De verbittering die een echte Brit niet past

Death of a Hero, de eerste roman van dichter, criticus en vertaler Richard Aldington (1892-1962), is een boek dat bijna uit zijn voegen barst. Van woede. Aldington, die zelf optreedt als verteller, is ziedend. Op Engeland, op de generatie van zijn ouders, die haar zoons met patriottische leugens de Eerste Wereldoorlog had ingestuurd. En, zij het minder geprononceerd, op zijn eigen leeftijdsgenoten, op de `War Generation', die naïef genoeg was geweest om de leugens te geloven en naar het front te gaan.

Aldington, die drie jaar in de loopgraven doorbracht, heeft de zaken overzichtelijk verdeeld in deze grotendeels autobiografische roman. Zijn `held', George Winterbourne, een jongen die kunstschilder had willen worden, neemt de naïviteit voor zijn rekening; de verteller, George's executeur testamentair, de woede. Zo wist Aldington naar eigen zeggen het `gif' dat hem jarenlang had geteisterd uit te drijven. Death of a Hero, gepubliceerd in 1929, was een loutering en een purgeermiddel. En het was een afrekening.

Via het leven van George Winterbourne geeft Aldington een satirisch beeld van een Engelse middle class-opvoeding en van het journalistieke en artistieke wereldje in Londen vlak vóór de Eerste Wereldoorlog. We maken kennis met zijn slappe, ijdele vader en zijn promiscue moeder. Aldingtons vrienden Ezra Pound, Ford Maddox Ford, T.S. Eliot en D.H. Lawrence worden op de hak genomen. George's grote liefdes, Elisabeth met wie hij trouwt, en Fanny, haar beste vriendin die zijn maîtresse wordt, evenals hun en zijn theorieën over de vrije liefde, worden gememoreerd. Niet zonder verbittering, want op de liefde bleek de War Generation (die althans de hypocrisie van het Victoriaanse tijdperk wist af te schudden) evenmin voorbereid als op de oorlog.

Geregeld loopt de gal bij Aldington over, en dan onderbreekt hij zijn verhaal voor uitbarstingen over de cant en de humbug van de Engelse moraal, de zegeningen van de anticonceptie, de `absurditeit' van alle avantgardismen (zelf was hij vóór de oorlog betrokken bij het `imagisme', samen met Pound en Hilda Doolittle) of de `permanente oorlog' die onder het oppervlak van de grote steden wordt uitgevochten tussen mannen en vrouwen, ouders en kinderen, werkgevers en werknemers. Het boek is aanklacht en pleidooi inéén, en daaraan ontleent het zijn ongewoon gepassioneerde karakter, in weerwil van satire, sarcasme en ironie.

Stilistisch weet Aldington de zaak meestal vakkundig in de hand te houden, getuige een karakteristieke zin als de volgende, afkomstig uit een passage waarin de schrijver ontkent dat de frontsoldaten `sodomites' zijn geweest: `Soldiers, especially soldiers overseas in the last war, entirely cut off from women and friends, had perforce to love another soldier, there being no dogs available'.

Het hoogtepunt van de roman is het laatste deel (ongeveer een derde van het geheel), waarin, zonder veel satire maar met de onweerstaanbare zeggingskracht van de authenticiteit, George's jaren in de Franse loopgraven worden beschreven. Eerst doet hij dienst als gewoon soldaat, daarna als officier – totdat hij, een week vóór de wapenstilstand, `zelfmoord' pleegt door zich moedwillig aan het Duitse machinegeweer-vuur bloot te stellen.

Aldington, hoewel nauwelijks minder getraumatiseerd dan zijn held, pleegde geen zelfmoord, maar schreef deze roman, die de Engelsen hem eigenlijk nooit hebben vergeven. Woede en verbittering passen niet bij de stiff upperlip. Jaren later, na diverse andere romans, werd hij teruggepakt. Een ontmythologiserende biografie van T.E. Lawrence (Lawrence of Arabia) kostte hem in 1955 zijn reputatie. Hoewel Aldington achteraf op bijna alle punten gelijk heeft gekregen, keerde het Britse publiek hem de rug toe. Met als gevolg dat zijn meesterwerk Death of a Hero, waarvan de Engelse editie in 1929 al gecensureerd had moeten verschijnen, nu helemaal niet meer is te verkrijgen, behalve antiquarisch.

Richard Aldington: Death of a Hero. The Golden Dog Press 1998 [1929]. Uitverkocht.

    • Arnold Heumakers