De Warhol van de Roxy

Op 21 juni 1999 werd de Amsterdamse kunstenaar Peter L.M. Giele op grootse wijze begraven. In een open kist werd zijn lichaam door de grachten van Amsterdam gevaren terwijl vanaf een vlot vuurkegels de lucht in werden geschoten. 's Avonds was er een het herdenkingsfeest in de Roxy, een van Gieles creaties. Er werd vuurwerk afgestoken en de discotheek brandde tot de grond toe af.

Veel kijkers van het NOS-journaal zullen zich die avond verwonderd hebben afgevraagd wie toch die kunstenaar was die met veel bombarie ten grave werd gedragen. Amsterdammers kenden hem wellicht als de man die zich met cape en step door de stad bewoog en die zelfs in de winter in zijn hemd buiten liep. Maar buiten de hoofdstad was Giele nagenoeg onbekend.

Peter Giele was een veelzijdig kunstenaar, die performances gaf, beelden en schilderijen maakte, gedichten en smartlappen schreef en in theatervoorstellingen speelde, maar die in geen van die disciplines erg succesvol was. Naam maakte hij vanaf de jaren tachtig als een van de oprichters van het kunstenaarsinitiatief Aorta, als geestelijk vader van Cultureel Genootschap De Donkere Kamer, als eigenaar van restaurant Inez IPSC en natuurlijk als ontwerper van de Roxy. De energie waarmee hij steeds weer nieuwe ontmoetingsplekken uit de grond stampte, was zijn grote kracht.

Onlangs verscheen een ode aan de op 44-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding overleden kunstenaar – een rijk geïllustreerd en kleurrijk vormgegeven boek vol foto's, krantenknipsels en opgetekende herinneringen. Hoewel Peter L.M. Giele, Verzamelde Werken zeven essays bevat van vooraanstaande personen uit de culturele wereld, onder wie kunstcritica Anna Tilroe, dj Joost van Bellen en dichter Koos Dalstra, lijkt het boek in de eerste plaats geschreven voor en door Gieles persoonlijke vrienden. Het vergt nogal wat voorkennis om de beelden en teksten in de juiste context te kunnen plaatsen. Citaten worden ondertekend met initialen en foto's zijn afgedrukt zonder verklarend bijschrift.

Vanzelfsprekend wordt er uitsluitend in liefdevolle bewoordingen over Giele gepraat. Over de doden niets dan goeds. Zijn vriendin Sonja Oudendijk vergelijkt hem zelfs met Andy Warhol, omdat hij dezelfde gave had om mensen bij elkaar te brengen. Alleen journaliste Marina de Vries durft te schrijven dat Giele eigenlijk een middelmatig kunstenaar was. Al zwakt ze haar woorden even later wel af door hem een voorloper te noemen, iemand die al in een vroeg stadium kunst, vormgeving en architectuur met elkaar vermengde.

De essays schetsen weliswaar een aardig tijdsbeeld van de jaren tachtig, maar zijn nogal braaf en schools. Bovendien overlappen de stukken elkaar, en wordt steeds opnieuw dezelfde geschiedenis opgerakeld. Een uitzondering is het verhaal van Joost van Bellen, die met smakelijke anekdotes en in mooie formuleringen zijn herinneringen aan de Roxy ophaalt. Maar ook zijn essay is hinderlijk kritiekloos. Volgens Van Bellen werd er in de voormalige bioscoop voortdurend `geschiedenis geschreven'. En hoe vaak kun je zeggen dat iets `een van Roxy's grootste successen' was?

Een kunstenaar kan zich geen beter eerbetoon wensen, maar als lezer blijf je een buitenstaander.

Harry Heyink, Frank de Jong, Inez de Jong en Marina de Vries (red.): Peter L.M. Giele, Verzamelde Werken. Aksant, 200 blz. euro 28,–