Vroeger was alles slechter

Hans Verkerk Keukens kon het dit jaar niet meer bolwerken. Net als Restaurant Vossius, meubelmaker Gelderland en plezierjachtenbouwer De Tille.

En het faillissementsspook bleef niet voorbehouden aan leveranciers van luxe producten. Textielbedrijf Van Heek Tweka, stroomleverancier EnergyXS en automatiseerder Aino gingen ook failliet. Allemaal gouden doden van 2003.

Volgens onderzoeksbureau Graydon bracht 2003 een record aantal deconfitures. Nog nooit werden in één jaar 8.872 faillissementen uitgesproken. Het gaat in dat opzicht nog slechter dan begin jaren tachtig.

Alleen is dat voorbeeld net zo gemakkelijk als onzinnig. De samenleving veranderde ingrijpend en in de cijfers worden appels met peren vergeleken. De onderzoekers die gegevens over faillissementen bijhouden, tellen het bankroet van natuurlijke personen en rechtspersonen bij elkaar op. Sinds begin jaren tachtig is het aantal inwoners en het aantal bedrijven sterk gegroeid. Hoe ernstig zijn de meest recente cijfers als zij hiervoor gecorrigeerd worden?

De afgelopen twintig jaar bestond gemiddeld een kwart van de faillissementen uit persoonlijke faillissementen. Twintig jaar geleden waren het er circa 1.950, dit jaar komt de teller net boven de 2.200 uit. Als dit afgezet wordt tegen de 2 miljoen inwoners die er in de tussentijd bij kwamen, dan lijkt de ontwikkeling van het aantal persoonlijke faillissementen stabiel. Sterker, de tijden waren in 1983 iets donkerder. Toen failleerde 1 op de 7.283 inwoners, in 2003 zijn dat er 1 op de 7.364.

Belangrijker is de component van het aantal bedrijven in de faillissementsstatistieken. Twintig jaar geleden waren dat er grofweg 5.800 per jaar tegen 6.650 nu. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek groeide sindsdien het aantal bedrijven, exclusief de overheid, de nutssector en de landbouw en visserij met bijna de helft tot 577.350 bedrijven begin 2003. In dat opzicht was 1999 een topjaar. Toen ging 0,54 procent van de bedrijven ten onder, terwijl de hierop volgende jaren een bovengemiddeld aantal bedrijven werd gestart. Het CBS telde in 2000, 2001 en 2002 bijna ieder jaar 40.000 starters.

Dit jaar ging 1,2 procent van de bedrijven bankroet, ruim het dubbele van 1999. Graydon wijt de sterke groei voornamelijk aan de recente startersgolf. Het gebrek aan ervaring van de ondernemer doet tweemaal zoveel pijn.

Maar ook hier was het leed begin jaren tachtig groter. In 1983 ging 1,5 procent van de ondernemingen ten onder, het jaar erop 1,25 procent.

De faillissementsrecords die worden gebroken zijn historisch door de groei van Nederland, niet door de zwakte van de economie.

    • Jeroen Wester