Even geen vrienden met Duitsland

De Duits-Nederlandse betrekkingen beleven na de botsingen over Irak en het Stabiliteitspact niet bepaald een hoogtepunt. Toch hoeven de wrijvingen niet onoverkomelijk te zijn.

,,Wir sind Freunde'', verzekerde de Duitse bondskanselier Schröder premier Balkenende tijdens de mislukte Europese top van half december. Balkenende had verhaal gehaald bij Schröder omdat diens minister van Financiën, Hans Eichel, net had verklaard dat Nederland de sfeer ,,vergiftigt'' met zijn gehamer op strikte naleving van het stabiliteitspact voor de euro.

Het zit dus wel goed met de Nederlands-Duitse betrekkingen, hield Balkenende vorige week bezorgde Kamerleden voor. Freunde, nietwaar? Toch is het lang geleden dat de banden tussen Nederland en het belangrijkste buurland zo in mineur zijn geweest.

Minister Zalm (Financiën) nagelde de laatste maanden regelmatig in het openbaar zijn collega Eichel aan de schandpaal omdat deze zich niet wilde houden aan de afspraken over het stabiliteitspact. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Schily, hekelde intussen het coffeeshopbeleid van minister Donner (Justitie). En dan was er nog de langdurige Irakcrisis, die ook tot de nodige wrijvingen in de betrekkingen heeft geleid.

Twijfelachtig is ook in hoeverre Schröder Balkenende nu werkelijk als Freund beschouwt. Bronnen in Berlijn en Den Haag bevestigen dat er geen `chemie' is tussen de flamboyante bondskanselier en zijn calvinistische collega, tussen de sociaal-democraat en de christen-democraat. Het schoot de kanselier bijvoorbeeld in het verkeerde keelgat dat de onervaren Balkenende hem tijdens een van de eerste ontmoetingen op nogal belerende toon aanbood dat hij Duitsland kon helpen de gespannen relatie met Washington weer op `het juiste pad' te krijgen. Beiden beseffen echter dat ze tot elkaar zijn veroordeeld, want de ruimte voor persoonlijke voorkeuren in het tegenwoordige Europa is gering.

Feit blijft echter dat Schröder regelmatig belde met de toenmalige premier, en partijgenoot Wim Kok om de klokken gelijk te zetten, terwijl hij dat met Balkenende veel minder doet. Tegelijk zijn ook op ministersniveau de contacten afgenomen. ,,Het ergste probleem in de onderlinge relatie is dat er de laatste tijd meer over dan met elkaar is gesproken'', meent een Duitse regeringsfunctionaris.

Het zijn niet alleen persoonlijke tegenstellingen die Duitsland en Nederland uit elkaar hebben gedreven. Europa verandert snel en ook aan de twee buren zelf zijn de afgelopen jaren politiek gezien niet ongemerkt voorbijgegaan. Nieuw personeel, nieuw beleid, afscheid van vertrouwde patronen: fikse confrontaties tussen Den Haag en Berlijn konden niet uitblijven.

De aandacht van Duitsland is sinds de val van de Muur en de hereniging onmiskenbaar naar het oosten verschoven. De sanering van de Oost-Duitse economie en de verzorgingsstaat slokten bovendien veel geld en energie op. De economische toestand verslechterde intussen en Duitsland was meer dan voorheen met zichzelf bezig.

De Bondsrepubliek kreeg er een grote nieuwe buurstaat bij, Polen, en heeft nu in totaal liefst negen buren. Elk daarvan eist aandacht op. ,,In Duitse ogen zijn wij een van de vele kleine staatjes'', constateert Ton Nijhuis, directeur van het Duitsland Instituut in Amsterdam. ,,Daar moeten we mee leren leven.'' Het in Europese Zaken gespecialiseerde PvdA-Kamerlid Timmermans oordeelt: ,,Nederland is minder belangrijk geworden voor Duitsland. Ze hebben al zoveel op hun bordje.''

Ook de verhuizing van de hoofdstad uit Bonn naar het veel oostelijker Berlijn droeg het hare bij aan die oriëntatie op het oosten. ,,Vroeger was alles veel dichterbij en was het contact veel inniger. Duitse politici, zoals Bondsdagvoorzitter Süssmuth en minister van Buitenlandse Zaken Kinkel, hadden zomerhuisjes in Zeeland (en Süssmuth heeft het huisje er overigens nog steeds, red.). Nu gaan de meeste politici liever naar de Oostzee'', zegt Peter van Walsum, oud-ambassadeur te Bonn. De afstand heeft echter ook voordelen, meent een andere ingewijde. Nederlandse ministers komen nu ook in Duitsland echt op bezoek en onderstrepen daarmee het belang van hun gesprekspartner. ,,Die vluggertjes van vroeger – op weg naar huis even langs Bonn – vielen niet altijd even goed.''

Tegelijk veranderen de buurlanden ook intern snel. Weliswaar blijft Duitsland voor Nederland in economisch opzicht van kapitaal belang; ongeveer de helft van de Nederlandse buitenlandse handel bestaat uit in- en uitvoer met Duitsland en volgens Duitse schattingen hangt de haven van Rotterdam voor zeker 40 procent van zijn omzet af van het Duitse achterland. Maar het financieel-economisch beleid verschilt wel degelijk. Schröder voert een stimuleringsbeleid, terwijl Nederland vasthoudt aan bezuinigingen. Schröder behartigt bovendien graag de belangen van de Duitse industrie en ziet voor de overheid een belangrijke rol in de economie weggelegd. Nederland dringt de overheid terug en heeft al lang geleden afscheid genomen van industriebeleid.

In de buitenlandse politiek vaart Schröder een eigenzinniger, assertievere koers. Een koers die veel meer is gericht op het nationale belang en minder op de inbedding van Duitsland in de Europese Unie en de NAVO, zoals onder Schröders voorganger Kohl gebruikelijk was. ,,Schröder is duidelijk niet zo'n Europeaan en ook minder geïnteresseerd in bilaterale betrekkingen'', zegt Nijhuis van het Duitsland Instituut.

Ook Nederland, in het bijzonder onder druk van de VVD van Gerrit Zalm en Jozias van Aartsen, werd assertiever. Het toonde zich minder inschikkelijk in de Europese samenwerking. Tot verbazing van velen, ook in Duitsland, dreigde Nederland zelfs een paar keer zijn veto te gebruiken. De harde houding van Nederland vorig jaar tegenover nieuwe EU-toetreders zoals Polen leidde in Berlijn eveneens tot wrevel. De Irak-crisis, waarbij Nederland al met al meer achter de Britten en de Amerikanen dan achter de Duitsers en de Fransen ging staan, versterkte de wederzijdse scepsis.

Medewerkers van Balkenende wijzen er intussen op dat de huidige spanningen in de betrekkingen tussen beide landen niet zonder precedent zijn. Ook tijdens het laatste kabinet-Lubbers, begin jaren negentig, waren de banden op het hoogste niveau verre van hartelijk. Kohl vergaf Lubbers nimmer dat deze zich hardop had afgevraagd of de hereniging van de beide Duitslanden wel zo'n goed idee was.

De huidige wrijvingen hoeven evenmin onoverkomelijk te zijn. De net aangetreden minister Bot (Buitenlandse Zaken) heeft al aangegeven dat hem er veel aan is gelegen de banden met zowel Duitsland als Frankrijk aan te halen. Begin volgende maand gaat Bot op bezoek in Berlijn om eens uitvoerig bij te praten met zijn collega Fischer. En het klinkt als muziek in Duitse oren als Bot zegt dat Nederland wat minder als ,,stadsomroeper'' door de wereld moet gaan. ,,Zalm mag nog zo gelijk hebben, het hangt er ook vanaf op welke toon je dat naar buiten brengt'', aldus een Duitse functionaris.

Duitsland was in 2003 vooral op Frankrijk gericht. De vraag is of die verstandhouding zo innig blijft, of dat Duitsland naast de bijzondere band met Frankrijk weer meer oog krijgt voor de rest. ,,Die Frans-Duitse toenadering ging wel heel erg hard'', constateert een deskundige. Vraag is of na de turbulente omhelzing een rustiger periode volgt. Schröder is in eigen land in elk geval al herhaaldelijk aangevallen voor het gebrek aan aandacht voor `de kleintjes'.

Een belangrijke test komt de komende maanden. Nederland bekleedt in de tweede helft van 2004 het voorzitterschap van de Europese Unie en ,,dan is het in Schröders eigen belang weer wat meer naar het westen te kijken'', zegt een ingewijde. De eerste tekenen dat hij dat ook doet, zijn er: het is de bedoeling dat Schröder in april naar Nederland komt om in Rotterdam een lezing te houden. Ook zal hij naar verwachting koningin Beatrix spreken en, het kan niet anders, ook met Balkenende zal hij enige tijd doorbrengen.

    • Michel Kerres
    • Floris van Straaten