Moedermoord & vaderhaat

Met het tien uur durende `Tantalus' maakt De Appel een van de langste toneelvoorstellingen uit de Nederlandse theatergeschiedenis. ,,Een voorstelling als deze heeft veel weg van kamikaze.''

`Haal het paard Troje binnen! Haal dat paard Troje binnen!'' fluistert een koor van jonge, furieuze vrouwen. Ze roffelen met zware soldatenkistjes ongeduldig op de grond. Ze heupwiegen in felle bewegingen. Hun gefluister klinkt steeds sneller, alsof ze in vervoering raken. Onder de goudglanzende, doorschijnende gewaden zijn de belletjes te zien die ze in een gordel op hun lichaam dragen. De belletjes rinkelen lichtzinnig.

We zijn verzeild geraakt in het hart van die aloude, wonderlijk-vreemde Trojaanse oorlog. Acteurs, regisseur, componist en muzikant, kostuum- en decorontwerper, technici, lichtman: soms weten zij niet meer of het dag of nacht is, donderdagavond of maandagochtend, of het vrede is of oorlog. In deze maanden van repeteren aan de marathonvoorstelling Tantalus, die met een duur van tien uur een van de langste wordt uit de Nederlandse theatergeschiedenis, is de theaterzaal van gezelschap De Appel op Scheveningen hun werkelijkheid geworden. Het enige waarvan zij zeker zijn is dat op een ochtend, aanvang elf uur, de première is. Dat de gong slaat: voorstelling, hoogste tijd!

Regisseur Aus Greidanus zegt: ,,Ik kan de zin `Haal het paard Troje binnen!' niet vaak genoeg horen. We leven met het mooie verlangen iets ongekends te maken. Soms slaat de paniek toe. Dan denk je: Over drie weken is het première. Dan moet Tantalus – een cyclus van tien afzonderlijke toneelstukken, geschreven door de Engelse regisseur John Barton – voor de toeschouwer een bedwelmende, avontuurlijk reis worden.''

Lange voorstellingen hebben iets magisch. Het is meer dan een `avondje toneel', waarbij de alledaagse gedachten nog door het hoofd van de toeschouwer zwermen. Bij uitvoeringen die van de ochtend en de middag tot diep in de avond lopen, is een gedistantieerde houding onmogelijk. De toeschouwer raakt verstrikt in het verhaal en vanaf een zeker ogenblik wil hij niet anders dan dat de geschiedenis op het toneel hem meesleurt naar het slot, al ligt dat in een ver verschiet. Het uithoudingsvermogen dat een theatermarathon van de toeschouwer vergt, geldt in het kwadraat voor de spelers. Is de voorbereidingstijd al een uitputtingsslag, nu moeten zij de buitenwereld tonen waaraan zij maandenlang hebben gewerkt. De acteur weet wat het publiek te wachten staat. Dat zorgt voor bescheiden voorpret.

Een van de eerste regisseurs die toneel als marathon bracht was de Duitser Peter Stein met zijn tot ver na middernacht durende Oresteia van Euripides bij de Berlijnse Schaubühne am Halleschen Ufer. Dat was begin jaren tachtig. Een Engels gastgezelschap bracht in Nederland zo'n tien jaar later The Wars of the Roses, een hallucinerende reeks koningstragedies als Richard II, Richard III en Henry IV van Shakespeare. In 1997 overtroffen regisseur Luk Perceval en schrijver Tom Lanoye uit België met Ten oorlog! alles wat voordien op de Nederlandse planken te zien was. Opnieuw waren de bloedige koningsdrama's van Shakespeare uitgangspunt voor een ochtend-tot-nacht toneeluitvoering met als inzet het nooit tot stilstand komende `wiel van de oorlog'. Elke strijd wakkert een nieuwe aan, of die nu verloren is of gewonnen.

Epische lengte

Shakespeare en de Griekse dramadichters zoals Euripides, Aischylos en Sophocles lenen zich bij uitstek voor voorstellingen van epische lengte. Het is precies zoals Andromache zegt in Tantalus: ,,Met wraak begint een cyclus/ zonder zin en zonder einde,/ tot op den duur niemand meer weet/ waarom of hoe het ooit begon.'' Ook in Odysseus' overtuiging zal er nooit vrede komen: ,,Verwarring, twijfel, chaos -/ dat zijn ze: de drie Furiën/ die de plannen van de mensen ondermijnen.// Wat een mens ook onderneemt/ goed en kwaad gaan altijd samen.'' Deze door Odysseus aangeroepen furiën, die hij verantwoordelijk acht voor het slechte in de wereld, zijn dezelfde vrouwen die zingzeggen: ,,Haal dat paard Troje binnen!'' Het is het sluwe plan van de Griekse legerleider om met het houten paard, vol soldaten, de muren van de vijandelijke stad Troje binnen te trekken en daar een slachting aan te richten.

De Engelse regisseur John Barton, verbonden aan de Royal Shakespeare Company, heeft meer dan tien jaar gewerkt aan zijn hervertelling van de Griekse mythologieën, zoals die in de vijfde eeuw voor Christus zijn vastgelegd in drama's als Orestes, Elektra, Agamemnon en Ifigeneia in Aulis. De overkoepelende titel Tantalus is door Barton bedacht. Deze zoon van Zeus en lieveling der goden riep een vloek af over zichzelf en zijn nakomelingen. Op een keer is hij te gast op de berg Olympus, troon der goden. Om de alwetendheid van de goden te beproeven, geeft hij hun ter spijziging het aan stukken gesneden lichaam van zijn eigen zoon. Bovendien ontfutselt hij de goden nectar en ambrozijn om die aan de mensen te geven. Zeus straft hem met verbanning naar de onderwereld, waar hij eeuwige honger en dorst moet lijden. Als hij bukt, dan stroomt water weg. Reikt hij naar een tak met fruit, dan zwiept deze onbereikbaar de hoogte in. Dan volgt de zwaarste straf: Zeus bindt boven zijn hoofd een rotsblok vast met kettingen aan de hemel. Niemand weet ooit wanneer of door wie de kettingen losgemaakt worden, zodat het rotsblok Tantalus, en met Tantalus zijn gedoemde huis, zal verpletteren. De mythe van de Tantalus-kwelling is geboren.

Een rotsblok met kettingen vastgeketend in de ijle luchtledigheid van de hemel is een literair beeld, een metafoor voor het fragiele bestaan van de mensheid. Nu moet er toneel van komen. Het literaire moet zichtbaar worden. De toeschouwer moet dezelfde dreiging ondergaan als de personages in Tantalus. Regisseur Greidanus heeft overwogen om met een hoogwerker een reusachtig betonblok boven het Appeltheater te takelen. Stel dat de kabels het brok steen niet houden. Geen toeschouwer die naar binnen durft. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.

In samenwerking met decorontwerper Guus van Geffen ontstaat het idee van een piste, als in het circus. Die piste raakt, gaandeweg de voorstellingen, gevuld met bloed. Rondom die piste sluit een ring aan. Op het eerste gezicht is dat gewoon een onderdeel van de houten speelvloer. Totdat het hele gevaarte van de ring, verstevigd met een ijzeren rasterwerk van buizen, bij een volgend bedrijf opeens in de hoogte is getild. De schakels van de vier kettingen ogen op afstand breekbaar. De decorontwerper zegt: ,,Ik wilde de afstand tussen speelvloer en zoldering, ofwel die tussen aarde en hemel, zo groot mogelijk maken. Dat kon aanvankelijk niet. Het liefst ging ik tachtig centimeter de grond in, maar dan stuit je op oeroude fundamenten. Dus is de tribune met tachtig centimeter verhoogd, zodat de bühne in de diepte ligt. Er moest een muur doorgebroken worden, want achter de piste wilden we een zuilengaanderij.''

Metamorfose

Het Appeltheater heeft een metamorfose ondergaan. Het decor is abstract en past zich bij elke scène opnieuw aan. Moet het oorlog zijn, dan is het een strijdtoneel. Is er een rechtszaak, dan zie je de buitensporig hoge zetel van de rechter. Van Geffen: ,,Niet alleen de toeschouwer ziet tien uur lang hetzelfde decor, ook de spelers staan al die tijd in dezelfde omlijsting. Ruim twee jaar hebben we gezocht naar de grootst mogelijke eenvoud met behoud van het wezen van Tantalus. Er is de wereld van de goden en die van de mensen. Plus nog een handjevol halfgoden daartussen. Dus moet het toneelbeeld hoogte en diepte bezitten. Vanuit de hoogte bestieren de goden een mensenleven. Het is alsof zij zich vermaken met ons aardse gedoe. Een piste heeft als voordeel dat de acteur de zaal bij zijn spel kan betrekken. We spelen ook buiten de piste, te midden van de toeschouwers.''

De Trojaanse oorlog – hoe begon die ook weer? De Trojaan Paris schaakte de mooiste Griekse vrouw, Helena, en nam haar mee naar zijn rijke, onneembaar geachte vestingstad met de gouden burchten. Helena is getrouwd met de Griek Menelaos. Hij wil haar terug. En vanaf dit ogenblik begint een ontzagwekkend verhaal barstensvol zijwegen, een struikgewas van fatale familiebanden, moedermoord en vaderhaat, wraak en wederwraak waarin de Grieken Agamemnon, Odysseus, Menelaos, Achilles aan de ene kant de hoofdrol spelen en aan de andere de Trojaanse koningin Hekabe, haar gemaal koning Priamos, strijder Hector en zieneres Kassandra. De schrijver Barton liet een nieuw toneelstuk ontstaan, het is niet zo dat hij de bestaande tragedies aan elkaar heeft gelast. Hij beschouwt de oorlog als een verhaal waarin de befaamde helden en heldinnen optreden als vertellers. Tantalus is de oervader van dit hele met elkaar verknoopte geslacht van stervelingen en niet-stervelingen. In zijn huis heerst niets dan rampspoed.

Tijdens een van de tientallen repetities sleept Sacha Bulthuis in de rol van Hekabe een bloedrode, loodzware jurk het toneel op. Ze loopt niet fier als een vorstin, ze kruipt eerder. Ze vertilt zich bijna aan het gewicht van het gewaad. Geert de Jong als de versmade Helena ging een dag eerder gebukt onder een loodzware, torenhoge pruik. Daarin zit ijzerdraad verborgen. ,,Dat moet'', zegt ze in een van de schaarse momenten van rust in een jachtig rooster, ,,als je lichter materiaal gebruikt, kunststof bijvoorbeeld, dan zwiept die pruik heen en weer als een stelletje rietpluimen. Dat kan niet; dan verlies ik mijn allure. Ik ben als Helena per slot de dochter van oppergod Zeus, door hem in de gestalte van een zwaan bij de beeldschone Leda verwekt. Iedereen ziet in haar de bron van alle oorlogen. Alsof ze zich gewillig, als een overspelige vrouw, mee liet sleuren naar Troje. Maar als Helena wil, kan ze zo de aarde verlaten en terugkeren naar het godenrijk. Ze speelt het gruwelijke spel dus mee. Dat is een intrigerende rolopvatting. Laatst knakte mijn nek zowat door het gewicht van die pruik.''

Niemand van de spelers kan voorspellen wat die duur van Tantalus gaat betekenen. Sacha Bulthuis ziet de cyclus als een imposant toneelstuk met verschillende bedrijven: ,,Elk van de delen draagt de naam van de hoofdrol, dat kan Odysseus zijn, Kassandra, Helena, Agamemnon of wie ook. Het is elke keer een stuk van ongeveer een uur. Toen we enkele seizoenen terug Trojaanse vrouwen op het strand van Terschelling speelden en ik ook Hekabe was, met net zo'n zware jurk, repeteerden we zes weken aan een voorstelling die ternauwernood een uur duurde. Nu hebben we tien stukken. Als we het ritme aanhouden van een stuk per repetitiedag, komt Hekabe pas terug na een kleine twee weken. We mogen geen vergissingen maken, niet de tekst uit de verschillende bedrijven door elkaar haspelen. Maar het geheugen trekt je soms de andere kant uit. Ik vergis me weleens in een naam en zeg Neoptolemos, terwijl het Polymestor is die voor me staat.''

Geen van de spelers heeft de oorspronkelijke versie van Tantalus gezien die in 2000 in Londen in première ging. Barton was toen ontevreden over de enscenering van Peter Hall. De hele tijd door droegen de acteurs maskers. Volgens Hubert Fermin, die zowel Odysseus speelt als zijn Trojaanse rivaal Priamos, is er iets te zeggen voor die maskers: ,,Je moet oppassen dat je niet het eerste uur, dus de tijd van ochtendkoffie voor de toeschouwers, al meteen alles op alles zet. Dan overschreeuw je jezelf. Onze stijl is naturel, vertellend. Zo is het stuk ook geschreven. Zestien acteurs en actrices komen op, ze ontmoeten elkaar op een plek die als `een lege ruimte' is aangeduid. Het zou de Griekse kust kunnen zijn. Dan vertelt de een de ander een verhaal over hoe de wereld is begonnen, over ons ontstaan. Vanzelf komt dit gezelschap uit bij de Grieken die in hun mythologieën en tragedies de weg van chaos naar orde hebben beschreven. Die lange weg tonen wij. Het komt erop aan de energie goed te verdelen. Ik heb veel baat bij de eenvoud van de regie. Mijn rekwisieten beperken zich tot een staf, een wapen. De innerlijke verwantschap blijkt uit de kledingstukken die uit het ene bedrijf meegaan naar het andere. De soldatenkistjes die de furiën aanhebben, zijn een restant van een eerdere oorlogsscène. Ik heb als Odysseus een zware leren jas aan en als Priamos een koningsmantel. Tussen beide kledingstukken bestaat overeenkomst.''

Voor de toeschouwers blijft veel onzichtbaar. ,,Achter de coulissen is er een jungle aan kostuums, meer dan honderd'', zegt Sacha Bulthuis. Ergens op zolder komen bedden te staan zodat de spelers even kunnen rusten of een boek lezen. Praten is daar verboden. Het valt Geert de Jong op dat nu al, tijdens de repetities, ,,iedereen in de kleedkamer met mobieltjes naar buiten belt. Alsof dat life lines zijn.'' Bulthuis: ,,In de loop van deze tijd zijn we vermagerd. Ik vroeg laatst in het kostuumatelier of ze mijn jurk wilden innemen. `Welnee', was het antwoord, `als jullie eenmaal gaan spelen komen jullie weer aan.' Mijn angstbeeld is niet de première, maar de tijd daarna. Als de zaal niet helemaal bezet is. Je kunt dit niet spelen voor een paar mensen, dat zou verschrikkelijk zijn.''

Bij de repetities valt op dat eenvoud de stuwende kracht is achter Tantalus. In zijn tekstgetrouwe, transparante vertaling heeft de Vlaamse classicus Johan Boonen een jambisch patroon gevolgd. Zijn voorkeur voor gespierde zinswendingen komt de zeggingskracht ten goede. Luister wat Sacha Bulthuis als Hekabe zegt: ,,Wie zich aan vrede vastklampt/ is de eerste die haar kwijtraakt.'' Of Priamos (Hubert Fermin): ,,Overwinnen - / staat niet voor `hoe oorlog eindigt',/ maar voor `hoe ware vrede begint.'' De ritmiek van de tekst krijgt ondersteuning door de composities van Matthijs Vos, die een onuitputtelijk arsenaal aanbiedt: marsmuziek naast symfonische klanken, elektronisch aanzwellende golven van geluid en dan weer verstilde archaïsche motieven. Slagwerker Pepijn Zwaanswijk is alomtegenwoordig. Soms staat hij achter de toeschouwers, dan verschuilt hij zich onder de tribune of roffelt op zijn trommen en ander slagwerk dat plots zichtbaar is in de zaal. Bij opkomst van Odysseus klinkt zijn live muziek als de verscheurende donder van een oorlog die niet ver weg is.

Verwondering

,,Een voorstelling als deze heeft veel weg van kamikaze'', zegt Aus Greidanus laat in de avond na een vermoeiende repetitie. ,,We kunnen nog twee jaar repeteren, we kunnen nog een maand wachten. Mijn acteurs hebben de respons van de toeschouwer nodig. Zij kunnen het decor, een pruik, een kostuum niet meer als nieuw ervaren. Ik probeer hun die verwondering van de eerste keer telkens voor te houden. Zo begint de voorstelling ook, met de verwondering door de transformatie. Iemand zet een dekschaal op zijn hoofd: `Hé, nu ben ik een Griekse krijger.' Een actrice slaat een bloedrode mantel om – en zij is Hekabe. Dan gaat dit spel van verkleden en tekst zeggen langzaam maar zeker over in de verwikkelingen rondom de Trojaanse oorlog. De pijnlijkste onthulling aan het slot is dat er niet een maar twee Helena's zijn geweest. Dat heeft Barton uit een voetnoot van een voetnoot geplukt. De Helena om wie het alsmaar draait, is nooit in Troje geweest. Ze hield zich schuil in Egypte. Die oorlog, al de slachtoffers, het leed: voor niets. Die troef tegen het slot is ijzersterk, dat is het moment van ontmaskering waar we scène na scène naartoe werken. In de tussentijd is de toeschouwer getuige van mensen die nietsontziend alles najagen wat menselijk is: roem, genot, rijkdom, verraad, moord, liefde, macht. Het voortrazende vliegwiel van wraak en wederwraak komt nooit tot stilstand. Dat komt ervan als de sterveling Tantalus te gast gaat bij de goden.''

`Tantalus' door De Appel. Première: 28/12, Appeltheater, Schevingen. Aanvang: 11u. Te zien t/m 30 mei. Inl.: 0703502200; website: www.deappel.nl

    • Kester Freriks