Miekes Hellevaart

Afgelopen zondag stond de weduwe van Simon Vestdijk, Mieke Vestdijk-Van der Hoeven, als debutante op de Beurs van Kleine Uitgevers. Haar handel bestond uit door haarzelf met de hand vervaardigde boeken van haar in 1971 overleden echtgenoot. In het krantje dat de beurs begeleidde zei ze dat ze ook wel op boekenmarkten stond. De reden voor dit alles was dat uitgevers volgens haar geen interesse meer toonden in de heruitgave van het werk van Simon Vestdijk.

In de beste tragedies sluimert het komische en dit bericht had die ongemakkelijke dubbele werking. Mieke Vestdijk geldt als de Iron Lady van de literatuur, het prototype van de pinnige weduwe die buitensporig behoedzaam waakt over de literaire nalatenschap van haar echtgenoot. Berucht is ze om het naar haar hand zetten van boeken over Vestdijk, vooral als het gaat om de vrouwen die Simon had voor hij haar leerde kennen. Dat maakt dat haar behoedzaamheid wel wordt gezien als hooghartigheid en voortkomend uit eigenbelang. Uitgerekend zij vervaardigt nederig en eigenhandig boekjes en staat op tochtige markten achter haar kraam om ze aan de man te brengen. Onwillekeurig leidt het tot visioenen van andere schrijversweduwen dertig jaar na de dood van hun geliefde. Joop Schafthuizen brullend achter een kraam met weer een nieuwe brievenbundeling op de markt van Beverwijk. De tapasbar van de familie Nooteboom: een reisboek van Cees bij besteding van 50 euro. Huize Afthiteling, het exclusieve pension van Mirjam, met op het nachtkastje geen Bijbel, maar de twaalfdelige Movo-reeks van Van der Heijden in cassette.

Maar in de kern van de zaak is de kennelijke teloorgang van een van de grootste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw een schok. Als de boeken van een overleden schrijver uit de handel raken sterft hij pas echt. Vestdijk was nog geen halve eeuw terug een belangrijke kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur, nu lijmt zijn vrouw op de zolder van haar huis tweehonderd maal de rug van zijn roman Ierse nachten. Bedenk er wat sneeuwvlokken en een uitgevallen kachel bij en het wordt onweerstaanbaar romantisch, maar het blijft een gotspe.

Het is gissen naar de aanleiding tot de baisse in Vestdijk-uitgaves. Is het Vestdijk, is het de haaibaai van een weduwe of ligt het aan ons, de lezers? Natuurlijk veroudert literatuur en het proza van Vestdijk oogt niet in alle gevallen even knisperend en fris, maar de pracht van Terug tot Ina Damman en Ivoren wachters en de denkkracht van de poëziestukken in De glanzende kiemcel is alleen voor hartelozen en onbenullen onzichtbaar. En dat zijn nog maar de greatest hits. Getalsmatig lijkt de Vestdijk-berg onneembaar met zijn 52 romans, 30 essaybundels en ruim twintig dichtbundels, maar dat geeft slechts aan dat Vestdijksoeuvre een rijke verscheidenheid aan genres en motieven kent.

Ik weet wel waar het aan ligt. Nederland is in de greep van de lachcultuur, van piassen die ministers nadoen. Een angstpsycholoog en zielvorser als Vestdijk biedt te weinig kant-en-klare verlichting. Het is de schuld van die luie leraren, de gemakzuchtige ouders, de debielen op de televisie, de scoringsgeile journalisten, de geldbeluste uitgevers, de machtswellustige babyboomers. Het zijn de leeghoofdige lezers, al die mensen met al die verkeerde boeken in hun pronkerige boekenkasten. Het is jouw schuld.

Een mens zou er nog tegen zijn natuur cultuurpessimist van worden.

    • Ron Rijghard