Ambulance moet sneller, maar hoe?: `Paaltje kost zeker halve minuut'

Ook in het relatief rustige Twente hebben ambulances moeite om binnen de voorgestelde limiet van acht minuten te blijven. De afstanden zijn groot en overal staan paaltjes.

Het is de hele dag rustig bij Ambulance Oost in Hengelo. Na enkele bestelde ritten komt iets na negen uur `s avonds de eerste oproep voor een spoedrit binnen. Er is een ongeluk gebeurd op de snelweg tussen Hengelo en Enschede.

Met loeiende sirenes en 150 kilometer per uur op de teller rijden de ambulanceverpleegkundige en de chauffeur naar het ongeluk. Vlak voordat ze de snelweg oprijden, razen politiewagens langszij. Negen minuten en 57 seconden nadat de meldkamer is ingelicht, zijn ze er. De politie is al met vijf auto's en een groep agenten ter plaatse.

Een 33-jarige vrouw, die volgens aanwezigen al ,,verdwaasd'' heeft rondgelopen, wordt uit haar verwoeste auto gehaald en wegens rug- en nekklachten op een speciale plank gelegd. De vrouw wordt aan de plank vastgemaakt met een zogenaamde spin, zodat ze er niet af kan rollen. De verpleegkundige constateert in de ambulance dat de vrouw waarschijnlijk ook gekneusde heupen, gebroken ribben en veel ernstiger misschien een miltruptuur heeft. Een politieman noemt dat de botsing ,,een `kop-staart', maar dan op de snelweg''. De andere auto is ,,met hoge snelheid vol bij haar achterin gedonderd'', aldus de agent.

Ambulance Oost was in levensbedreigende situaties dit jaar gemiddeld in 8.48 minuten ter plaatse, zegt het hoofd van de meldkamer Johan Legebeke. De ambulancepost heeft een systeem waarbij de vijftien beschikbare ambulances voor heel Twente en de Achterhoek zo efficiënt mogelijk worden ingezet. In de meldkamer verschijnen geregeld rode, gearceerde vlekken op de monitoren.

Als zich een spoedgeval aandient, kan in deze gearceerde regio's geen van de ambulances binnen een kwartier ter plaatse zijn. De centralisten van de in Hengelo gevestigde meldkamer bepalen de urgentie van de melding en sturen het ambulancepersoneel aan. Beschikbare wagens, op het beeldscherm te zien als knipperende, groene blokjes, worden op basis van die informatie telkens zo strategisch mogelijk gestationeerd. Dit is echter niet altijd voldoende. ,,Een enkele keer zijn alle wagens bezet en is het hele gebied rood'', zegt een van de centralisten.

In november blijkt 5,9 procent van de ziekenwagens de huidige limiet van vijftien minuten niet gehaald te hebben. Volgens Legebeke wordt een groot deel van de overtredingen veroorzaakt door meldingen uit de randgebieden, ondanks het dynamische systeem waarmee de meldkamer werkt.

Teammanager Paul Voorhorst noemt het voorstel om de aanrijtijden terug te voeren tot acht minuten ,,bijna onmogelijk'' maar ,,medisch gezien wel noodzakelijk''. Een ambulance moet bijvoorbeeld bij reanimaties niet meer dan vier minuten onderweg zijn om de patiënt te kunnen redden, zegt Voorhorst.

Eerder die dag laat een niet-spoedeisende rit zien hoeveel moeite het soms kost om de kortste route te volgen naar een patiënt. Omdat de ambulances in Enschede het erg druk hebben, vertrekken ambulanceverpleegkundige Nathalie en chauffeur Richard direct voor een `bestelde rit' naar het dorpje Overdinkel, nabij de Duitse grens. Ziek, zwak, misselijk en hoge koorts zijn de klachten van een oude vrouw.

Rood-witte paaltjes versperren de weg door de Hengelose binnenstad. Richard krijgt ze omver met zijn loper. ,,Dat kost minimaal een halve minuut'', zegt Nathalie. ,,De gemeente houdt geen rekening met hulpdiensten. Verkeersdrempels zijn daar ook een mooi voorbeeld van.'' De vrouw wordt naar het ziekenhuis in Oldenzaal gebracht.

    • Dennis Mensink