De andere kant van Jan I

Onderzoekers van middeleeuwse literatuur houden zich allang niet meer uitsluitend bezig met de teksten. Zij richten zich bijvoorbeeld ook op de mecenassen, de geldschieters die ze lieten maken. Onlangs verscheen een opmerkelijke bijdrage aan dit onderzoek: De stem van de meester. De hertogen van Brabant en hun rol in het literaire leven (1106-1430), een compact overzicht van alle informatie die er is over het literaire leven aan het Brabantse hof. Uiteenlopend onderzoek van verschillende collega's combinerend, aanvullend en wegend, bespreekt Remco Sleiderink hierin alle mogelijke teksten (ook Franstalige) die ooit in verband zijn gebracht met een van de Brabantse hertogen, of personen in hun omgeving. Regelmatig moet hij concluderen dat dit ten onrechte is gebeurd, vaak ook blijft het bij speculaties, maar desondanks blijft er genoeg over voor een interessant verhaal.

Sleiderink weet aannemelijk te maken dat de positie van het `Nederlands' ten opzichte van het `Frans', zeker onder bepaalde hertogen, veel sterker was dan men denkt. Soms omdat Nederlands nu eenmaal hun moedertaal was, maar vaak ook omdat hun positie hen daartoe dwong. Zo blijkt de keuze voor het `Nederlands' in De slag bij Woeringen, een levensbeschrijving van hertog Jan I, vooral te zijn ingegeven door het feit dat het verhaal een verkapte bedelbrief aan de Brabantse burgers is. De hele tekst is erop gericht om uit te leggen dat de hertog niet uit wanbeleid in geldnood zit, maar omdat hij een held is. Ook als Jan I zelf dichtte was de taalkeuze politiek bepaald. Hij schreef zijn liefdesgedichten niet in zijn eigen, Brabantse dialect, maar koos voor een dialect uit Limburg waar hij de macht wilde. Dit alles wordt nog eens onderstreept door het feit dat de liefdesleer die hertog Jan en zijn vrouw voor eigen gebruik lieten schrijven Franstalig is.

Hertog Jan is niet de enige Brabantse hertog die zelf schrijft of via de literatuur politiek bedrijft. Maar liefst drie hertogen en één `prins' schreven zelf, en er zijn door de eeuwen heen talrijke teksten, vooral genealogieën, geschreven om de positie van de hertogen te rechtvaardigen. En er is meer. Hertog Wenceslas laat zijn eigen gedichten en avonturen op bijna postmoderne wijze literair verwerken, stedelingen dragen hun werk aan de hertog op om steun te krijgen voor hun ideeën en troubadours bedelen middels hun gedichten om geld.

En dan is er de liefdesleer. Een in onze tijd bizar betoog, dat de man omstandig maant om de vrouw met de grootst mogelijke egards te behandelen, behalve op het `moment suprème'. Dan moet hij de vrouw met geweld nemen, want de vrouw mag zich niet vrijwillig overgeven. Zo maken we kennis met een heel andere kant van Jan I, de hertog wiens stem nog altijd resoneert in de Nederlandse literatuur. Zo verwerkten Jan Kuijper en Cees Nooteboom zijn Harba lori fa onlangs nog in hun eigen poëzie.

Remco Sleiderink: De stem van de meester. De hertogen van Brabant en hun rol in het literaire leven (1106-1430). Prometheus, 250 blz. euro 19,95