Kerstbestand

Het droevige sprookje van het meisje met de zwavelstokjes dreigde even een eigentijds vervolg te krijgen. Terwijl half Nederland zich opmaakt om aan de feestdis te gaan, zouden uitgeprocedeerde asielzoekers letterlijk in de kou komen te staan. Gezinnen met kleine kinderen en al. Dat beeld was voldoende om de Vaste Kamercommissie voor justitie terug te roepen van kerstreces voor spoedoverleg met minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). De Kamer had vorige week per motie aangedrongen op enige clementie. Maar de bewindsvrouw wenste onverkort vast te houden aan het regeringsbeleid dat de afgewezen asielzoekers zélf het land moeten verlaten en dat dit alleen werkt als de straat het enige alternatief is.

De uitslag van het spoeddebat was voorspelbaar: de uitgeprocedeerden zullen in de kersttijd niet op straat worden gezet. Daarna komt echter het nieuwe jaar en dan komt de minister met een brief over het terugkeerbeleid. Dan komen de lastige keuzes vierkant op tafel. Achter het kerstbestand van gisteren schuilen serieuze tegenstellingen, met name tussen de nationale en de lokale overheden. Verdonk heeft een eenmalig pardon afgekondigd voor pakweg tweeduizend oude gevallen. De Tweede Kamer heeft dat overigens geaccepteerd. De lokale bestuurslaag komt uit op een aantal dat driemaal zo hoog ligt. Veel burgers vragen zich af waarom daar zo moeilijk over wordt gedaan. Het probleem zit hem echter niet in het getalsmatige verschil, maar in de criteria waarop het is gebaseerd. Verdonk hanteert een beperkende formule, de gemeenten zien het begrijpelijkerwijs wat pragmatischer. De vrees van de regering is dat de eenmalige regeling ongemerkt steeds meer wordt opgerekt.

Iets dergelijks geldt voor de stopzetting van de opvang van uitgeprocedeerden waar veel gemeenten, en alweer menige burger, het moeilijk mee hebben. De harde lijn van de regering is ingegeven door een harde werkelijkheid binnen Europa. Men noemt het Eurogebied wel een `cordon asilaire', verenigd in een streven om asielzoekers buiten te houden. Maar daarbinnen is het nog steeds: ieder voor zich. Mensensmokkelaars zijn voortdurend op zoek naar nationale tekenen van zwakheid – zoals een pardon. Europese partners zijn trouwens ook niet te beroerd om afgewezen asielzoekers naar elkaar af te schuiven. Dat maakt het vluchtelingenbeleid vaak zo hard. In de Nederlandse staatkundige verhoudingen kan geen gemeente daar wat aan veranderen. De lokale overheid hoeft niet alles te nemen. Zij heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de opvang van crepeergevallen. Maar die is beperkt, net zoals het kerstbestand. Deze episode maakt wel duidelijk dat Verdonk niet kan volstaan met de mantra `wet is wet'.