Apenduet

WIE ZOALS IK naast Artis woont, wordt 's morgens gewekt door het zingen der gibbons. De apen kwelen samen luide duetten met zeer lange, gillend hoge noten. Onwaarschijnlijk etherische frasen worden afgewisseld met passages vol snel rollende en jodelend korte noten. Muzikaal-stilistisch is het zingen van de gibbons het best te vergelijken met de waanzinscènes uit opera's van de vroeg-19de eeuwse Italiaanse componisten Bellini en Donizetti. Ook daar hoort men die lange zwevende legatolijnen en heftige coloraturen.

Gibbons zijn in alle opzichten opmerkelijk. Met hun uitzonderlijk lange armen slingeren ze zich van tak naar tak door de bomen, ze kunnen sprongen van twaalf meter maken en snelheden bereiken van dertig kilometer per uur.

Hans Slabbekoorn, aan de Leidse universiteit docent in de evolutionaire gedragsbiologie, kan het zingen van de gibbons verbazingwekkend goed imiteren, ook die merkwaardig `menselijk' klinkende glissandi naar boven. Slabbekoorn deed gibbon-onderzoek in Noord-Sumatra en Thailand en in dierentuinen. ``Ik ben blij dat ik ze in het wild heb gezien en gehoord. In de bergen waar ze hoog in de bomen leven draagt het zingen kilometers ver. Bij een duet begint de man met grote territoriumroepen. Dan valt het vrouwtje in met enorme uithalen. De vocaal spectaculairste en hoogste dingen zijn voor haar. De coda, de slotpassage, is weer voor de man met een aantal stereotiepe frases.''

Hechte band

Het zingen van de gibbons heeft verschillende functies, legt Slabbekoorn uit. Duetten, die meestal tien tot twintig minuten duren, versterken de toch al zo hechte band tussen het mannetje en vrouwtje, die levenslang bij elkaar blijven. Ook dient het zingen tot afbakening van leefgebieden, die 25 tot 30 hectare groot kunnen zijn. Het is een performance voor een publiek met de boodschap dat het uit de buurt moet blijven. Ook de kwaliteit van het zingen is een factor. Hoe beter het gibbonpaar een goed gecoördineerd duet zingt, hoe dringender het andere paren duidelijk maakt hoe hecht de onderlinge band is. Dat kan ook leiden tot kwartetten, waarbij twee paren duellerend tegen elkaar inzingen. Gibbononderzoeker Thomas Geissmann heeft eens een duet van 86 minuten vastgelegd, een complete `gibbon-opera'.

Volkomen exclusief is het karakteristieke zingen van de gibbons niet, Slabbekoorn heeft fruitduiven in Afrika en Azië ook `gibbonzang' horen produceren. Geissmann herleidt het zingen van mensen en gibbons tot een gemeenschappelijke voorouder. Slabbekoorn heeft er geen moeite mee het geluid van de gibbons echt `zingen' te noemen. Ook de beschrijvingen ervan maken uitvoerig gebruik van de muzikale terminologie. `Coda' is een muzikale term voor een slotpassage. Het is ook niet moeilijk om bij het duetteren van de gibbons de rollen van mannetje en vrouwtje te typeren als `tenor' en `sopraan'. De sonogrammen die de computer maakt op basis van geluidsopnamen van gibbons, lijken wel composities met de grafische notatie, die in de jaren '60 en '70 gebruikelijk was in de muzikale avant-garde.

Slabbekoorn: ``Er zijn negen soorten gibbons, maar niet alle duetteren. Twee soorten die geïsoleerd op eilanden wonen doen dat niet, daar zingt alleen het vrouwtje. Gibbons moeten in hun jonge jaren leren om te zingen door gebruik te maken van hun keelzak en het tuiten van mond en lippen. Ook op het duetteren moet veel worden geoefend, er is daarbij sprake van `virtuositeit'. En al zingen de gibbons volgens vaste patronen, daarbinnen zijn er voortdurend variaties en improvisaties. Geen twee duetten zijn hetzelfde. De lengte is ook afhankelijk van temperatuur en voedselaanbod. Vooral bij de gibbonmannen eist het zingen veel energie.''

Messiaen

Het wetenschappelijk onderzoek naar het zingen van de gibbons heeft een grote achterstand op onderzoek naar het zingen van vogels. De Franse componist Olivier Messiaen ging Gods natuur in om de zang van de vogels op muziekpapier vast te leggen. Slabbekoorn: ``Van vogels weten we veel meer, ook dankzij de veel gemakkelijker uit te voeren experimenten. Bij gibbons is er pas de laatste decennia echt veel onderzoek. Het analyseren van de sonogrammen is voornamelijk nog in het stadium van zoeken naar correlaties tussen zingen en allerlei omstandigheden. Daarin is nog geen plaats voor de musicologie.''

Met de gibbons in Artis gaat het op het ogenblik niet echt goed. Apenoppasser Eddie Everdingen vertelt dat in september de man van een koppel witwang-gibbons overleed. Op sinterklaasdag stierf het vrouwtje. Met ongeveer 45 jaar waren ze zeer bejaard. Artis heeft nu nog twee withandgibbons. De jongste, die altijd werd aangezien voor een mannetje, blijkt bij het volwassen worden en het verkleuren van de vacht toch een vrouwtje te zijn. De naam Jean-Marc is nu veranderd in Jeanne-Marie. De andere gibbon, het rosblonde vrouwtje Petit, is met haar acht jaar een stuk ouder.

Loopbrug

Everdingen: ``Nu Jeanne-Marie volwassen wordt, neemt de onderlinge rivaliteit toe. Laatst zijn ze elkaar aangevlogen waarna ze een tijdje uit elkaar zijn gezet.'' De gibbonvrouwtjes bewonen nu verschillende hokken in een houten gebouwtje. Via een loopbrug komen ze op het gibboneiland, aan het eind van het papegaaienlaantje. Everdingen: ``Gibbons zijn afstandelijk, het zijn ook voor oppassers geen knuffelapen. Maar ze zijn erg populair bij de bezoekers, met hun uitbundige en vrolijke zingen.''

Via de coördinator voor de Europese dierentuinen in Mulhouse probeert Artis nu twee jonge gibbonmannen te verwerven. Apen in het wild vangen gebeurt niet meer. Everdingen: ``We hopen dan natuurlijk op nageslacht, maar daarvoor moet het wel onderling klikken. Dat blijkt onder andere uit het samen zingen. Een gibbon in zijn eentje zingt niet. Als de partner sterft, stopt het zingen na een paar dagen. Voor een duet hebben ze geen klankbord meer, ze zijn in de rouw.'' De twee vrouwtjesgibbons laten nu slechts af en toe een korte solo horen.

Op het ogenblik wordt in Artis geen onderzoek verricht naar het zingen van de gibbons. Het laatste wat gebeurde, was het maken van opnamen van Jean-Marc, nu Jeanne-Marie. Toen werd ze nog aangezien voor een mannetje en werd haar zingen nogal vreemd gevonden. Die opnamen zijn naar Thomas Geissmann gestuurd, maar met hem zijn nu verder geen contacten.

Het is verleidelijk te speculeren over de toekomstige evolutie van de gibbons en hun zingen. Als hun zingen nu al lijkt op Bellini en Donizetti, zouden ze dan over enkele miljoenen jaren bij Verdi en Puccini zijn aangekomen?

Slabbekoorn: ``De evolutie gaat natuurlijk door. Je ziet gibbons in dierentuinen nu al op de grond zitten. Dat is absurd, in de natuur leven ze hoog in de bomen. Maar misschien komt er in dierentuinen wel een grondbewonende gibbon...'' Die muziekpapier wil? ``Ja, en noten gaat opschrijven!''

    • Kasper Jansen