Doe helemaal niets, en vernieuw u

Kerstmis is de enige echte zondag die we nog hebben, met de verplichte winkelsluiting en zondagse kleren. Door deze traditie te koesteren wordt de mens herboren, meent Cornel Bierens.

Aan de vooravond van Kerstmis staat ons land er niet al te rooskleurig voor. Luister maar naar het Centraal Planbureau. Dat schrijft in zijn decemberrapport dat de economie zich wereldwijd herstelt behalve in Nederland, waar de begroting verder instort. En het wordt nog erger. Doordat de euro zo duur is en vermoedelijk nog duurder zal worden, zullen wij volgend jaar verder in de min zakken.

Een sombere boodschap zoals we die de laatste tijd vaker horen. Soms lijkt het wel of marktonderzoekers, de orakels van onze tijd, een wedstrijd zijn aangegaan in het vertellen van mineurverhalen. Zo kwam een onderzoeksbureau al in november met het grote nieuws dat wij deze kerst massaal thuis eten. Vanwege `de malaise' zullen wij het dit jaar niet zoeken in restaurant of buitenland, maar in eigen kring aan onze zelf gedekte kersttafels.

Altijd raadselachtig hoe ze van zoiets zo zeker kunnen zijn, terwijl wij het zelf nog niet eens weten. En dan die niet nader verklaarde aanname dat massaal thuis eten een teken van malaise zou zijn. Wat bedoelen ze? Dat het pas goed met ons gaat wanneer wij collectief brassen in te dure restaurants, of met de kerstmannenmuts op naar zonovergoten eilanden vliegen? Dat ons kerstgevoel pas compleet is als wij overal kassiers horen zingen?

Wij weten beter, nergens een mooiere kerst dan thuis. Geen groter genoegen dan wanneer de vrieskou en het aardedonker als een vestingmuur om het huis staan, en wij ons daarbinnen kunnen overgeven aan een aangenaam, dagenlang nietsdoen.

Want wat is kerstmis inmiddels? De enige echte zondag per jaar die we nog hebben. Een beschermd natuurgebied dat is overgebleven na de afschaffing van de kerkgang, de verplichte winkelsluiting en de zondagse kleren. Alleen met kerstmis hebben we nog het gevoel dat we vroeger elke zondag hadden, namelijk te mogen denken zonder er meteen ook bij te moeten rekenen.

Marktonderzoekers kunnen niets met zulk gemijmer. Kerstgedachten prachtig, maar `nu concreet'. Alles hardmaken, dat is hun missie. Ze dwingen de dingen duidelijk te zijn, zelfs al zijn de dingen daar nog helemaal niet aan toe. Diep in hun hart geloven zij dat uiteindelijk alle kwaliteiten zich zullen openbaren als kwantiteiten. Dat alles wat wij doen nonsens is zolang we het niet kunnen omzetten. En dus laten ze nog maar eens een sombere boodschap klinken, onder het motto dat slecht nieuws het beste middel blijft om dromers uit hun slaap te wekken.

Maar wij slapen helemaal niet, noch dromen wij. Wat wij doen is een creatief soort lummelen, een hogere vorm van verveling. Want die bestaat. In de verveling heb je namelijk soorten.

Je hebt de gewone huis-aan-huis verveling waar onze tijd zo goed in is, en die dan ook 24 uur per dag, met bakken tegelijk en door alle kanalen waarmee wij op de buitenwereld zijn aangesloten, over ons wordt uitgestort. Een speldenregen op onze slapen, waartegen wij al even weinig verweer hebben als tegen de kolendamp in de lucht. Alleen met kerstmis, als alles even stilstaat, tot de tijd aan toe, grijpen wij de kans ons voor even aan die opgedrongen verveling te onttrekken. Heerlijk vooruitzicht.

Maar wij gaan niet zo ver ons aan alle verveling te onttrekken, dan zouden we onszelf tekortdoen. Want de verveling is, los van hoe de tijdgeest ermee omspringt, ook in ieder mens, niemand uitgezonderd, ingebakken. En dat is geen pesterij van de natuur. In de diepste verveling, in de lusteloosheid, verlamming en eenzaamheid die ermee gepaard gaan, ligt de mogelijkheid van een flitsend inzicht dat op weinig andere manieren kan worden verkregen. Voor die verveling nu, die dus meer van binnen komt dan van buiten, stellen wij ons open, hoewel ook die vorm bij vlagen oervervelend kan zijn. Zo vervelend, dat je dikwijls niet eens weet met welke vorm je te maken hebt.

De kunst is om niet meteen al allergisch op verveling te reageren. Gewoon beginnen met lijdzaam verdragen, een zeurend pijnlijke vinger hak je ook niet af. Want dan komen de fantoompijnen en dat zijn de ergste.

Kijk maar naar onze tijd, die heeft de grens naar het fantoomgebied allang overschreden. Het probleem is dat de verveling steeds te lijf wordt gegaan met bestrijdingsmiddelen die de nieuwe verveling alweer in zich dragen. Leuke televisieprogramma's die de aandacht maar kort vasthouden, worden opgevolgd door nog leukere televisieprogramma's die de aandacht nog korter vasthouden. En de kijker maar als een ijsschotsenspringer van het ene lekkere gevoel naar het andere hoppen. Het is vluchten in een doodlopende straat, zoals ook mensen met liefdespijn vaak doen. Ze weten niet beter of de veroorzaker van het leed zal tevens de beste verhelper zijn. Wie zoiets gelooft past maar één typering: dat is een verslaafde.

Verslaving is in de kern: niet kunnen wachten, en als wij íets systematisch hebben afgeleerd, dan is 't het wachten wel. De hele moderne geschiedenis is doortrokken van de nooit verslappende inspanning het wachten te bekorten. Wie had ooit gedacht dat een brief van Amsterdam naar Amsterdam, van onze hoofdstad naar het gelijknamige Indische Oceaaneiland, precies drie seconden onderweg zou zijn? Langer dan drie seconden wachten is iets voor sukkels geworden, voor ouden van dagen en asielzoekers. Alle anderen vinden het intussen gewoon om bij alles wat niet opschiet meteen hun geduld te verliezen. Ze willen niet meer het mooiste maar het snelste, niet meer het beste maar het nieuwste, niet meer het verhaal maar de clou.

De mens is in de ban geraakt van een chronische ongedurigheid, als een verwend kind dat steeds maar schreeuwt om aandacht. Het is een regelrecht almachtsverlangen, een koppige wens om spil te zijn in een middelpuntzoekend universum. Voor wie in hoog tempo zijn hele persoonlijkheid uit wil hollen is er geen betere methode, met levenslange garantie. Aandachtsjunkies verliezen altijd eerst hun inlevingsvermogen, dan hun vermogen tot zelfbeschouwing, en vervolgens hun hersens. De verveling is het zenuwgas dat de leegtes opvult.

Het hele fenomeen is niet nieuw, maar de op de spits gedreven uitkomst van een lange geschiedenis. Die begon ruim twee eeuwen geleden op de begrafenis van God – overigens zonder dat daar, dat moet er maar eens bij vermeld worden, een kist aanwezig was. Maar in de toespraken werd overtuigend aangetoond dat elk bewijs voor Gods bestaan rammelde, en dat Hij, als Hij toch zou bestaan, Zich door de mens nooit zou laten kennen. Al was Hij dus niet morsdood, het kwam op hetzelfde neer en de mens had weinig keus. Het werd de hoogste tijd dat hij eens op eigen benen ging staan. Dat hij de wereld eens met eigen ogen ging bekijken.

En wat deed die ijdeltuit? Zich nog meer over zijn eigen ogen verbazen dan over al het moois dat hij ermee mocht aanschouwen. De voorheen van God gegeven eigenschappen van de dingen ging hij zien als een effect van zijn eigen manier van kijken. Hij ontdekte dat hij met zijn hoogstpersoonlijke blik de dingen een hoogstpersoonlijke betekenis en lading kon geven. Iets was wat hij erin zag, en als hij er niets meer in zag, bestond het niet meer. De mens was de maat der dingen, een goddelijk gevoel.

Maar de duivel, die zoals bekend nooit doodverklaard en begraven is, lachte in zijn vuistje. Hij begreep dat wanneer de mensen de dingen naar hartelust een betekenis gaan geven, al gauw helemaal niets meer een betekenis heeft. Want een wereld die geen weerwoord heeft tegen al die toekenningen verkeert in een grote leegte. Zo hemelhoog als de mens juichte toen alles blauw werd geschilderd, zo dodelijk bedroefd was hij toen alles in lucht bleek te zijn opgegaan. In lucht, leegte, ijdelheid en verveling.

Eeuwen duurt het nu al, het project van de mens om zelf God te worden, maar de waarheid is dat hij er nog miezerig weinig van terecht heeft gebracht. Want hoever is hij, precies 210 jaar nadat de Duitse filosoof Kant een verbod kreeg opgelegd om ooit nog over God te schrijven? Dertig jaar heeft de mens gebruikt voor elke dag die God ter beschikking had, en wat kan hij? Een beetje klonen, op Mars een handje rood zand gaan halen, verliezen van zijn eigen schaakmachine, dat is het wel zo ongeveer.

Maar hij kan, om eens wat te noemen, nog lang de aarde niet opblazen, iets waarvoor God niet eens Zijn hand zou omdraaien. De gruwelijkste oorlogen die de mens verzint blijven kinderspel vergeleken bij de nucleaire rampen die de aarde al heeft doorstaan lang voor de mens bestond – al kostte het haar miljoenen jaren om ervan te herstellen. Wat de mens op dit punt ook zal proberen, hoeveel massa hij ook zal vernietigen met zijn wapens, hij zal hooguit zichzelf uitroeien. En dat wil God worden?

Daarom, het best denkbare kerstadvies aan de mens is: laat die God toch met rust! Hij laat zich niet kennen, wij kunnen Hem niet vatten. Nooit zal er een wereldleider op de televisie verschijnen met de boodschap `We got Him!' Om de gedachte dat wij ooit God zouden kunnen zijn zoals Hij ooit mens is geworden, gniffelt Hij alleen maar. Waarschijnlijk zou Hij zelfs ontkennen dat Hij ooit mens is geweest. Maar dat feestje op die enige echte zondag van het jaar gunt Hij ons wel. Hij weet best dat wij eigenlijk niets anders vieren dan het wereldsucces van dat door onszelf verzonnen verhaal. En het is natuurlijk ook razend knap om zo'n door miljoenen stukgelezen boek te schrijven, terwijl die lezers geen van allen precies snappen hoe dat nou kan van die geboorte, omdat die ouders niet één keer geneukt hebben.

Alles wat ooit uit de fusie van God en mens is voortgekomen is óf halfslachtig óf monsterlijk gebleken. Daarom alleen al moet God God blijven en de mens van God loskomen en mens worden. En hoe doet de mens dat? Door de tijd op te rekken, door opnieuw te leren wachten. Zal hem dat lukken? Beslist, er is alle reden voor optimisme.

Aan de vooravond van kerstmis staat Nederland er namelijk bijzonder rooskleurig voor. Luister maar naar het Centraal Planbureau. Dat schrijft in zijn decemberrapport dat de wereldeconomie weer in de ban raakt van stijgende aandelenkoersen en bedrijfswinsten. Niet gunstig, de jaren negentig van de vorige eeuw liggen nog vers in het geheugen. De toenmalige overvloed kweekte een atmosfeer van graaien, grijpen en pakken wat je pakken kan. Dat had een fnuikende werking op de vaderlandse ziel, die gevangen raakte in een vicieuze cirkel van instant behoeftebevrediging. Het gevolg was een explosieve groei van fraudes, smeergelden en onbezonnen overnames in bedrijfskringen, en van verveling, overspel en echtscheiding in de privé-sfeer. Nederland mag dan ook van geluk spreken dat het van de huidige opleving in de wereldeconomie blijft uitgezonderd. Ook voor volgend jaar hebben wij voorlopig niets te vrezen, aangezien de euro te duur zal blijven om veel te exporteren, en onze hebzucht dus niet oververhit zal raken.

Dat is nog eens opwekkend nieuws! Een mix van kwanti- en kwaliteiten! Het Centraal Planbureau zou zoiets systematisch moeten gaan doen: bij een beschrijving van de aandelen- en valutakoersen, er ook een geven van de karakterkoersen. Dan zouden wij daar vaker over nadenken, en op den duur iets aan die rare wipverhouding kunnen doen: als de economie hoog staat, staat het karakter laag, en zakt de economie, dan komt het karakter weer naar boven. Is dat nu een teken van wat je noemt een hoog ontwikkelde maatschappij? Of wijst het eerder op een prepuberaal stadium wanneer het karakter nog zo sterk van de economie afhankelijk is?

De economie lijkt warempel wel op God in de tijd voordat Hij werd doodverklaard. Toen waren de mensen ook zo zwak en klein omdat Hij zo sterk en groot was. Wordt het niet eens tijd voor een doodverklaring van de economie? Dat kan net als bij God zonder kist. De mens zou er misschien toch weer iets zelfstandiger van worden.

Hij mag alleen niet in dezelfde romantische ijdeltuiterij vervallen als twee eeuwen geleden. Daarom zou hij eerst even moeten oefenen met creatief lummelen.

Mens! Mocht u met kerstmis op het laatste moment toch nog zin krijgen in een restaurant of buitenland, bedenkt u zich dan. Doe het niet, doe helemaal niets, verveelt u zich! Laat die verveling bestaan, leid haar niet af, spoel haar niet weg, vul haar niet op. Wacht! Wacht tot u zich totaal leeg, lusteloos en eenzaam voelt en dan, op de bodem van dat alles, in een flits, de tijd ontwaart. Niet de tijd dat iets duurt, niet de klok, nee, de tijd zelf. Hij staat stil uiteraard, en u schrikt zich dood.

Maar u bent springlevend. U heeft de terreur van het moment overwonnen, niet door het moment te ontvluchten of het op de vlucht te jagen, maar door er dwars doorheen te gaan.

U bent een herboren mens.

Wij wensen u een huiselijke kerst toe, vol hogere verveling.

Cornel Bierens is kunstenaar en schrijver.

    • Cornel Bierens