`80 doden per dag in Frankrijk is erg'

De arts Patrick Pelloux was de `klokkenluider' van de hittegolf deze zomer in Frankrijk, waaraan duizenden mensen bezweken. `Dit land is niet bestand tegen de grillen van het klimaat.'

En weer zijn er files in de ziekenhuisgangen. Eerste-hulparts Patrick Pelloux constateert het met een ondertoon van cynisme. Maar hij is kwaad en roept door zijn mobiele telefoon tegen een strijdmakker, dat `we' de huidige directeur van volksgezondheid ook tot aftreden moeten dwingen. De temperaturen dalen, mensen krijgen griep en longontsteking, en verdomd, de eerste-hulpdiensten kunnen ook dit weer niet aan. De huidige directeur dient net zo de laan uit te vliegen als de vorige naar aanleiding van de door de hittegolf van deze zomer veroorzaakte oversterfte.

Pelloux (40) is deze zomer slechts `klokkenluider' geweest. Hij zag de eerste-hulpafdeling van het Parijse ziekenhuis Saint-Antoine waar hij adjunct is, `totaal in de soep draaien'. Het was 5 augustus, de thermometer wees nog niet eens veertig graden aan, zoals luttele dagen later wel het geval was. Zijn herhaalde alarmkreten bezorgden Pelloux nationale roem.

,,Twintig doden per dag in Parijs is normaal, bij tachtig is er iets heel ernstigs aan de hand'', vat hij het drama van afgelopen zomer samen bij een gedeelde pot thee in een café. Uiteindelijk vielen er door twee weken excessieve warmte bijna vijftienduizend doden meer dan normaal, meest bejaarden, maar volgens Pelloux ,,ook jonge mensen, zoals bouwvakkers die te lang op de steiger hadden gestaan en vrachtwagenchauffeurs die een uiltje knapten in hun vrachtwagen.'' Niet alleen daarom noemt hij de suggestie dat de extra doden toch snel zouden zijn gestorven `barbaars'. ,,Een samenleving die beweert, dat het niets uitmaakt of iemand op maandag in plaats van op vrijdag sterft, verliest het recht om over veiligheid of drugsproblemen te praten.''

Behalve arts is Pelloux voorzitter van de vakbond voor eerste-hulpartsen in Frankrijk, de AMUHF. Het is geen wonder, dat juist hij deze zomer de noodklok luidde. Pelloux praat op een gedreven toon, neemt geen blad voor de mond en verklaart ondubbelzinnig zich in te zetten voor de `strijd voor het sociale' en een broertje dood te hebben aan de bureaucratie en de huidige regering. De laatste noemt hij ,,een aristocratie, die slechts voor zichzelf leeft en ten bewijze daarvan voltallig op vakantie is op het moment dat zich een nationale ramp voltrekt.'' Hij heeft het begin deze maand de parlementaire commissie die een onderzoek verricht naar oorzaken en gevolgen van de hittegolf, ook nog eens voorgehouden: Jean-François Mattei, de minister van Volksgezondheid, liegt. Net als zijn ambtelijke top. Beweringen dat er `van onderen', dat wil zeggen door de eerste-hulpdiensten, geen alarm zou zijn geslagen, zijn klinkklare leugens.

Wat Pelloux de commissie ook voorhield: dezelfde ramp kan zich deze zomer weer voltrekken. De volle gangen op dit moment, wegens de griep, zijn een voorbode, en trouwens op zichzelf ook rampzalig. Er moet een Europees debat komen over het strafbaar stellen van bestuurlijke nalatigheid. Pelloux somt op: de gekkekoeiencrisis, het met hiv besmette bloed in de jaren tachtig, de radioactieve Tsjernobyl-wolk die bij de Franse grens halt zou hebben gehouden. `Hé!' zegt zijn mond, tok-tok doet zijn vinger tegen zijn voorhoofd: zijn ze stapelkrankzinnig of hoe zit het? Wat deze zaken in ,,al zijn glorie en al zijn gruwelijkheid'' naar voren brengt is ,,de middelmaat in dit land, waar vriendjes vriendjes van vriendjes benoemen op plaatsen waar ze tegen betaling hun winterslaap kunnen voortzetten.'' Hij zucht: ,,De Franse ziekte.''

Geen wonder dat dit land niet bestand is tegen de grillen van het klimaat. Temeer daar de theorie der klimaten van Montesquieu geen spat aan kracht heeft ingeboet. De mens bestaat bij de gratie van het klimaat en de natuur. Klimaatbeheersingsapparaten zijn op uitdagingen als die van afgelopen zomer het verkeerde antwoord. Dat er één zaal komt in de bejaardenhuizen met zo'n apparaat, vooruit, maar dat slorpt wel een hoeveelheid energie die het probleem alleen maar verergert. Bovendien: wil het gezond blijven, dan mag de airco niet lager staan afgesteld dan vijf graden onder de buitentemperatuur.

Structurele oplossingen zijn beter. Huizen moeten geïsoleerd worden en er moeten weer mooie, dikke ouderwetse muren komen. Die glazen torenflats daar aan de overkant – ovens zijn het. In Zuid-Frankrijk waar de stevige muren nog niet zijn afgeschaft omdat men het probleem er beter kent, zijn niet voor niets minder doden gevallen. Ook moet de inrichting van steden herzien worden. Er moeten veel meer bomen komen, ten behoeve van frisse lucht en verkoeling.

De `beste minister van Volksgezondheid' is volgens Pelloux minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy. Diens strenge maatregelen hebben de verkeersongelukken met 27 procent doen afnemen. ,,Vierduizend slachtoffers minder per jaar, dat merken we in onze dienst.'' Door anderen in de regering wordt intussen rustig tussen twintig en dertig procent van de bedden gesloten, ,,terwijl ze liegen dat het slechts om 11,6 procent gaat''. ,,Dit land gaat naar de knoppen. Er moet een nationale regering komen. De hittegolf heeft eenvoudigweg niet bestaan voor de huidige ploeg. Alsof we niet nog steeds de gevolgen van ondervinden. Mensen hebben door uitdroging blijvende schade opgelopen aan de organen, de luchtwegen. De gevolgen voor peuters zijn nog niet eens onderzocht. Er zijn uitzonderlijk veel miskramen geweest.''

Pelloux' oplossing is simpel. ,,Men moet ophouden te zeggen dat de zorg duur is. Banen moeten er komen, en bedden. Op z'n minst moeten die er zijn openblijven.''

    • Pieter Kottman