Daar stormen de dieren uit hun hokken

`Wanneer een stier, afgedwaald van zijn kudde, een ander tegenkomt die eveneens heer en meester is van zichzelf, dan breekt tussen beide woeste oorlog uit. Eerst staren zij elkaar aan, machtig rillend van woede, terwijl ze vuur ademen en de aarde omwoelen met hun poten, alsof ze worstelaars zijn die zich met stof bedekken voor het gevecht. Ze dagen elkaar uit met hun luide strijdkreten. Ze blazen de trompet voor de veldslag en vallen aan en verwonden elkaar met hun hoorns. Zoals in een zeeslag twee schepen, prachtig schitterend van rijen strijders in volle wapenrusting, op elkaar beuken, voorsteven tegen voorsteven, vooruitgedreven door de wrede wind en de handen van de matrozen — en temidden van het brons gonst het luide geluid van manschappen en schepen en de hele zee kreunt en steunt — zo stijgt het machtige geluid van de stieren ten hemel, die op elkaar inbeuken totdat één de overwinning heeft behaald. De verliezer kan de schande niet dragen. Kreunend trekt hij zich terug in het bos als een atleet in training. En wanneer hij merkt dat hij zijn krachten heeft herwonnen, verheft hij zijn stem in de bergen. Hij stormt de weiden in om zijn vijand te confronteren en behaalt een eenvoudige overwinning, want hij heeft zijn lichaam sterk gemaakt in zijn eenzame afzondering, ver van lust en seks die de krachtige sappen aan het lijf onttrekken.'

Deze passage van epische allure komt uit het tweede boek van de Cynegetica, het leerdicht over zoölogie en de jacht van de Griekse dichter Oppianus. Het is geschreven in 202 na Christus. Twintig jaar eerder voltooide Oppianus een soortgelijk leerdicht over de hengelsport, de Halieutica. In de versmaat, dictie en hoge poëtische stijl van het Homerische heldendicht, behandelt Oppianus dier na dier, vis na vis, hij vertelt over hun uiterlijk en over hun gedragingen en evalueert de verschillende methoden om ze te vangen of te doden. In het prooemion van de Cynegetica roept de dichter Calliope aan, de Muze van het epos, en zij heeft hem niet in de steek gelaten. Zijn zoölogische en ichtyologische catalogi en zijn cynegetische en halieutische verhandelingen zijn niets minder geworden dan dat: een heldendicht.

Homerus vergeleek de confrontatie tussen twee machtige krijgers op het slagveld met een gevecht tussen twee stieren. Andere epische dichters na hem hebben zeeslagen geëvoceerd met uitgebreide vergelijkingen waarin grote, woeste dieren figureren. Oppianus heeft de dieren losgelaten uit hun hokken en uit de omheining van de Homerische vergelijking om ze ten lange leste zelf de hoofdrol te laten spelen in een huiveringwekkend heldendicht. En de boksers, krijgers en oorlogsbodems, volgeladen met grimmige strijders in volle wapenrusting, die tot dan toe altijd de hoofdrol voor zich hadden opgeëist in het epos, worden bij Oppianus gereduceerd tot figuranten, die binnen de grenzen van de vergelijking de epische strijd van de dieren mogen illustreren. De Cynegetica en Halieutica zijn meeslepende, grootse gedichten, die zelfs door de meest verstokte classici zelden worden gelezen.

Oppianus, Cynegetica en Halieutica zijn onder meer te verkrijgen in de prachtige editie: `Oppian, Colluthus, Tryphiodorus, with an English translation by A.W. Mair'. Loeb Classical Library, Londen & New York 1927.

    • Ilja Leonard Pfeijffer