van het laatste minimum aan welvaart en mensenrechten beroofd was. Dat deze kortzichtigheid hem medeplichtig aan terreurregimes maakte, daar was hij zich natuurlijk niet van bewust. De slachtoffers vielen immers ver van zijn bed.

De huídige, westerse naïviteit zal echter in het hart van de Unie slachtoffers maken, aan beide kanten van vroegere Koude-Oorloggrenzen. West-Europa verkiest immers blijkbaar nog steeds een romantisch waanbeeld boven een realistische blik op gevaar. De voormalige communistische landen worden verwelkomd alsof ze zich totaal en definitief ontdaan hebben van alle resten die kunnen doen denken aan de dictatuur die ze ooit waren. Maatwerk zoals wij, zondagskinderen van de geschiedenis, het willen zien: met een happy end van Hollywood-formaat.

Kanttekeningen bij deze wonderbaarlijke spoedmetamorfose worden nauwelijks geplaatst. Wishful thinking kleurt de wazige einder. De Baltische staten alsmede hun Midden-Europese lotgenoten die de Unie omarmen en tot de haren willen maken, zijn immers de weeskinderen van het Avondland. Het zijn geen schurkenstaten zoals Servië, Roemenië of Wit-Rusland, want ze vormden, onder verschillende imperia, eeuwenlang het economisch en cultureel bloeiende hart en noorden van Europa. Ze zijn niet misvormd door Byzantijnse oppermacht, maar gevormd door Reformatie en Verlichting. Ze zijn niet onderdrukt door eeuwenlange Ottomaanse heerschappij, evenmin uitgeroeid door bloeddorstige bojaren en vojevoden. Hun verwoesting begon pas met de Tweede Wereldoorlog en hoe erg die was, ja dat weten we nog goed. Dus geen nood: de democratische draad die al die verweesden toen kwijtraakten, kan nu moeiteloos worden aangereikt en opgepakt.

Wie zo denkt, gaat voorbij aan de blijvende gevolgen van ruim veertig jaar verwoesting van deze landen. Litouwen, Letland en Estland, Polen, Hongarije en Tsjechië, Slovenië en Slowakije zijn geschonden landen, met trauma's die geen westerling zich kan voorstellen. Laat staan dat we zouden kunnen voorspellen hoe die kwetsuren zich binnen de Europese Unie zullen manifesteren. Deze landen zijn niet vijf, maar ruim veertig jaar bezet door een vijandelijke mogendheid. Daarbij werden onder militaire en politieke terreur hun economieën, hun maatschappelijke structuren en culturele tradities snel en systematisch vernield.

Hun burgers zijn decennialang vertrouwd geraakt met angst, achterdocht en gebrek aan verantwoordelijkheidszin. De oude verhoudingen moeten wel van invloed zijn op hun onderlinge relaties en die met de tot een echte civil society uit te groeien staat. Dat houdt in: de vrees van vele slachtoffers, die zich nooit gesteund wisten door een onpartijdige rechtspraak, voor de willekeur van een kleine elite overheidsbeulen. Beulen die overigens nog steeds politiek actief zijn. Zelfs een verwaterd aftreksel van dit model zou onaanvaardbaar moeten zijn voor de Europese Unie.

Het is ondenkbaar dat de hardnekkige sporen van stalinistisch denken en corruptie definitief uit de nieuwe politieke, maatschappelijke en economische structuren zijn verdwenen. De tijd kan veel wonden helen, maar de vijftien jaar sinds de omwentelingen van 1989 vormen binnen dit genezingsproces slechts een vale pleister.

Wie het tegendeel beweert, negeert bewust het slechte nieuws dat bijna dagelijks uit de toekomstige lidstaten komt. Een blik in de kranten van de afgelopen maanden levert geen reden tot vrolijkheid. In Polen wordt fraude met Europese subsidies gepleegd. Wat corruptie betreft, staat Polen in Europa op nummer drie, in het verheffende gezelschap van Bosnië en Roemenië. De grens tussen politieke en private belangen is in Warschau bovendien uiterst dun, zo blijkt uit talrijke affaires. Parlementariërs zijn omkoopbaar en wetten zijn voor veel miljoenen dollars op de markt verkrijgbaar.

Slowakije, eveneens berucht door grote corruptieschandalen, herinnert er ons gelukkig aan wat despotisch gedrag ook alweer was. De voormalige premier Meciar liet kinderen van politieke vijanden ontvoeren. De huidige premier Dzurinda opereert minder subtiel: hij stuurt zijn oppositie `gewoon' naar huis. Ook herleven de goede oude James-Bondtijden, als hij de NAVO belet de antecedenten van voormalige sovjetspionnen te laten controleren. Dat schept tenminste duidelijkheid over wat straks, als Slowakije NAVO-lid wordt, gebeurt met de geheime informatie waartoe het dan toegang krijgt.

Ander `opbeurend' nieuws biedt Hongarije, waar een fabuleuze fraudezaak tot de val van de topman van een aan ABN Amro gelieerde effectenbank leidde. Niet goed voor de ongekende perspectieven van westerse bedrijven en zakenlui aldaar. Maar de echte uitsmijter komt uit Tsjechië. Juist uit het land met de cultuurstad Praag, die ons zo na aan het hart ligt, en met dat lieflijke platteland waar nogal wat westerlingen al hun spotgoedkope vakantiebungalow hebben besteld. Daar maakt de oude, niet-hervormde communistische partij een spectaculaire electorale comeback bij jong en oud. Een typisch geval van Ostalgie, want de Tsjechen lijden kennelijk aan de economische groei die Brussel hun als klein Wirtschaftswunder aan de Moldau voorhoudt.

Dan reppen we nog niet eens van de problemen in de Baltische staten. Daar kun je nog aan het Kremlin trouw gebleven apparatsjiks vinden, onwillig om op te stappen. En wil je weten hoe je níet met etnische minderheden moet omgaan, vraag dan de Letten, Esten en Litouwers naar ideeën om hun Russische minderheden eronder te houden. Vraag trouwens aan alle nieuwkomers in de Unie wat te doen met de stroom vluchtelingen die straks in hun land dé droombestemming ziet. Het antwoord houdt vast een creatieve benadering van mensenrechten in. Wat ook buiten beschouwing is gebleven: onfrisse verschijnselen als virulent Oost-Europees antisemitisme of getolereerd sekstoerisme waarbij kleuters en zelfs zuigelingen het lijdend voorwerp zijn.

Afschrikwekkend is ook het jaar 2007, waarin Roemenië en Bulgarije tot de Unie zullen toetreden: landen in een staat van armoede en sociale desintegratie die binnen Europa niet meer zou mogen bestaan. Economieën volledig in handen van voormalige veiligheidsagenten, partijbonzen en hun families. Maatschappijen die in multimiljardairs én paupers grossieren, waar de zoveelste Rolls Royce parkeert naast de goot met daarin een zojuist aan honger overleden straatkind. In Brussel moet men in een vlaag van verstandsverduistering tot hun toetreding hebben besloten. Dronkenschap mogen we zeker ook niet uitsluiten. Andere verklaringen – behalve misschien de gulzige droom over de te verwaarlozen lokale arbeidslonen – zijn er namelijk niet.

De vraag rijst of de Unie alle bovengenoemde landen zo snel had mogen toelaten. Maar het verleidelijke antwoord – `nee' – is volgens de nieuwste politieke correctheid not done. Want wat moeten we dán met deze Europeanen? Ze laten verkommeren en toezien hoe hun voortrottende economische en sociale gezwel openbarst en zich in onze richting uitzaait? Barbaren zijn het, dát wel. Maar het zijn onze barbaren. Brussel, barmhartig zoals elke despoot bij tijd en wijlen is, wil ze bínnenhalen en naar wens modelleren. Einde gevaar.

Wat hier als nobele bedoeling wordt verkocht, is ordinaire kop-in-het-zand-politiek. Of nog erger: de hoop dat oog in oog met spectaculaire nieuwe problemen, de ernst van de huidige Unie-onvolkomenheden gerelativeerd zal worden. Stabiliteitspact? Grondwet? In een door economische en morele chaos verzwakte Unie zal de onmacht van Europa wellicht als vanzelfsprekend worden ervaren. De boel met lapmiddelen bij elkaar houden krijgt dan prioriteit boven het blijven zoeken naar structuren voor een sterk geheel.

Daarbij zal niemand meer stilstaan bij besmettelijke wantoestanden. Goed, corruptie en fraude vormen dé folklore rond de oostelijke Uniegrens, maar hier horen ze vooralsnog uit de toon te vallen. Evenwel kan de balans snel doorslaan naar de kant van een ongekende pan-Europese criminaliteit. Niemand die daarop let.

Is het dan een wonder dat links én rechts in Europa het euroscepticisme blijft groeien? Nee. Maar dat scepticisme is een ongeleid projectiel. Feit blijft dat de inwoners van de huidige Unie niet eens de noodzaak van bezinning op een modus vivendi met de nieuwkomers zien. Dat past niet bij hun lifestyle, in hun maakbare wereld. Hoogstwaarschijnlijk vertrouwen ze, scepticisme of niet, op de paternalistische opstelling van Brussel die de ex-communistische nieuwelingen moet leren wat onze wetten en zeden behelzen.

Dat op dat vlak initiatieven voorhanden zijn, weten we al. De Franse president Chirac heeft al tijdens de Irak-crisis laten zien dat zijn voorkeur uitgaat naar hautaine waarschuwingen en een beleid van kort houden. De kandidaatlanden die toen trouw zwoeren aan Amerika, bedreigde hij direct met blokkering van hun toetreding. En onlangs haalde de Duitse kanselier Schröder de zweep over nieuwkomer Polen, dat in zijn ogen te veel praatjes over de Europese Grondwet had.

Heeft deze aanpak kans van slagen? Landen die het juk van Moskou hebben gekend, zullen niet gauw bij een andere mogendheid dan de grif belonende Verenigde Staten in het gareel willen lopen. Koppig zullen ze zijn, betweterig en recalcitrant, en daardoor weer sympathiek. Misschien dat het enige lichtpuntje van hun toetreding juist in deze frisse eigenzinnigheid zou kunnen schuilen. Maar in doolhof Europa zal dit hoogstwaarschijnlijk spoedig verloren gaan. De esprit en creativiteit die nodig zijn voor reflectie over de zegeningen en gevaren van onbekende werelden, zijn we kwijt. Wacht de gezamenlijke nieuwsuitzendingen rond 1 mei 2004 maar af.

Schrijfster en journaliste. Van haar verschenen de roman 'Mândraga' en de novelle 'Kader Lulu Moses en ik'. Ze is geboren in Roemenië.