Automobiliteit moet de ruimte krijgen die nodig is

Jarenlang hanteerde de Nederlandse overheid een degelijke, communistische benadering van het mobiliteitsvraagstuk. Niet de wensen van de burgers waren doorslaggevend, maar het aanbod van de overheid. Dat betekende: geen ruimte voor de auto, maar ruim baan voor het openbaar vervoer. De gevolgen zijn jammerlijk. Het Nederlandse hoofdwegennet en onderliggend wegennet zijn sinds de jaren '60 niet aangepast. Sterker, op alle hoofdtransportassen (A4, A12, A2) zijn grote delen van het wegdek nog gelijk aan de weg die in de jaren '60 werd aangelegd. Logisch gevolg: Verelendung in klassiek-marxistische zin. Lange files en steeds meer mensen die als gevolg daarvan met het openbaar vervoer gaan. Echter, het openbaar vervoer kan de toestroom in de spits niet aan, wat ook daar leidt tot Verelendung. Tegelijkertijd kan iedere burger constateren dat bussen en treinen het grootste deel van de dag bijna leeg rondrijden.

Mobiliteit vereist continue aandacht en investeringen. Het vrijwel ontbreken van files in Friesland of Drenthe geeft aan dat er heel goed een optimum is te vinden tussen infrastructuur en mobiliteitsbehoefte.

Dus kabinet: geef automobiliteit de ruimte die nodig is. En bouw. Ruim vertragende milieu- en ruimtelijke ordeningswetgeving uit de vorige eeuw op. Meer automobiliteit is goed voor de staatskas. Direct (de vele belastingen dekken ruimschoots de maatschappelijke kosten) en indirect (de economie krijgt weer `lucht' en Nederland wordt weer een aantrekkelijker vestigingsplaats).

    • André Betting