Boom omhelzen

In de verharding in het dierenactivisme zijn de woorden `burgerlijke ongehoorzaamheid' sleutelwoorden. In de jaren zeventig en begin jaren tachtig was het onder vredelievende dieren- en milieuactivisten geaccepteerd om door middel van burgerlijke ongehoorzaamheid aandacht te vragen voor misstanden die onderbelicht waren. Er gold daarbij echter een onuitgesproken, streng gehanteerde grens: de wetsovertreding moest absoluut van een onschuldig karakter zijn. In de praktijk betekende dit dat je wel eens een poster plakte op een plek waar dat niet mocht, dat je in Amelisweerd een boom omhelsde om te voorkomen dat hij gerooid werd voor de aanleg van de A27, en dat je als dierenliefhebber een hongerend konijn uit het hok redde van een eigenaar die met vakantie was gegaan zonder naar het dier om te kijken.

Het probleem met ongeschreven wetten, in tegenstelling tot geschreven wetten, is dat iedereen er zijn eigen interpretatie aan kan geven. Hoewel er bij elk organisatiecomité van een demonstratie en elke dierenwelzijnsorganisatie misschien nog consensus was over de te hanteren grens, hoeft dat niet het geval te zijn geweest bij alle deelnemers, aanhangers of leden. Met andere woorden: iedereen stelde zijn eigen grenzen, en die kwamen langzamerhand verder uit elkaar te liggen. Er waren mensen die zich het lot van dieren zo aantrokken dat ze het steeds zwaarder vonden opwegen tegen de nadelen van een actie. Schade aanrichten vonden ze geen probleem. Anderen gingen nog verder en begonnen mensen te bedreigen, tot en met een enkel geval van mishandeling. Het doel moest de middelen maar heiligen.

Het wordt tijd dat we als organisaties en aanhangers onderkennen dat we met die eerste, lichte vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid aan het begin zijn gaan staan van de glijdende schaal, en de weg vrij hebben gemaakt om af te dalen naar de laagste regionen van de menselijke (on)waardigheid, waar mishandeling van mensen wordt ingezet tegen dierenmishandeling – oog om oog, tand om tand.

De inzet van dierenwelzijnsorganisaties is niettemin hard nodig om het onrecht dat dieren op grote schaal wordt aangedaan tot een eind te brengen. Daarbij is de steun van particulieren onontbeerlijk, zowel financieel als door middel van diervriendelijk koopgedrag. Het is aan de organisaties zelf om hun beleid dat stelt dat ze binnen de wettelijke kaders opereren expliciet uit te dragen, zodat het publiek weet waar het aan toe is. Het initiatief van directeur Van der Giessen van de Dierenbescherming om in een open debat schoon schip te maken is dan ook prijzenswaardig en verdient navolging.

    • Monique Janssens Utrecht