Een sneeuwjacht door Rubbish Road

Orhan Pamuks jongste roman Sneeuw begint met een bustocht in Turkije. Terwijl de dichter Ka, de krottenwijken van Erzurum passeert, steekt een gure wind op en begint het te sneeuwen. Ka neemt zijn intrekt in Hotel Sneeuwzicht in Kars, waar ijsbloemen de ramen bedekken. De sneeuw brengt bij hem niet het verwachte dichterlijke gevoel van zuiverheid en onschuld teweeg, maar heeft eerder iets afmattends en afstotends.

Zoveel ontmoedigend wit in het Turkse landschap, waar had ik dat eerder gelezen? Latife Tekin! Haar roman Berji Kristin: Tales from the Garbage Hills (1983) begint met sneeuw en een gure harde wind. Tijdens een koude winternacht bouwen vrouwen en mannen illegaal hutten bovenop een afvalheuvel en zij dopen de plek om tot Bloemheuvel. En het sneeuwt, en sneeuwt, het hele boek door, en langzaam krijg je steeds meer het gevoel dat je als lezer insneeuwt. Zelfs in de zomer blaast de wind zoveel sneeuw door `Rubbish Road', dat de Bloemheuvelianen er sprookjesachtig als wandelende sneeuwvlokken uitzien.

Berji Kristin, zo vernemen we uit het voorwoord bij de roman, is gebaseerd op een waar gebeurd incident uit de jaren zeventig: arme mensen van het platteland zochten hun heil in Istanbul en bouwden illegaal in één nacht een wijk. Bloemheuvel en Rubbish Road bestaan écht en liggen aan de rand van Istanbul. Door deze mededeling en de observerende, afstandelijke toon begin je Berji Kristin aanvankelijk als een politieke reportage en een aanklacht te lezen. De zomerse sneeuw blijkt bijvoorbeeld ziekmakend wit poeder uit een pillenfabriek op het nabijgelegen industrieterrein. Maar dan waait er een baby genaamd `Wind' de bomen in, laat een vrouw haar bloemenonderbroek zien uit protest tegen het opdringerige gedrag van de mannen en gaan de sneeuwwitte bomen horizontaal groeien door de harde wind.

Berji Kristin wordt steeds meer een schitterende droomachtige literaire reportage, een wonderlijke aaneenschakeling van fantastische, overgeleverde geruchten die waar zouden kúnnen zijn. Sneeuwvlokken, wind en geruchten worden de hoofdpersonages van deze roman.

Tekins roman werd in 1991 door een oplettende uitgeverij vertaald in het Nederlands, onder de dichterlijke, maar wat misleidende titel Bloemheuvel, en bleef vrijwel onopgemerkt. Waarom, zo kun je je afvragen, kennen de meeste lezers in Nederland wel Orhan Pamuk (1952), maar niet Latife Tekin (1957)? Is het omdat het literaire vergeten vrouwelijke auteurs makkelijker en vaker treft dan hun mannelijke collega's? Wellicht speelt het een rol, maar die verklaring is niet afdoende. Want wie iemand in Nederland vraagt om een vijftal Turkse auteurs te noemen, komt er al gauw achter dat Turkse meesterwerken in Nederlandse vertaling, van man én vrouw, niet bepaald oververtegenwoordigd zijn. Een mogelijke verklaring daarvoor vinden we in het rapport Turkse auteurs in Nederland – verkenning van een onontgonnen gebied (2002). Terwijl de Arabische literatuur actief gestimuleerd wordt met jong-talent prijzen, en men voor vertalingen van Arabische literatuur diverse fondsen kan aanboren, hebben Turken zich op het literair-culturele vlak nauwelijks georganiseerd.

Bij gebrek aan een goed netwerk is de Turkse schrijver sterker afhankelijk van het toeval en de bereidwilligheid van een individu om een lans te breken. In Tekins geval was het de schrijver John Berger die het boek enigszins uit de Europese vergetelheid haalde, door het in 1993 tot een meesterwerk uit te roepen en een voorwoord te schrijven bij de Engelse vertaling. Hij prees het onbekende aan in termen van het iets minder onbekende. Latife Tekin was de vrouwelijke Orhan Pamuk, maar, zo voegde hij er terecht aan toe: die vergelijking doet geen recht aan haar eigen originaliteit, talent en creativiteit. Zij is sámen met Pamuk een van de meesterlijke grondleggers van de moderne Turkse roman.

Latife Tekin: Berji Kristin. Tales from the Garbage Hills. Marion Boyars 1996 [1983], euro 16,50. De Nederlandse vertaling Bloemheuvel uit 1991 (De Geus/Epo) is uitverkocht.

    • Stine Jensen