Wij brengen de wasknijpers bij u thuis

Tweemaal per jaar arriveerden ze op het postkantoor, de postordercatalogi van Montgomery Ward en diens concurrent Sears Roebuck. Elk meer dan duizend pagina's consumentenverleiding.

Of het nou wasknijpers waren of vuurwapens, onderbroekenelastiek of prikkeldraad, graszaad of T-Ford-onderdelen, `Monkey Ward' en `Sears Sawbuck' brachten het bij je thuis. Elk voor- en elk najaar was heel Amerika zes weken koopziek. Dat gold ook voor de al dan niet gekleurde inwoners van Conchartee, een stadje in Oklahoma. In Catalogue beschreef George Milburn (1906-1966) hoe het leven in die gemeenschap door zo'n vlaag van consumptiedrift ontregeld werd. 1936 was het, de depressie had nog niet toegeslagen.

Catalogue of, zoals het ook wel is genoemd, All Over Town, werd juichend ontvangen. `Een meedogenloos boek', schreef The New York Times, `maar ook een briljant voorbeeld van de ,,Mencken school of Americana''.' Die verwijzing naar de redacteur en criticus H.L. Mencken was niet toevallig. Toen Milburn eind jaren twintig zijn eerste verhalen ter publicatie naar het tijdschrift American Mercury stuurde, reageerde Mencken overenthousiast. `Verdomd veel beter dan de Psalmen,' zou hij zijn redactie hebben voorgehouden, `en de auteur van de Bijbel moet zich maar zorgen gaan maken over zijn lauwerkrans'. Zoals in Catalogue typeerde Milburn in zijn korte verhalen vooral de gewone Amerikaan; maar ook de zelfkant van de samenleving had zijn aandacht. De titels van zijn prozabundels spreken voor zich: Oklahoma Town of Sin People (1931), No More Trumpets (1933) en Hoboes and Harlots (1954).

In 1947 publiceerde George Milburn nog een tweede roman, Flannigan's Folly, maar Catalogue was en bleef zijn beste werk. Ik kocht het boek als pocket in 1977 in de Bussumse Boekhandel en las het in een achternamiddag uit. Ruim vijfentwintig jaar later blijkt het verhaal niets aan magie verloren te hebben. Het postkantoor van Conchartee is het centrum van de plot, die tot de helft van het boek op de catalogi is geconcentreerd. Maar vanaf dan ontwikkelt zich een tweede plotlijn, die langs een verrassende omweg eindigt in een voorziene, maar toch nog onverhoedse lynchpartij. In weinig woorden zet Milburn een tiental personages kleurrijk neer. Hij beschrijft niet meer dan wat er in een wachtlokaal, een kamer of krappere ruimte gebeurt, en elke beschrijving is aan het moment gebonden. Er is geen alwetende verteller die de lezer een weg wijst. Maar juist die stilistische eenvoud bepaalt de nu eens humorvolle, dan weer beklemmende sfeer van Catalogue.

Citaten uit de catalogi van Montgomery Ward en Sears Roebuck leiden de hoofdstukken in. Dat maakt de roman ook zelf een beetje catalogus, maar het karakter van de citaten wisselt naar gelang de aard van wat volgt. Milburn verkoopt dan ook geen wasknijpers of auto-onderdelen; hij presenteert een genadeloze, want quasi-objectieve blik op een samenleving. Dat zijn eigen vader aan het begin van de twintigste eeuw behalve kantonrechter ook postmeester was in een stadje in Oklahoma, zal zijn blik op die samenleving hebben aangescherpt.

George Milburn: Catalogue. Avon Press 1986 [1936]

    • Arie van den Berg