Verdonk: uitstel asielzoekers

Gezinnen met kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers worden voorlopig niet op straat gezet. Dit heeft minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) gisteren de Tweede Kamer beloofd. Eerst zal het kabinet nadere voorstellen voor het uitzettingsbeleid formuleren.

De commissie van Justitie van de Kamer, die voor het overleg met de minister het reces had onderbroken, besloot na deze belofte af te zien van verdere stappen. Die waren overwogen nadat Verdonk maandag in een brief had laten weten de motie van de Kamerleden Lambrechts en Van Fessem (uit de coalitiepartijen D66 en CDA) niet uit te voeren. Volgens Verdonk was zij daartoe wel bereid, maar alleen `materieel' – niet `formeel' omdat de formuleringen in de motie in strijd zouden zijn met de Vreemdelingenwet en andere regelgeving.

In de motie was het kabinet gevraagd gemeenten de mogelijkheid te bieden om bij uitgeprocedeerde asielzoekers ,,schrijnende gevallen'' te vrijwaren van verwijdering uit de opvang, zolang er door het kabinet geen nieuw uitzettingsbeleid is geformuleerd. Volgens de minister hebben gemeenten het recht niet de opvang voort te zetten wanneer iemand is uitgeprocedeerd. De beslissing over uitzetting is bovendien geen gemeentelijke bevoegdheid, aldus Verdonk, maar die van de minister zelf.

Na enig aandringen zegde Verdonk toe de komende weken terdege medische en humanitaire gronden mee te wegen wanneer het tot een beslissing over uitzetting komt. In de praktijk lijkt het onwaarschijnlijk dat het in de kerstperiode tot uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers zal komen, aldus Verdonk, gezien de vakanties bij de betrokken rijksdiensten. Naar verwachting zal het kabinet de Kamer volgende maand de contouren van een nieuw en actief uitzettingsbeleid doen toekomen. Op het moment dat het kabinetsvoorstel bekend wordt, vervalt ook de toezegging van de minister dat gezinnen met kinderen niet meer worden uitgezet.

Voordat Verdonk met haar toezeggingen de kritiek uit de Kamer onderving, hadden – met uitzondering van de VVD – alle partijen haar het negeren van de Kamerwens verweten. De LPF, die vorige week met de VVD tegen de motie Lambrechts-Van Fessem had gestemd, sloot zich bij monde van Nawijn bij deze kritiek aan.

Met uitzondering van de VVD dreigden alle partijen ook om de voltallige Kamer desnoods van reces terug te roepen om over deze zaak verder te spreken. Het negeren van een motie door het kabinet geldt in het parlement als een ernstig feit.